menu

Nesmrtelnost - Milan Kundera (1990)

Alternatieve titels: Onsterfelijkheid | L'Immortalité

mijn stem
4,17 (21)
21 stemmen

Tsjechisch
Psychologisch

350 pagina's
Eerste druk: Gallimard, Parijs (Frankrijk)

Een aantal verhalen waarbij de onsterfelijkheid centraal staat. Kleine onsterfelijkheid, herinnerd worden door je naasten, of grote onsterfelijkheid, adoratie bij het grote publiek tot eeuwen na de eigenlijke dood. Goethe gaat voor de Grote Onsterfelijkheid, Agnes voor de kleine onsterfelijkheid. Maar op het einde van de rit blijkt dat de verschillen tussen beide protagonisten klein zijn.

zoeken in:
5,0
“Onsterfelijkheid” is mijn 2e van Kundera, ruim een jaar na “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” gelezen te hebben. Een fascinerend verhaal verdeeld in 7 delen. De delen staan niet apart, maar bieden de lezer steeds een verschillend perspectief op het eigenlijke verhaal. Kundera, de schrijver zelf, is vaak ook nadrukkelijk in zijn verhaal aanwezig, veranderlijk speelt hij dan weer een personage dan weer een commentator. Kundera maakt op een briljante manier gebruik van de geschiedenis en selecteert er fragmenten uit, laat historische bekendheden opdraven, past ze op een ingenieuze manier in. De ‘sterfelijke’ dus ‘menselijke’ personages (maar deze zijn natuurlijk in werkelijkheid ook bedenksels), staan tegenover de onsterfelijke (historische) doden, constant overlappen deze twee werelden elkaar: ze kijken naar elkaar. De reikwijdte van kundera’s fantasie is enorm en niemand hoeft er dan ook verbaasd over te zijn dat Goethe en Hemmingway elkaar ontmoeten in het hiernamaals. Deze en tal van andere rariteiten tillen het verhaal naar een nog hoger plan, brengen ons naar hoogtes en langs afgronden, maar benadrukken vooral hoe de personages (tijdsbeelden) zich verhouden tot elkaar. Het menselijke verhaal in de vorm van Agnes of Rubens (mijn favoriete personages), blijft even krachtig overeind, bij al dat gebulder van het bovenmenselijke, het onsterfelijke.

3,5
Het meest creatieve boek dat ik ken van Kundera en van uberhaupt schrijvers. Exemplarisch hoe Kundera in dit boek vertelt dat hij het boek zelf Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan wil noemen, erop aangesproken wordt dat dat boek al bestaat en dan aangeeft dat dat inderdaad zo is, zelfs van zijn hand is, maar dat hij die titel had moeten bewaren voor dit boek. Ook knap hoe het boek interessant blijft ondanks het zeer gefragmentariseerde karakter. Slechts deel zes vond ik ietwat minder onderhoudend (bij contrast dan wel te verstaan). Kundera blijft een geweldenaar. Lezen dit!

avatar van omsk
5,0
Kundera gebruikt zijn geijkte thema's: universele menselijke hartstochten, en hoe die zich ontwikkelen in verschillende politieke contexten en tijden. Maar hij gaat in deze roman schetsmatiger te werk: de lezer wordt betrokken in de creatie van het hoofdpersoon. Daarmee wordt het personage als een decorstuk opgevoerd, zoals de schrijver dat afwisselend ook met Goethe, met Hemingway en met zichzelf doet.

Het hoofdstukje waar ik het vaakst aan terugdenk is dat over imagologie. Onder dat kopje beweert Kundera dat de grote ideeën - Marxisme, socialisme, liberalisme - plaats hebben gemaakt voor hapklare leuzen beelden, en niets meer te maken hebben met een logisch systeem. Het woord imalogie komt na dit schijnbaar op zichzelf staande hoofdstuk niet meer in het boek voor, maar als iets uit de ontmoeting van Goethe en Hemingway blijkt is het dit: de mens en zijn ideeën zijn sterfelijkheid, zijn imago niet.

