Heb deze opgepakt kort na Kundera's overlijden, als één van zijn laatste nog ongelezen romans. De toepasselijke titel en thematiek maakte het al een bijzondere ervaring, maar de basis is natuurlijk in de eerste plaats de enorme kwaliteit waarmee Kundera hier uitpakt.
Onsterfelijkheid is Kundera's laatste in het Tsjechisch geschreven roman, terwijl hij al enige tijd in Frankrijk woonde. Het is in mijn ogen ook qua stijl en romanfilosofie de culminatie van zijn eerdere Tsjechische werk, omdat hij alle thematiek combineert en dit verpakt in een zeer expliciet toegepaste post-moderne stijl. Kundera maakt zichzelf onderdeel van de roman en speelt vrijelijk - en op grootse wijze - met de personages en verhaallijntjes die elkaar steeds opnieuw blijken te kruisen. Het is wellicht iets theoretischer en intellectueler geschreven, en door inhoudelijke verwijzingen naar zijn eerdere werk (met name
De Ondraaglijke Lichtheid en
Het Leven is Elders) niet per se voor beginners. Toch blijven zijn verhalen een lust voor ieders oog en hart, omdat hij ondanks zijn cynische insteek en intellectuele benadering verbazend goed kan ontroeren.
Zoals anderen al schreven is het vrijwel continu genieten geblazen, ofwel door het spel met personages en verhaallijnen, maar ook door Kundera's kwaliteit (en niet-aflatende drang) om psychologische inzichten om te talen in schitterende metaforen en smakelijk beschreven, vaak groteske handelingen van zijn karakters. De passages over imagologie zijn inderdaad buitengewoon sterk, maar ook het uitpluizen van de 'gebaren' en handelingen van personages, in dit geval bijvoorbeeld Bettina, Laura en Agnes - hun motieven en de gevolgen voor hun handelen - is een waar genot.
Laten we intussen het thema van dit boek niet vergeten - onsterfelijkheid. Kundera raakt met allerlei variaties op dit thema aan de eeuwige vraag over zingeving, die door zijn personages verschillend wordt ingevuld. Naast zijn fictieve karakters voert hij met name Goethe op, aan wiens hand hij analyseert wat 's mensen persoonlijke wens tot onsterfelijkheid inhoudt en wat daarvan overblijft. Dit doet Kundera op verschillende momenten in de roman, vaak door het samenbrengen met verschillende fictieve en minder-fictieve karakters (onder meer Hemingway en Beethoven). Ik vond dit buitengewoon sterk gedaan: hij laat zien welke waarden een rol kunnen spelen, en toont bovenal de beperkte menselijke controle over zijn/haar plek in de geschiedenis:
Onsterfelijkheid, al kun je haar vooraf modelleren, manipuleren en voorbereiden, [zal] zich nooit verwezenlijken zoals gepland. Fantastisch is ook zijn bespreking via Goethe en Hemingway van het 'Eeuwige Tribunaal' dat voor kunstenaars is weggelegd. Aan de hand van allerlei half-geconstrueerde verhalen en rond Goethe en zijn jonge aanbidster werkt hij bijvoorbeeld de stelling uit dat een autobiografie geschreven wordt omdat de mens doorgaans alleen zijn eigen interpretatie van diens leven duldt.
In
Onsterfelijkheid duidt hij die diepste motieven met het germaanse 'Grund', in tegenstelling tot bijvoorbeeld ook het nederlandse 'reden' dat afgeleid is van het latijnse 'ratio'. Op deze manier kleurt Kundera zijn idee over wat mensen drijft, bijvoorbeeld om zich aan te melden bij radicale ideologieën ('altijd absoluut modern zijn!' - uit
Het Leven is Elders), en analyseert hij niet alleen de menselijke drang tot onsterfelijkheid, maar ook de mogelijk sterfelijke waarde van cultuur. Hij analyseert op karakteristieke emoties als jaloezie, nijd, en de interactie met andere beweeg-'redenen' die bij zijn personages spelen zoals het begrip van Agnes voor haar vaders verlangen om zijn leven te ontvluchten dat - door onjuiste of onvolledige interpretatie van haar handelen - woede opwekt bij haar jongere zus Laura. Kundera speelt continu met emoties en redenen, nuanceert ze, en zet ze om in groteske gebaren (de bril van Laura, het wuiven van Agnes, de rebellie van professor Avenarius), die als hyperbolische en vaak hilarische symbolen fungeren en voor een wervelwind aan prachtige beschouwingen zorgen.
