menu

Helden op Sokken - Annie Makkink (1998)

mijn stem
4,17 (9)
9 stemmen

Nederlands
Jeugdboek
Sprookje

116 pagina's
Eerste druk: Querido, Amsterdam (Nederland)

Zus heeft tien broers, van Tien tot Een. Elke dag als de zon opkomt gaan de broers op stap. Ze gaan op avontuur uit. 's Avonds komen ze moe thuis. Dan heeft Zus alles voor elkaar. Ze heeft geboend en gewassen. De bedden opgemaakt en kolen geschept. De kachel aangemaakt en de bonen gedopt. De tafel gedekt en eten klaargemaakt. Spek met bonen. Daarna gaan alle tien de broers naar bed. En Zus gaat met de kat naar buiten. Met z'n tweeën kijken ze naar de maan en dromen van avontuur. Op een dag vindt Zus het welletjes. Ze wil ook op avontuur. De kat gaat mee, en Een ook. Een die zo mooi kan zingen. Altijd het hoogste lied. Maar Zus beleeft iets wat haar broers nog niet eens zouden durven dromen! En wat ze dan ontdekt...

zoeken in:
4,5
Poetisch en onderhuids opwindend, want wat gebeurt er nou eigenlijk? Prachtige illustraties die uitstekend passen bij de tekst. Heerlijk boek om voor te lezen. Topper en terechte winnaar van de Gouden Griffel.

avatar van Ted Kerkjes
4,0
Ted Kerkjes (moderator)
Hiërarchie in de schoeisel: wederzijdse emancipatie in Helden op sokken

De figuren in dit boek hebben aanvankelijk geen namen. Het verhaal gaat over tien broers en hun zus en de kat. De broers noemen elkaar bij hun nummer, van Tien tot Eén, en spreken hun zus maar gewoon aan met ‘Zus’. Elke dag gaan de broers vroeg op pad (“op avontuur”), terwijl Zus thuis blijft om boontjes te doppen voor de spek en bonen in de avond. Als de broers ‘s avonds thuis zijn gekomen en hebben gegeten, gaan ze naar bed, terwijl Zus de vaat doet. Na de afwas gaat Zus echter niet naar bed, maar ze sluipt op haar sokken naar buiten om naar de sterren te kijken. En zo gaat het altijd. Tot op een ochtend Zus met de broers mee wil. Alle broers protesteren:
'Nee Zus. Dat kan niet
Dat is niets voor jou.'
Alle broers protesteren, op één na: Eén.
Eén haalt zijn schouders op en zegt:
'Waarom niet?'
Maar de meeste stemmen gelden, dus Zus blijft thuis.
Net als altijd.

Is het een boek met een boodschap? Ja, eigenlijk wel: het boek is heel goed te lezen als een “pleidooi voor emancipatie”. Maar waar de meeste kunst met een duidelijke “boodschap” minder focust op de stijl dan op de inhoud, is dit boek ook stilistisch bijzonder en ontzettend knap.

Het belangrijkste motief van dit boek is wel het schoeisel-motief, waar ook de titel van het werk naar verwijst. De tien broers dragen allemaal laarzen:
Ze stonden stevig in hun schoenen,
met beide benen op de grond.
Zus daarentegen draagt geen laarzen of schoenen, maar klompen. In de avond doet ze die uit om samen met de kat naar buiten te gaan, allebei nadrukkelijk op kousenvoeten. Buiten kijken ze naar de sterren en Zus vertelt “oude verhalen in de verleden tijd”. Deze oude verhalen zijn allemaal sprookjes, waaruit de personages hun helden, hun rolmodellen kiezen. Zus vertelt de kat van de Gelaarsde Kat.
De kat luistert.
Het is griezelig en toch mooi.
Griezelig mooi.
Vooral van de Gelaarsde Kat.
Dat was een echte held.
Een held met laarzen aan.
Die kat ging op reis.
De wijde wereld in.
Dat is zijn lievelingsverhaal.
‘Ik ga ook op reis,’ denkt de kat.
‘De wijde wereld in.
Ik ben ook een held.
Een held op sokken.’
Op een dag gaat de jongste broer Eén ook mee naar buiten (op kousenvoeten) met Zus en kat naar de sterren kijken. Eén past niet echt tussen zijn andere broers: waar zijn broers vooral bezig zijn met kijken wie het verste kan springen of het hardste kan lopen, heeft Eén meer talent voor zang. Maar zingen telt niet echt, want “dat staat niet stoer”. Daarom valt Eén wat buiten de boot. Onder de sterren vindt Eén ook een rolmodel in de oude verhalen: Klein Duimpje. Ook weer een held met laarzen, zevenmijlslaarzen zelfs.
Alleen Zus haalt haar rolmodel niet echt uit sprookjes: ze vertelt de sprookjes vooral omdat ze die hoorde van haar grootmoeder, die ze nu mist. Zus’ rolmodel is dus eigenlijk haar grootmoeder.
Zo fungeren de laarzen aanvankelijk als een soort machtssymbool: wie de laarzen draagt, is de held. Maar later in het verhaal blijken ook de helden op sokken “ware helden”. Sterker nog: in de finale van het boek trekken de broers hun sokken uit om de held uit te hangen. Zo worden alle personages echte helden op sokken, en is de hiërarchie in de schoeisel verdwenen. Iedereen, de broers, de zus en de kat, loopt op kousenvoeten.

