Ik vond het een erg boeiend en goed boek. De stijl waarin het boek was geschreven deed me erg aan
C. C. S. Crone (wie o wie kan er voor zorgen dat zijn oeuvre op de site komt?) denken. Zowel Groen als Crone maken gebruik van een wat fragmentarische stijl, waarbij ook door de tijd heen gesprongen wordt. Dit vind ik persoonlijk een erg aardige stijl. Het vervreemdt de lezer af en toe van het boek (bij Groen minder dan bij Crone), maar dat maakt dat je als lezer beter je best moet doen en op deze manier raak je dieper bij het verhaal betrokken.
Ook erg knap vind ik de combinatie van een wat zakelijke schrijfstijl en de ik-persoon. Aan de ene kant gebeuren er verschrikkelijke dingen, maar de ik-persoon behoudt afstand, is meer een observator dan een actor in het verhaal. Ook dit trok mij dieper in het verhaal. Daarbij voorkomt deze stijl ook goedkoop drama (en daarmee goedkoop scoren). Dat is voor mij zeker een pluspunt.
De inhoud van het boek is een knappe verweving van de uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen van de ik-persoon(/auteur? Dat is altijd het 'gevaarlijke' met ik-personen, je weet nooit in hoeverre dit een stijlfiguur of een autobiografisch element is). Het religieuze aspect is ook knap verweven in het boek, al werd dit op een paar momenten wel een beetje een ver van mijn bed-show
(met name de vuurbol) en was het daardoor wel wat lastiger om op die momenten met de hoofdpersoon mee te leven.
Een heel erg indrukwekkende scène,
is de scène waarin de hoofdpersoon haar nachtmerrie probeert te tekenen. Op het moment zelf (dat ik het las), vond ik de overgang (te) abrupt,
van het tekenen en op de grond gooien, naar het "dit is niet goed" van Jan. Daar was ik de draad even kwijt, alsof ik wat gemist had. Maar deze scène,
en vooral de beschrijving van de droom zelf bleef behoorlijk hangen.
Een deel dat ik iets minder geslaagd vond, was de 'pelgrimstocht'. Niet zozeer vanwege de beschrijving of iets dergelijks, maar ik vond het was los van het verhaal staan. (zo van: "dit moet ook nog even verteld worden"). Ik snap wel de functie van het deel (denk ik), maar het komt niet zo over. Misschien dat de overgang te groot is, of dat de focus van het boek (te) veel verschuift. (van innerlijk reisverhaal, door de tijd en de gebeurtenissen, naar uiterlijk reisverhaal naar Santiago). Tegelijkertijjd zitten er in dit deel wel een paar erg mooie scènes (zoals de eucharistieviering, en de chileen).
Ik had zelf al gelijk het vermoeden dat Jakob homo was, vanaf de eerste scene met "God is dood". Ik weet niet of dat ook de bedoeling is van het gedeelte (dat de lezer meer weet, dan de hoofdpersoon)?
De griekse symboliek was bij tijden prachtig verweven (met name de veerman Charon), maar soms was het wel erg duidelijk aanwezig (met name Amor en Psyche).
Grappig trouwens, toen ik de titel eerst las, dacht ik dat er stond "de góden schaken" Als in: de goden trouwen, bemachtigen (met de goden als lijdend voorwerp). Maar het is bedoeld (lijkt mij) als "de goden scháken" (de goden spelen schaak, met de goden als onderwerp).
Ik vond het al met al een erg boeiend boek dat me ergens ook deed denken aan "De Pianist" van Spilzman (vanwege de afstandelijke manier van verschrikkelijke dingen vertellen) en dus ook Crone (ook al een ietwat deprimerende schrijver )
al met al is dit boek zeker 4 sterren waard en ik ben ook benieuwd naar eventueel volgende boeken.