Aan het eind van zijn anekdotes komt hij met conclusies die vaak kathartisch werken door de logica waarmee hij zijn verhaal heeft opgezet en waarin de lezer zich wel móet vinden. Hij vat deze samen in prachtig scherp geformuleerde aforismen. Kundera doet dit bovendien geregeld ook even tussen neus en lippen door (bijvoorbeeld als Agnes zich schaamt over vlekken in het matras als gevolg van haar eerste menstruatie:
De kern van onze schaamte ligt niet in een persoonlijke fout van ons, maar in de vernedering te moeten zijn wie we zijn zonder dat we het hebben gekozen, en het ondraaglijke gevoel dat die vernedering aan alle kanten zichtbaar is.)
Of hij komt uit het niets met heerlijk creatieve verzinsels, waarvan niet altijd duidelijk is of hij dit ironisch-pretentieus bedoelt:
De weg verschilt van het pad niet alleen omdat er auto's op rijden, maar omdat hij een lijn is die twee punten verbindt. Het pad is een ode aan de ruimte.
Onsterfelijkheid staat bol van passages en inzichten die Kundera's opvattingen over leven en dood kenschetsen. Het bevat onder meer de momenteel veel aangehaalde passage over de
lachwekkende manier waarop Musil aan zijn einde kwam. Tegelijk zitter er veel fragmenten in die zijn filosofie over de roman weergeven:
Is soms alles dat geen dolle wedloop is naar de uiteindelijke ontknoping vervelend? Verveel je je soms terwijl je deze prachtige eendebout kauwt? Haast je je naar het einde? Integendeel, je wilt dat de eend zo langzaam mogelijk bij je naar binnen glijdt en dat de smaak eeuwig blijft. Een roman moet niet lijken op een wielerronde, maar op een feestmaal met vele gangen.
Kundera blijft mijn een van mijn favoriete schrijvers door zijn ongeëvenaarde vermogen om schitterende verhalen te schrijven en die te vermengen met prachtige intellectuele en psychologische inzichten. Zoals
eRCee hierboven al schreef hanteert hij een typische structuur die bijzonder goed werkt. Het komt over als een fuga, te beginnen met een klein idee, een gedachte, een thema; dit vervolgens te projecteren op expliciet geïntroduceerde personages en een boeiend verhaal of anekdote waarin zijn idee wordt uitgewerkt, om dan terug te keren naar zijn thema met een andere variatie, vaak zelfs zijn eerdere gedachten nuancerend ('maar let op!') en zelfs de 'kijker' op zijn nummer zettend, en dan nog eens, doorheen dit proces, te reflecteren op wat hij aan het doen is in zijn roman. Hij presenteert met de vrijheid van de schrijver fictieve interacties tussen personen uit verschillende momenten in de geschiedenis en creëert zo een ongekende literaire ruimte voor zichzelf om te improviseren op zijn thema.
Deze stijl maakt dat veel van zijn boeken, en vooral
Onsterfelijkheid, romans en literatuurkritiek inéén zijn. Ik schreef bewust 'kijker', omdat Kundera de lezer eigenlijk zijn roman in trekt als ware hij toeschouwer en deelnemer in het opgevoerde toneel. Hij forceert je enerzijds op afstand te blijven door op meta-niveau over zijn roman en personages te schrijven, en tegelijk je onderdeel van dat schouwspel te maken door de rake analyses over tal van hoofdzaken en je te dwingen om je tot de motieven van personages te verhouden.
RIP Milan Kundera, die met zijn verscheiden eenvoudigweg doet wat hij in zijn werk betoogt. Zonder poespas, zonder zich publiekelijk te hebben bekommerd over zijn
imago. Het is passend, en toch laat het gevoelsmatig een leegte achter. Kundera laat een meesterlijk oeuvre na (en bovendien zeer inzichtelijke non-fictie over Centraal Europa), dat door zowel inhoud als kwaliteit elk 'tribunaal' zou overleven, al zal dat voor hemzelf, op basis van
Onsterfelijkheid, wellicht irrelevant zijn.