“Hoe ouder hij wordt, hoe onleesbaarder zijn handschrift is. Zijn hand trilt, een van zijn ogen weigert dienst, de letters vloeien samen. Papa’s uitroeptekens in de kantlijn dragen daar de sporen van. Een klein streepje en een punt. Een brandende kaars. Een gebroken tak. Het vasteland en een eiland.”
Vlak voordat de dementie haar vader’s lichaam binnendrong, hem zijn geheugen, en daarmee een deel van zijn menszijn, vroegtijdig verduisterde, nam Ullmann een aantal gesprekken met hem op. Werksessies, zoals ze ze waren gaan noemen, waarbij ze steeds twee uren met elkaar spraken om aan het einde van het gesprek steeds weer een afspraak te maken voor de volgende keer. Totdat er opeens geen volgende keer meer was. Deze gesprekken tussen vader en dochter, gesprekken die ze gedeeltelijk uit heeft geschreven in het boek, zijn prachtig. Ze geven een klein inkijkje in hoe het contact tussen hen was en hoe lastig het voor haar moet zijn geweest in haar jonge jaren. Want haar vader, Ingmar Bergman, was geen alledaagse vader. Hij was een bekende filmregisseur, trouwde meerdere vrouwen, kreeg bij meerdere vrouwen meerdere kinderen waarvan Ullmann eentje was. Geen overzichtelijk leven voor een opgroeiend kind, geen simpele antwoorden, maar wel een unieke kijk op de wereld.
Dat blijkt ook uit het boek. Want de manier waarop het boek is opgebouwd – de verschillende stijlen die ze hanteert, het springen in de tijd, de geciteerde werken van o.a. Pessoa (de titel van het boek is niet voor niets de titel van het boek), de anekdotes die in elkaar over springen – is bijzonder te noemen. Ergens schrijft ze zelf dit over het schrijfproces.
“Ik herinner me wat er gebeurde, ik denk dat ik me herinner wat er gebeurde, maar ongetwijfeld zal ik wat verzonnen hebben, er kwamen verhalen bij me boven die telkens opnieuw werden verteld en verhalen die maar één keer werden verteld, soms luisterde ik en soms luisterde ik maar met een half oor, dit alles leg ik naast elkaar, ik laat het botsen en probeer een richting te vinden.”
Ja, denk ik, ja! Laat alles maar botsen en zoek een richting en laat die richting niet bepalen door hoe iets zou moeten of hoe iets eerder is bedacht. Nee, kies je eigen richting, zoals je vader deed en het komt wel goed. Want je voelt alles zo goed aan, je kijkt zo goed, je herinnert zo goed, want, zo schrijf je ergens: “herinneren betekent om je heen kijken, steeds opnieuw en elke keer met evenveel verbazing”. En daarmee heb je een niet alledaags, bijzonder boek geschreven die boven de genres uitstijgt. En misschien heb je zelfs laten zien dat je hebt leren kijken met de ogen van je vader, omdat dat de enige manier is waarop je hem zou kunnen begrijpen. Misschien. Laat ik terughoudend zijn, zoals Linn Ullmann terughoudend is. Want het is zijn dochter die hier schrijft, niet de vader, nee, de dochter. Het enige wat me evident lijkt is dat je een vader als de hare pas kunt begrijpen door te kijken zoals Linn Ullmann heeft geleerd. Want als kind wil je je ouders begrijpen en om haar vader te begrijpen heeft ze moeten leren kijken zoals ze doet.
En zo probeert ze, om af te sluiten, ook naar haar dochter te kijken. In een prachtige passage laat ze dit merken, laat ze zien dat ze weet dat de toekomst dichtbij is en dat ze open moet staan voor wie haar dochter aan het worden is:
“Ik moet voorzichtig zijn als ik haar wil beschrijven. Dat kan ze zelf. Af en toe overrompelt ze me met een blik die boordevol is van zichzelf, van heel iemand anders die in haar kindertijd sterk naar voren komt en haar haar hele leven zal vergezellen, zelfs als ze haar jeugd heeft verlaten, of wanneer die haar heeft verlaten.”
Wie weet, dagdroom ik, wie weet komt er over aantal jaren weer een prachtig meesterwerkje uit, een kunststukje van heel iemand anders, iemand die geïnspireerd is, misschien wel door haar moeder, om anders te kijken.