5,0
Net als Panomarix vind ik dit het meest creatieve en rijkste werk van de literaire grootmeester, en behoort het tot de meest inspirerende boeken die ik ooit gelezen heb...
De latere kleinere (Franse) romans (en essays) van Kundera worden hier naar mijn gevoel gewoon door overschaduwd...

avatar van Geerard
4,5
In het hoofdstuk dat Panoramix hierboven aanhaalt schrijft Kundera dat de inhoud van zijn boek niet te vertellen is. "Jammer" schrijft zijn metgezel.
Niet jammer. Een voordeel. Deze tijd stort zich op alles wat er ooit geschreven is om het te bewerken voor films, televisieprogramma's of stripverhalen. Omdat het essentiële van een roman juist ligt in wat je niet anders kan zeggen dan door een roman, blijft in elke bewerking alleen het niet essentiële over. Elke idioot die vandaag de dag nog romans schrijft, moet ze zo schrijven dat ze nooit kunnen worden bewerkt, met andere woorden: dat ze niet kunnen worden naverteld.

Ik dacht hierbij aan het eerdere hoofdstuk over de imagologie (ook hierboven aangehaald door Omsk): een opeenvolging van suggestieve beelden en leuzen over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij. Ik vraag me af of Kundera deze gedachte bewust heeft toegepast in het hoofdstuk (en in vele anderen?) met de dialoog hierboven. Schrijven dat je boek nooit bewerkt kan worden wekt natuurlijk bij iemand de gedachte op dat alles te bewerken is om vervolgens daarvoor eigenhandig het bewijs te leveren (gemotiveerd door het beeld dat anderen hem zullen prijzen voor het 'ontkrachten' van Kundera met zijn eigen roman). Ik heb even Kundera's boekverfilmingen opgezocht maar tot op heden lijkt deze amusante gedachte niets meer dan alleen dat

Verder in het kort: dit is een heel goed boek dat ik veel te snel uitlees voor een roman die zoveel interessante ideeën bevat. En kort na mijn besluit om na Het Evangelie volgens Jezus Christus veel meer te gaan lezen van Jose Saramago, heeft dit boek precies hetzelfde voor me gedaan betreffende Milan Kundera.

avatar van Theunis
4,0
geplaatst:
Ergens na halverwege, redelijk diep onderweg in deze roman, laat Kundera een zijn hoofdpersonen iets vertellen over dit boek. De lezer zou dan inmiddels de draad kwijt kunnen zijn, omdat dit geen doorsnee roman is. Dit boek heeft niet een gemakkelijk aanwijsbaar begin, midden en een eind, geen traditioneel plot. En, zoals alle schrijvers iets willen vertellen, vertelt Kundera hier iets mee. Niet alleen over zijn persoonlijke redenen, maar vooral over de tijd waarín hij het boek schrijft.

“Deze tijd stort zich op alles wat er ooit geschreven is om het te bewerken voor films, televisieprogramma’s of stripverhalen. Omdat het essentiële van een roman juist ligt in wat je niet anders kan zeggen dan door een roman, blijft in elke bewerken alleen het niet essentiële over. Elke idioot die vandaag de dag nog romans schrijft, moet ze zo schrijven dat ze nooit kunnen worden bewerkt, met andere woorden: dat ze niet kunnen worden naverteld.”

Kundera, één van de idioten die gelukkig nog steeds romans schrijft, heeft een originele manier gevonden om te zeggen wat hij te zeggen heeft. En dat is nogal wat. Hij schept wel een aantal hoofdpersonen en is er vanaf het begin duidelijk over. Nadat hij een vrouw naar twee mannen heeft zien zwaaien bij een zwembad fantaseert hij een leven rondom deze Agnes.

