Als er geen woorden zijn…dan zijn er nog altijd gedichten. Laverend tussen proza en poëzie schrijft Michel Faber in ‘Tot leven – Een liefdesgeschiedenis’ het overlijden van zijn vriendin Eva van zich af. Haar multipel myeloom wordt een lang aftakelingsproces, dat Faber pas in de laatste dagen en dus vooral achteraf begon te documenteren. De gedichten capteren flarden van hun gezamenlijke geschiedenis, het zijn snapshots van details, schijnbaar snel bij elkaar gepende herinneringen, waaruit niettemin een onbevattelijk lijden spreekt.
Faber deelt de bundel op in twee stukken, waarbij Eva’s dood de overgang markeert tussen het voor en het na. Ontroerend is niet alleen het spectrum aan rauwe, onversneden emoties waar de auteur mee kampt voor het overlijden, waaronder woede en afgrijzen, maar evengoed verlangen en een haast spirituele honger naar nabijheid. Na de tragische feiten wordt de grondtoon immers gestaag milder, waarbij aanvaarding een ander soort leegte tast- en voelbaar maakt, een gemis dat door afstand in tijd en ruimte gevoed wordt.
Zodoende doorloopt ‘Undying’ alle staties van een klassiek rouwproces, door Faber vanuit zijn particuliere ervaring op papier gezet. Eerlijk, nauwelijks verbloemend, zeer gevoelsmatig, gevoed door de werkelijkheid van alledag: aan de oprechtheid van de auteur, twijfelt de lezer geen seconde. Globaal blijft de teneur grimmig en morbide, hetgeen Faber had mogen compenseren door meer zuurstof (lees: meer abstractie) toe te voegen. Hoewel dat vermoedelijk zou verhinderd hebben dat de bundel als een mokerslag binnenkomt… Hoe dan ook: bij vlagen adembenemend, doch globaal gesproken soms te therapeutisch voor de schrijver, waardoor de lezer wat moedeloos achterblijft in het vacuüm van 's mans intense verdriet…
3*