TomWaitz
Jan Lauwereyns is een Vlaamse wetenschapper die zich heeft gespecialiseerd in de cognitieve en neurale mechanismen van aandacht aan de Universiteit van Kyushu in Japan. Hij schrijft ook grensverleggende literatuur. Daarvoor heeft hij veel samengewerkt met kleine uitgeverijen, zoals DRUKsel uit Gent. Voor de poëziebundel Hemels blauw kreeg hij in 2012 de VSB Poëzieprijs. Iets in ons boog diep is zijn tweede roman. Opnieuw schrijft Lauwereyns een boek waarin wetenschap en literatuur door elkaar lopen. Het verhaal is bijna bijzaak. Professor Kohara is een saaie moleculair bioloog, gespecialiseerd in rondwormen. Hij leeft samen met zijn dochter van elf en haar grootmoeder. Zijn vrouw is gestorven aan een hersentumor. Kohara’s onderzoeksgroep draait niet meer omdat hij er geen richting aan kan geven. De man zit in een midlifecrisis.
De drie hoofdstukken beschrijven een nacht, een week en een jaar. Elk ervan heeft drie titels die refereren aan de drie stappen in een bewijs, het verhaal en aan het wetenschappelijk aspect dat erin wordt uitgediept. Zo heeft het eerste hoofdstuk de titels GEGEVEN RAAKLIJN A, De lange nacht en 'Twijfel begint'. In die lange nacht stapt de professor uit verstrooidheid een halte te vroeg uit aan de metro en achtervolgt een vrouw die hem intrigeert. Ze blijkt een oude liefde te zijn die werkt in een dubieuze nachtbar. In kennelijke staat steekt Kohara een man een eetstokje in het oog. Gek genoeg wordt dit gegeven verder niet uitgewerkt in het boek, dat sowieso voor een groot deel fragmentarisch blijft. De twijfel regeert vervolgens het hoofdstuk. Al op pagina 5: “Twijfel staat tegenover beweging. Wie de werking van twijfel wil begrijpen, moet de beweging bestuderen.” In het laatste thema is de filosofische titel 'Naar beweging.' Dit is dan ook waar het boek naartoe werkt: het nemen van beslissingen, die in het leven van een man op de afgrond of een man zonder eigenschappen, broodnodig zijn om het leven opnieuw vorm te geven.
Sommige aspecten van de wetenschap zijn voor mij onbegrijpelijk: “Transgene lijnen van wormen worden ingezet om, met behulp van plasmiden, genetische modificaties te veroorzaken, om bijvoorbeeld een caspase te activeren dat tot apoptose van type-A-neuronen leidt.” Bovendien is de auteur erg belezen en strooit met namen: Borges, Shakespeare, Dante, Homerus, Wallace Stevens, Emily Dickingson Descartes, Kant, Diderot. De ernst regeert dus bij Lauwereyns. Maar ik heb genoten van die ernst. Overigens zijn de cursief geschreven stukken poëtische overdenkingen. De auteur raakt diverse thema’s aan: de vivisectie op soldaten, de letter C, tijd, vaderschap, zelfmoord, het niets, La Divina Commedia, het universitaire wereldje en Japan. Lauwereyns knipoogt ook naar de populaire cultuur: in de bar uit het eerste hoofdstuk speelt de clip Gangnam Style. De auteur beschrijft het bloedserieus zodat het grappig wordt. Op een of andere manier heeft het mij allemaal geboeid. Ik raak er zeker niet altijd persoonlijk bij betrokken, maar dat hoeft ook niet het criterium te zijn om boeken op waarde te schatten. Er zitten heel wat inhoudelijke elementen in het boek die andere auteurs zouden verleiden om een tearjerker te schrijven. Jan Lauwereyns heeft een andere weg gekozen en schreef daarmee een ongemeen interessant, fascinerend en elegant boek.