“Met haar trouwen verloor Agnes de vreugde van de eenzaamheid: ze werkte acht uur per dag met twee collega’s op een kamer; daarna ging ze naar huis, naar hun vierkamerflat.”

Ja, Agnes’ levensverhaal circuleert door het boek heen. Het gaat over haar zus, het verschil tussen hen. Over de mannen in hun leven. Het is de fundering waar het boek de op rust, het verhaal waar Kundera steeds naar terug kan keren. Zoals bij veel doorsnee romans, boeken die gemakkelijker na te vertellen zijn, dienen de hoofdpersonen een ander doel: de thema’s uitwerken.

Eén van de thema’s is de postmoderne maatschappij. Wat me opviel was dat Kundera al zo scherp heeft beschreven wat nu, dertig jaar later, nog steeds, en misschien wel meer dan ooit, relevant is. Zo zoekt Agnes rust in het drukke, overspannen bestaan waarin we leven.

“Eens werden beide collega’s ziek en werkte ze veertien dagen alleen op de kamer. Ze constateerde met verbazing dat ze ’s avonds veel minder moe was. Sindsdien wist ze dat blikken op gewichten leken die haar neerdrukten, of op kussen die de kracht uit haar wegzogen; dat de rimpels in haar gezicht waren gegrift door de naalden van blikken.”

En daarna, om het boven de hoofdpersoon uit te tillen, zegt hij iets over het gebruik van de alwetende camera’s die ons overal kunnen volgen en de gevolgen daarvan.

“Dagelijks worden we door duizenden blikken doorboord maar dat is niet genoeg: daarenboven moet er nog één enkele blik worden geïnstitutionaliseerd die ons geen minuut zal verlaten, die ons zal volgen op straat, in het bos, bij de dokter, op de operatietafel, in bed; het beeld van ons leven zal integraal worden opgeslagen om elk gewest moment te kunnen worden gebruikt bij een juridisch geschil of op aandringen van de publieke nieuwsgierigheid.”

Dit is één van de belangrijkste discussie van de afgelopen jaren en dit zal voorlopig, laten we daarop blijven hopen, nog wel even discussie blijven. In hoeverre is privacy nog iets waarover we zelf beslissen? Wat me ook hier opviel is dat dus ook al in 1990 (ik was toen zes jaar oud) een thema was.

Ook de invloed van de media en daarmee de opkomende globalisering wordt al benoemd. We zijn al blind aan het worden de eigen omgeving en worden al zo vaak het beeldscherm ingesleurd.

“Mijn buurman in Parijs brengt zijn tijd door op kantoor, waar hij acht uur tegenover een andere ambtenaar zit, daarna stapt hij in de auto, komt thuis, zet de televisie aan en wanneer de presentator hem meedeelt dat volgens de laatste opiniepeiling de meeste Fransen hun vaderland het veiligste land van Europe vinden (…), ontkurk hij van pure blijdschap een fles champagne en komt nooit te weten dat juist die dag in zijn straat drie inbraken en twee moorden zijn gepleegd.”

Kundera spreekt over de “imagologische macht”, de opiniepeilers die het volk met vragen bombarderen als: komt er een oorlog? Het is de schijnwerkelijkheid die we voor onszelf optrekken en waarin we blind zijn gaan geloven. “Omdat ze nooit in conflict komt met het parlement van de waarheid, zal de macht der imagologen altijd in waarheid leven.” Even verderop: “ideologieën hoorden bij de geschiedenis, de macht van de imagalogie daarentegen begint waar de geschiedenis eindigt”.

De effecten hiervan op de politiek en daarbij op onze schijnbaar broze democratie zijn inmiddels duidelijk. In tijden van nepnieuws en opkomend populisme is imagologie, zoals Kundera het noemt, van doorslaggevende betekenen.

