Ondanks een uitdijende wensenlijst van te lezen boeken hecht ik eraan om een paar keer per jaar gewoon iets op de gok te proberen. Gok is daarbij natuurlijk relatief; meestal gaat het zo dat ik in de bibliotheek ergens naar op zoek ben en in plaats daarvan met iets anders thuiskom, waar mijn oog op gevallen is. Kompas van Enard won de Prix Goncourt in 2015 en heeft een aansprekende flaptekst over muziek en Oriëntalisme, kortom voldoende aanknopingspunten om het een kans te geven.
Toch aarzelde ik na een paar pagina's al of ik wel verder moest gaan, want de stijl stond me tegen. Uiteindelijk was dat mijn eer te na en heb ik doorgezet en hoewel dit aanvankelijk nog wel een goed besluit leek, was stoppen achteraf misschien niet zo gek geweest gezien de uiteindelijke score en de tijd die het gekost heeft.
Mathías Enard beschrijft een Oostenrijkse musicoloog genaamd Franz die, net gediagnosticeerd met een bedreigende ziekte, in een doorwaakte nacht denkt aan het leven achter hem, vooral zijn nooit vormgekregen liefde voor de Orientalistische wetenschapper Sarah. Boven de lange hoofdstukken prijken tijdsaanduidingen uit deze nacht en de uitgever meldt met enig aplomb dat elke bladzijde staat voor anderhalve minuut. Een roman in 'real-time' dus, vergelijkbaar met een film in één take, alleen het voelt nergens zo aan. Het hele principe van de doorwaakte nacht überhaupt is zo bedolven onder de herinneringen dat het niet eens een volwaardige esthetische structuur vormt. Qua narratief kan hetzelfde gezegd worden van de onbereikbare liefde van Franz, want hoewel het verlangen duidelijk is weet Enard geen scenes uit te tekenen die werkelijk gestalte geven aan de relatie, het iets van vlees en bloed maken. Dit geldt bijvoorbeeld heel sterk voor de enige seksscène die uiteindelijk plaatsvindt: die is zo algemeen in z'n lyriek dat het simpelweg niet overtuigt.
Als roman vind ik Kompas eigenlijk goeddeels mislukt. Enard lijkt heel in de verte wat te hebben afgekeken van Javier Marías, met name diens minder verhalende werk (De zwarte rug van de tijd). Hij gebruikt bijvoorbeeld ook lange zinnen, opsommingen, en laat thema's en motieven rondcirkelen en telkens terugkomen. Maar de stijl ontbreekt het aan enige finesse en er zit gewoon algeheel te weinig vertellerskracht in het boek.
Dan blijft nog over de setting, een belangrijke component van deze roman, want Enard situeert zijn boek in de interessante (maar tevens nogal elitaire) wereld van het Oriëntalisme. De lens richt zich hierbij vooral op de 19e eeuw, met name op het gebied van literatuur en muziek. Er zit ontzettend veel kennis in het boek gestopt en hoewel het op detailniveau lang niet altijd relevant lijkt voor de lezer, staat het totaalbeeld wel. Het grote punt dat Kompas wil maken, is dat het Oosten en het Westen elkaar eeuwenlang wederzijds beïnvloed hebben en dat je deze culturen niet uit elkaar kunt trekken, laat staan tegenover elkaar zetten. Relevant, zeker, maar nogmaals is mijn gevoel dat Enard de arabist in dit boek meer het woord voert dan Enard de romancier.
Blij dat het uit is dus en ondanks dat er goede aspecten aan zitten kan ik hier geen voldoende van maken.