Na het kort na elkaar lezen van de columnbundel Baden-Baden (2025) en het dagboek Van Huis en Haard (2023), kwam ik uit bij de roman Poubelle (2016). Het boek waar schrijver Pieter Waterdrinker graag naar verwijst en waarvan hij de indruk wekt dat het niet de aandacht heeft gekregen die het volgens hem verdient. Na enig herschikken meen ik mijn gedachten hierover nu in een samenhangende vorm op papier te hebben gekregen.
Met Poubelle heeft Pieter Waterdrinker een politieke roman geschreven die een problematisch, suggestief karakter in zich draagt. In het boek wordt de suggestie gewekt dat de betrokkenheid van de Europese Unie bij de Oekraïense crisis mede de voorwaarden heeft geschapen voor de escalatie die uiteindelijk uitmondde in de ramp met vlucht MH17. Die impliciete causaliteit roept eerder de schijn op van een geopolitiek narratief dat verwant is aan de retoriek van de Russische staatsmedia dan aan een onderbouwde analyse.
Hoewel Waterdrinker later heeft erkend dat hij zich heeft vergist in de intenties van Vladimir Poetin en de mate van radicalisering van het Kremlin niet heeft voorzien, blijft hij zijn roman presenteren als een literaire sleutel tot het begrijpen van de oorsprong van het conflict. Volgens hem ligt de kiem van de oorlog in de Maidanrevolutie van 2014 en wordt in Poubelle het gebeuren van a tot z beschreven - want, zo luidt zijn overtuiging: ‘de roman zegt vaak meer de waarheid dan de werkelijkheid.’
Waterdrinker treedt in menig interview op als Ruslandkenner. Hij beheerst de taal, kent de cultuur, heeft er jarenlang gewoond en werkte er als correspondent voor De Telegraaf. Bovenal maakte hij de turbulente nadagen en de uiteindelijke implosie van de Sovjet-Unie van nabij mee. Hij zag hoe het land worstelde met de overgang naar democratie en kapitalistische marktwerking; een transitie die uiteindelijk uitmondde in het Poetinisme: een autoritair, nationalistisch staatsmodel waarin de macht is geconcentreerd rond één leider, gesteund door veiligheidsdiensten en staatskapitalistische netwerken, gelegitimeerd door een narratief van Russische beschavingsmissie en verzet tegen het liberale Westen.
Hoewel Waterdrinker er steevast bij vermeldt geen historicus te zijn, lijkt hij impliciet toch een zekere expertise te claimen: hij zou Rusland beter hebben doorgrond dan velen die er van buitenaf over oordelen. Tegelijkertijd erkent hij dat hij het land inmiddels zelf niet meer begrijpt en dat het absurdisme er welig tiert. Die spanning maakt zijn politieke interpretaties intrigerend, maar ook vatbaar voor kritiek. Zeker wanneer men Poubelle leest met zijn geopolitieke uitspraken in het achterhoofd.
Over het verhaal van de roman zelf wil ik hier niet uitvoerig uitweiden. Als lezer heb ik er, behoudens het teleurstellende slot dat een stuk sterker had gekund, weinig bezwaren tegen. Integendeel: het boek bood groot leesplezier. Het zijn vooral de motieven van hoofdpersoon Wessel Stols die mij blijven fascineren en waarin zich mogelijk de sleutel bevindt tot Waterdrinkers interpretatie van het Oekraïense conflict.
De onsympathieke protagonist, die Waterdrinker zelf omschrijft als een ‘omhooggevallen klootzak’, maakt via een avontuurlijke omweg een opportunistische carrière als Europarlementariër. Wanneer de spanningen rond het Europese associatieverdrag oplopen, wordt hij naar Kyiv gestuurd, waar hij op het Maidanplein - zonder innerlijke overtuiging - een toespraak houdt over de idealen van de Europese Unie. De daaropvolgende escalatie, die tot een bloedige veldslag uitloopt, behoort tot de indrukwekkendste passages van het boek: Waterdrinker schetst overtuigend de surrealistische situatie waarin de hevige gevechten tussen demonstranten en oproerpolitie plaatsvinden, terwijl enkele straten verder het gewone leven ogenschijnlijk ongestoord doorgaat.
Het cruciale moment waar de roman om draait is deze toespraak, die duidelijk verwijst naar het publieke optreden van EU-politici Guy Verhofstadt en Hans van Baalen. In latere toelichtingen suggereert Waterdrinker dat de EU hier een opruiende rol speelde en typeert hij de Europese steun aan Oekraïne als ‘liefde die niets kost’: morele steun die geen werkelijke consequenties heeft. In een interview met Frans van Hilten in Literair (2016) zegt Waterdrinker hierover het volgende:
‘‘Er heerst een enorme onkunde in het Westen. Wij hebben een bepaald vooruitgangsdenken, dat erop neerkomt: zij worden als wij, of in elk geval zou dat moeten. Een land als Nederland leeft niet in zijn geschiedenis, Rusland wel. Vanuit ons blote, kille materialisme en ons vooruitgangsgeloof lopen wij vast in het prikkeldraad in Oekraïne. Wat Rusland doet is niet goed te keuren, maar als je het probeert te begrijpen, krijg je wel enig inzicht hoe ver het Westen en Rusland uiteenlopen.”
Waterdrinker gaat verder en verdedigt een nogal ambivalent standpunt: “Ik neem geen stelling, maar ik laat alle kanten zien binnen het verhaal van de Werdegang van Wessel Stols. Daar kun je zelf uit opmaken dat Rusland niet deugt, maar dat Oekraïne ook niet deugt, en dat Brussel niet deugt met zijn domheid en hoogmoed.’’
Die houding roept vragen op. Waterdrinker toont begrip voor Russische historische trauma’s, maar onderbelicht de verlangens en keuzes van Oekraïne. Midden- en Oost-Europese landen als Polen, Tsjechië en de Baltische staten hebben eveneens geleden onder de Sovjetdominantie en zochten juist daarom aansluiting bij de Europese Unie en de NAVO. Dezelfde drijfveer geldt voor Oekraïne - niet andersom, zoals in sommige pro-Russische narratieven wordt betoogd.
De bewering dat hij ‘geen historicus’ is, fungeert daarbij eerder als een geveinsde onnozelheid dan als een overtuigde beperking. Want de impliciete boodschap van zijn werk is wel degelijk historisch en politiek van aard. Daarbij lijkt uit het oog te worden verloren dat in de moderne internationale orde het zelfbeschikkingsrecht van staten een fundamenteel uitgangspunt vormt. Wanneer enkel grootmachten hierover beslissen, begeeft men zich opnieuw in de logica van de negentiende eeuw.
Een plausibeler verklaring voor de Russische agressie ligt dan ook in het succes van de Europese integratie. Landen als Polen hebben sinds hun toetreding een sterke economische groei doorgemaakt. De vrees in het Kremlin is dat een vergelijkbare ontwikkeling in Oekraïne het eigen systeem onder druk zou zetten.
Poubelle is daarmee een stilistisch en meeslepend boek dat onmiskenbaar tot denken aanzet. Tegelijker is het een roman waarin literaire verbeelding en geopolitieke duiding op een ongemakkelijke manier door elkaar gaan lopen. Juist waar Waterdrinker de roman inzet als verklaring van de werkelijkheid, verliest zijn betoog aan geloofwaardigheid.