“De politicus is afhankelijk van de journalist. Van wie zijn journalisten afhankelijk? Van de imagologen. Een imagoloog is iemand vol overtuiging en principes: hij eist van de journalist dat diens krant (televisie, radiozender) beantwoordt aan het imagologische systeem van het moment.”

Tafels van praatprogramma’s worden dagelijks bezet door imagologen. Expertise over de besproken onderwerpen aan dergelijke tafel is van ondergeschikt belang. Kijkcijfers regeren.

Het andere grote thema van het boek, en dat zal door de titel niet verrassend zijn, is onsterfelijkheid. Kundera schrijft in verschillende hoofdstukken over Goethe, of beter: over de vrouw die zich aan Goethe opdringt om op deze manier onsterfelijkheid te vergaren.

“Met haar schets voor het standbeeld liet Bettina toen voor het eerst ondubbelzinnig blijken wat van meet af aan in het spel was geweest: onsterfelijkheid. Bettina sprak dat woord niet uit, zwijgend raakte ze het maar even aan, zoals je een snaar aanraakt die daarna lang en zacht blijft klinken.”

Het enige dat je na je dood nog hebt is je onsterfelijkheid. Dat ik over Bettina schrijf, dertig jaar nadat Kundera heeft gedaan, eeuwen na haar dood, brengt haar in zekere zin weer tot leven. Het was Bettina’s enige kans, zo schrijft Kundera, op onsterfelijkheid.

“Hoe ouder (Goethe) werd, hoe aantrekkelijker, want hoe dichter hij bij de dood stond, hoe dichter ook bij de onsterfelijkheid.”

Onsterfelijkheid zal ook Kundera hebben bezig gehouden. Toen hij dit boek schreef werd hij bijna vijftig, de leeftijd waarop je je realiseert dat je waarschijnlijk al op of over de helft van je leven bent. De dood komt om de hoek kijken.

“Tot op een zeker ogenblik ligt de dood te ver weg om ons ermee bezig te houden. Hij is ongezien en onzichtbaar. Dat is de eerste, gelukkige fase van ons leven. Maar daarna beginnen we de dood vóór ons te zien en kunnen we de gedachte eraan niet kwijtraken. De dood is bij ons. En omdat onsterfelijkheid aan de dood vastzit, net als Hardy en Laurel, kunnen we zeggen dat ook onze onsterfelijkheid bij ons is. En zodra we haar aanwezigheid beseffen, beginnen we ons er hartstochtelijk om te bekommeren. We laten een smoking voor haar maken, kopen een stropdas voor haar, uit angst dat iemand anders verkeerde kleren en een verkeerde stropdas uitzoekt. Dat is het moment waarop Goethe zijn memoires begint te schrijven.”

Om af te sluiten: wat dit boek zeker ook de moeite waard maakt is de taal. De stijl van Kundera is onderhoudend, zijn beeldspraak is treffend. Zijn woorden zijn raak en de juiste woorden gebruiken is belangrijk, zoals Kundera zelf onderstreept als het heeft over het verschil tussen rede en ratio: “In het Duits heet de reden Grund en dat woord heeft met de Latijnse ratio niets te maken, het betekent oorspronkelijk de grond en in tweede instantie de basis.” In ons diepe innerlijk, zegt Kundera, zit een reden, een Grund, “die doorlopend de oorzaak is van onze daden, de grond waaruit ons lot opkomt.” Ratio daarentegen, of redenen die we voor iets totaal onbenulligs lijken te hebben zijn vaak absurd, ongegrond. Prachtig hoe taal zoveel kan zeggen, zoveel verschil kan maken.

Nee, dit boek is niet na te vertellen. Wel had ik na het lezen veel over dit boek te vertellen. Kundera is in zijn opzet geslaagd. Hopelijk is hij ook door mijn bescheiden stukje zelf ook een klein beetje onsterfelijker geworden.

Gast
geplaatst: vandaag om 13:40 uur

geplaatst: vandaag om 13:40 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.