Vrij sterke bundeling verhalen over het dorpsleven in de Sovjet-Unie, waarbij timmerwerk en de verhalen van twee oude timmermannen centraal staan.
De Russische titel betekent letterlijk "Timmermansverhalen". Het boek is in 1986 door De Arbeiderspers uitgebracht onder de Nederlandse titel "Levens. Verhalen." (twee woorden, de laatste als subtitel).
De losse verhalen groeien gezamenlijk steeds verder uit, totdat een compleet beeld ontstaat van het desbetreffende dorp en haar inwoners.
Het boek is een voorbeeld van 'village prose', ofwel op zijn Russisch: 'деревенская проза'.
Het dorpsleven en de natuur worden daarbij verheerlijkt ten opzichte van het stadsleven en de modernisering; die beide laatsten worden als verdorven voorgesteld.
Vasili Bjelov is in dit boek goed op dreef in zijn (natuur)beschrijvingen.
Konstantin Paustovski over Bjelov: "Hij is wonderlijk goed in natuurbeschrijvingen, maar zijn natuur is nooit eenzaam. De mens is er altijd in aanwezig, met zijn stemmingen en met zijn bezigheden waarin hij zijn aard uitdrukt."
De hoofdpersoon Konstantin Platonovitsj Zorin, of verbasterd: Kostja, wordt gevolgd tijdens een aantal weken vakantie. In die weken keert hij terug naar zijn geboortedorp. Hij maakt van die periode gebruik, om het badhuis van zijn familie te herstellen. Kostja komt vaker voor in boeken van Bjelov, heeft wellicht autobiografische trekjes.
De schrijver Vasili Bjelov leefde niet in conflict met de Sovjet-autoriteiten, maar is desondanks niet al te vleiend over de toestanden onder dat regiem.
Staaltjes Sovjet-bureaucratie worden zonder omhaal onder woorden gebracht. Kostja bijvoorbeeld wordt in het begin van het verhaal beschreven, als hij voor de toelating tot een vakschool een geboortebewijs nodig heeft. Tot twee keer toe moet hij 70 kilometer naar een districtscentrum lopen, om een dergelijk bewijs te krijgen. Beide keren zijn zijn zaken niet in orde. Hij mist onder andere een uittreksel uit het kolchozenregister, terwijl zijn moeder op een kolchoz werkt. Een aanvraag moet daarbij via het provincie-archief worden gedaan. Aangezien hij bij niemand bekend is, wordt hij tot zijn wanhoop de derde keer weer met lege handen weggestuurd......
Staaltjes Sovjet-corruptie komen ook aan de orde. Van de twee oude timmerlieden Olesha Smolin en Aviner Kozonkov, is de laatste bij het regiem betrokken geweest. Hij heeft daar in het verleden duidelijk misbruik van gemaakt. Wie zich niet aan de regels houdt, wordt beschuldigd van 'koelakkenagitatie'. Sterker nog: zelfs wie zich wel aan de regels houdt, kan met name door personen als Kozonkov datzelfde verwijt treffen. (Een koelak was een zelfstandige boer en werd hoe dan ook, ongeacht armoede of rijkdom, als vijand van het volk gezien.)
Olesha Smolin zit van jongs af aan in de hoek, waar de slagen vallen. Als hij door zijn moeder naar de priester wordt gezonden, moet hij van zijn moeder zeggen dat hij gezondigd heeft. Aangezien dat niet het geval is, ontkent hij bij de priester; waarop de priester boos wordt en zijn moeder hem naderhand een pak slaag heeft. Bij eenzelfde volgende situatie met de priester, is het zijn vader die hem achteraf een pak slaag geeft. Olesha lost het dilemma op, door spullen van zijn vader te stelen en dat op te biechten aan de priester. Vervolgens wordt hij door iedereen geprezen om zijn eerlijkheid.
Als Aviner in hun jeugd kattekwaad uithaalt, is het opnieuw Olesha die het moet bezuren.
Later, als ze vowassen zijn, schuift Aviner met misbruik van zijn positie voor zover mogelijk vervelende klusjes en problemen op Olesha af.
De verhalen blijven desondanks opmerkelijk neutraal over Aviner; het wordt aan de lezer overgelaten een oordeel te vellen, een systeem wat hier en in zijn algemeenheid gesproken wel zo prettig is.
De verhouding tussen Olesha en Aviner blijft ingewikkeld en zelfs Kostja heeft moeite die twee op één lijn te krijgen.
De manier, waarop hun (en een hele reeks andere) karakters worden omschreven, is opnieuw een sterk punt van Bjelov.
Tenslotte een eervolle vermelding voor Vladimir Iljitsj Lenin in een verlichte(nde) rol: dankzij zijn electrificatie-campagne, werden gloeilampen destijds ook wel "Iljitsj-lampjes"-genoemd; aldus de vertaler Tom Eekman.