De puntige telegramstijl, het
non sequitur waarmee de auteur de lezer meer en meer ontregelt, het markante gebrek aan emotie en empathie, het uiteindelijk behoorlijk bizar meanderende verhaal over een personage dat, door zich eindelijk eens echt te verhouden tot een ander, verloren loopt in zijn eigen bestaan: Max Frisch haalt alle middelen uit de kast om de lezer te doordringen van het idee dat Walter Faber als ingenieur incapabel is voor het leven, kortom dat het type mens dat hij symboliseert de mensheid wel naar de afgrond moet leiden. Toch? Ergens onderweg lijkt Frisch de these min of meer te expliciteren:
Discussie met Hanna ! – over techniek als kunstgreep om de wereld zo in te richten dat wij haar niet hoeven te beleven. Manie van de technicus de schepping nuttig te maken, omdat hij haar als partner niet verdraagt, er niets mee kan beginnen; techniek als kunstgreep om de wereld als weerstand uit de wereld te helpen, bijvoorbeeld door middel van tempo te verdunnen, opdat wij haar niet hoeven te beleven. De wereldloosheid van de technicus… Ik heb een soort relatie beleefd dat ik niet kende en die verkeerd uitgelegd doordat ik mezelf wijsmaakte dat ik verliefd was. Het is geen toevallig vergissing geweest, maar een vergissing die bij mij hoort zoals mijn beroep, net als heel mijn verdere leven. Letterlijk: jij behandelt het leven niet als een gestalte, maar als een optelsom, vandaar geen verhouding tot de tijd, omdat ik geen verhouding tot de dood heb. Leven is gestalte in de tijd, zegt Hanna. Leven is geen stof, niet met techniek meester te worden. Mijn vergissing met Sabeth: repetitie, ik heb me gedragen alsof er geen leeftijd bestond, daarom tegennatuurlijk. We kunnen de leeftijd niet opheffen door verder op te tellen, door met onze eigen kinderen te trouwen.
Of hoe de roman zichzelf samenvat?
In
‘Homo faber’ komt Frisch met steeds dezelfde literaire techniek(en) op de proppen, in een almaar bevreemdender plot, waarin centraal een personage staat dat niet of nauwelijks in staat lijkt tot evolutie. Bijgevolg blijft de lezer op afstand – zich weliswaar bewust van het concept dat aan de roman ten grondslag ligt, wat evenwel niet wegneemt dat de ervaring stilistisch en gevoelsmatig pover uitvalt, om zelfs niet te zeggen een lange en vermoeiende zit inhoudt (ondanks het beknopt aantal bladzijden).
2,75*