menu

Todo Verdor Perecerá - Eduardo Mallea (1941)

Alternatieve titel: Al het Groen Zal Vergaan

mijn stem
5,00 (1)
1 stem

Spaans
Psychologisch

222 pagina's
Eerste druk: Espasa-Calpe Argentina, Buenos Aires (Argentinië)

Op de hoeve van Agata Cruz en haar echtgenoot Nicanor aan de rand van de Argentijnse pampas is de eenzaamheid zo groot dat de boerenknecht met de paarden praat. De echtelieden zelf converseren nauwelijks met elkaar. Agata's kille, gesloten hart verhindert haar om enig menselijk contact te hebben. ''Zo leefden ze als stomme, rudimentaire dieren'' tot Nicanor sterft, waarna Agata terugkeert naar de stad Bahia Blanca om zichzelf en haar hart terug te vinden. Dat blijkt na vijftien jaar liefdeloos samenleven te laat.

zoeken in:

avatar van ...stilte...
5,0
geplaatst:
Bovenstaande link werkt helaas niet meer.

Deze roman van Eduardo Mallea Al het groen zal vergaan (Uitgeverij Coppens & Frenks) is het ideale boek om te lezen tijdens de aangekondigde hittegolf.

De eerste zinnen:

Vierenveertig achtereenvolgende dagen van droogte en vuur verschroeide de bergen, de vallei, het struikgewas, het sluike en stugge haar op de door de zon beschenen schedel van de aarde. In het daglicht leek het landschap, zo weids en zo ver verwijderd van de hemel, een eindeloos witgeblakerd oppervlak; wit was de droge aarde; wit waren de weiden; wit het pampagras en het geraamte van de olm; wit de johannesbroodboom en de tala, verwrongen en verstijfd en verstard als afgestorven, uit de aarde gerukte en aan de gloeiend hete lucht blootgestelde zenuwstelsels. De akkers toonden hun spookachtige en hongerige gezicht, hun droge mond, hun magere klauw, krachteloos uitgestrekt tot duizenden kilometers in de omtrek.

Nieuwe link van het artikel:
https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/vaarwel-vergeet-alles-maar-eduardo-mallea-gedenkt-jesaja-15-6~be04aa78/

avatar van ...stilte...
5,0
geplaatst:
De roman begint met een rauwe beschrijving van het uitgedroogde landschap. In het nawoord van vertaler Arie van der Wal merkt deze op dat je als lezer het gevoel krijgt dat hier de ziel van de mens wordt blootgelegd, omdat er menselijke kenmerken aan worden toegeschreven en dat bij de introductie van de personages juist het omgekeerde het geval is. Zij zijn nauwelijks van het landschap te onderscheiden. Nicanor Cruz en Ágata die daar als boeren tegen de elementen strijden zijn als dieren geworden en praten ze niet meer met elkaar:

Die twee gevoelens waren verschillend. Dat van hem was de verbittering van een man die had gefaald, wanhopig spartelend in zijn apocalyptische ondoelmatigheid, achtervolgd door een realiteit die weigert zich te schikken en schaterlachend de spot met hem drijft. Dat van haar was gekwetstheid; ze droeg een woestijn in haar buik en een woestijn in haar ziel en een woestijn in haar hart en een woestijn in haar geest; ze werd door die man behandeld als een voorwerp dat zomaar, zonder meer kan worden meegesleept tot in de meest sombere uithoeken van de duisternis en de zwijgzaamheid. Hij, verbitterd; zij, gekwetst. En allebei waren ze in het leven geworpen als melaatsen van de tijd, beroofd van alle naastenliefde.

Dat kan niet goed gaan tussen die twee denk je dan als lezer en het eerste deel van de roman eindigt dan ook dramatisch. In het tweede deel keert Ágata Cruz terug naar de stad in de hoop daar haar geluk te vinden. De tegenstelling stad en land is een hoofdthema in het werk van Mallea. De stad staat voor het uiterlijke leven en het land voor het innerlijk. Ágata neemt de kenmerken van het harde leven op de boerderij mee naar de stad, het maakt haar zelfs op een geheimzinnige manier aantrekkelijk. Maar na een nieuwe teleurstelling in de liefde wordt ze geconfronteerd met een uitzichtloze eenzaamheid, grenzend aan de waanzin.

Deze roman is een beschrijving van de complete troosteloosheid en hoop valt er nauwelijks in te ontdekken. Maar toch is er iets van te vinden, ik was namelijk na het lezen zo aangegrepen door het verhaal dat ik opzoek ging naar die verborgen hoopvolle beelden. En ik vond dit aan het eind van de roman waar Ágata als een dier wordt opgejaagd door een groep kinderen:

Met een korte sprint hadden de negen boosdoeners haar ingehaald. Ze gingen op dezelfde afstand om haar heen staan als toen ze op het pleintje zat, een paar meter. Ze trokken grimassen en hadden de grootste lol. Een klein jongetje met zwarte ogen had uitzonderlijk veel plezier, als was hem dit door God geschonken: zijn borst ging heftig open neer, maar hij was gelukkig. Ágata richtte haar ogen op een van de anderen. Hij was de meest zwijgzame van allemaal, een klein straatschoffie met blond haar, dat zich half achter de anderen had opgesteld.

Dat jongetje dat daar achteraf staat lijkt wel licht te geven. Hij is de waarnemer van het tafereel en stelt mij als lezer in staat ook die positie in te nemen (en in hem kom je tot rust). Hij verpersoonlijkt de hoop en het zou misschien de jonge Eduardo Mallea kunnen zijn die dat allemaal gezien heeft (hij spaart zichzelf dan niet, want hij is ook deelnemer) en het uiteindelijk in deze roman heeft beschreven...

Gast
geplaatst: vandaag om 00:29 uur

geplaatst: vandaag om 00:29 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.