Eerste indrukken zijn toch niet altijd de beste.
Zo vond ik
Naar Magnitogorsk na eerste lezing een behoorlijk nikserig boekje, geschreven in de zelfde enigszins houterige stijl die ik me ook nog van
Au Pair meende te herinneren.
Maar als er
Willem Frederik Hermans op staat, en het verhaal als een zelfstandige uitgave in de handel is gebracht, als om het belang er van te benadrukken, ga je je natuurlijk afvragen of je het wel goed ziet.
Naar Magnitogorsk is geschreven in de zomer van 1990, vlak na de val van het IJzeren Gordijn.
Dertig jaar nadat Hermans de vriendschap met Gerard Reve abrupt beëindigde was de zaak kennelijk voldoende verjaard om Reve’s communistische vader, die daadwerkelijk in Magnitogorsk is geweest, en geleerde broer Karel te gebruiken als de kapstok om dit verhaal aan op te hangen.
Het boekje gaat over iemand die angst heeft voor magnetisme maar er ook door gefascineerd is.
Alles valt op z’n plaats als je het magnetisme vervangt door het communisme, dat voor de één de aantrekkingskracht had van het paradijs, terwijl het de ander afstootte als het ultieme kwaad:
Het leek of die magneet kon nadenken, of hij een geheim kende dat mij bedreigde en hij mij zijn macht zou laten voelen, als ik iets doen zou dat hem onwelgevallig was.
Er is trouwens nog een verbinding met de familie Van het Reve: waar Hermans het heeft over een gigantische Siberische magneet, ontvouwt Karel in zijn
Siberisch dagboek dat er daar ergens een alles verslindende afgrond moet zijn waar een groot gedeelte van de Sovjetproductie in verdwijnt…
Hermans schreef dus helemaal niet zo’n nikserig boekje, en die houterige stijl was bij herlezing ook verdwenen, alsof er ijzer in zat.
Dit alles betekent natuurlijk wel dat
Au Pair maar weer eens herlezen moet worden…