Het verhaal in dit boek is ook weer zo meta als de pest. De vorm van het verhaal lijkt expliciet naar sprookjes te verwijzen, zie ook de ‘Er was eens’ aan het begin, maar tegelijkertijd rekent het boek ook duidelijk met die sprookjes af: de clichématige helden op laarzen maken plaats voor de helden op sokken. Hiermee lijkt het boek zich niet echt als sprookje te willen presenteren. Toch wordt dit verhaal aan het einde met de “oude verhalen” genoemd:
Willemijn [=Zus] vertelt een verhaal.
Van Roodkapje en de Boze Wolf.
Van de Gelaarsde Kat.
Van Kleinduimpje.
Of van Helden op Sokken.
Is het dan toch een sprookje? Enerzijds wel, anderzijds niet: de sprookjes worden namelijk “oude verhalen in de verleden tijd” genoemd, en dit verhaal is weliswaar een oud verhaal, maar het is in de tegenwoordige tijd geschreven.
Zo speelt dit boek dus met dit gegeven. Uiteindelijk zou ik zelf tot de slotsom komen dat dit boek een modern sprookje is: het speelt met de klassieke elementen, maar rekent er tegelijkertijd mee af. Het is een modern sprookje, net zoals ‘Lampje’ van Annet Schaap. Het beste sprookje wat je hebben kan.

Pas aan het einde van het boek krijgen alle personages namen. Dit is een fenomeen dat doet denken aan Middeleeuwse verhalen: in veel Middeleeuwse teksten blijven de personages naamloos tot aan het einde. Een bekend voorbeeld is Beatrijs: het hele verhaal lang wordt er slechts gesproken over ‘een non’, ‘een vrouw’ et cetera, om aan het slot pas haar naam te noemen. Waarschijnlijk deed men dit destijds in de eerste plaats om het verhaal dichter bij de lezer te brengen: de naam ‘Beatrijs’ verwijst immers slechts naar één persoon, maar hoe vager je het houdt, hoe meer mensen het aanspreekt. In de tweede plaats was de naam hiermee een soort beloning: aan het einde heeft de non haar lesje geleerd en wordt ze bij haar naam genoemd als een soort beloning voor haar devotie.
Ook bij ‘Helden op sokken’ zouden de namen deze functies kunnen hebben: door de simpele aanduidingen ‘zus’ en ‘broer’ en ‘kat’ spreekt dit verhaal tot iedereen. Aan het einde heeft iedereen haar of zijn eigen, persoonlijke queeste volbracht en worden het ook daadwerkelijk expliciet afzonderlijke personen: geen nummers, maar namen.

Er zijn, zeker tegenwoordig, meer kinderboeken met een feministische/geëmancipeerde “boodschap”. Hoewel ik de achterliggende gedachte vrijwel altijd absoluut onderschrijf, heb ik vaak mijn twijfels bij de uitwerking van deze ideeën. Ook in de filmwereld vind ik de emancipatie niet altijd geslaagd. Wat je tegenwoordig vaak ziet, is dat de vrouw de rol speelt die traditioneel met een man geassocieerd wordt. Hoewel ik deze keuze begrijp, zit het mij niet helemaal lekker, omdat hiermee eigenlijk geïmpliceerd lijkt te worden dat de traditioneel mannelijke rol het ideaal is, alsof “de vrouwen meer (traditioneel) man moeten worden”. En dat is alles. Daar ben ik het niet mee eens. Zelf ben ik veel meer een voorstander van wederzijdse emancipatie. (Eigenlijk een beetje zoals Jasperina de Jong in de musical ‘De Engel van Amsterdam’ (tekst: Lennaert Nijgh / muziek: Joop Stokkermans) zingt: ‘De vrouwen veel meer mans en de mannen veel meer mens.’)
En dat doet dit boek in mijn ogen op een heel goede manier: aan het einde van het boek zijn de zussen en broers op een geweldige manier wederzijds geëmancipeerd.

Nu heb ik het in mijn stukje vooral gefocust op het sociale engagement in dit werk, maar er valt ook stilistisch voldoende te beleven. De tekst doet qua vorm sterk denken aan oude vertellingen. Allereerst al vanwege de klassieke opening: ‘Er was eens’, maar ook wat de schrijfstijl betreft: de ritmische regels vol terugkerende motieven is bijna meer poëzie dan proza. Het echoot de Griekse mythen van Imme Dros, maar ook 'Zwart als inkt' van Wim Hofman, dat in 1998 de Gouden Griffel won. Verder doet de poëtische vertelvorm natuurlijk ook sterk denken aan Middeleeuwse literatuur, toen alles nog in poëzie geschreven werd. De poëtische regels van Annie Makkink staan vol taalplezier: ze verwijst veelvuldig naar spreekwoorden en gezegden. Bijzonder tof.

Verder wil ik absoluut de geweldige illustraties van Marit Törnqvist genoemd hebben. Haar tekeningen en de mooie grafische vormgeving tillen dit werk echt naar een hoger niveau.

Grappig trouwens dat dit boek zoveel stemmen heeft hier. Ik vraag me af hoe dat komt. In ieder geval ben ik er wel blij mee, want door het grote aantal (positieve) stemmen ben ik dit boek op het spoor gekomen.

Gast
geplaatst: vandaag om 09:40 uur

geplaatst: vandaag om 09:40 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.