Als het over Er Moet Iets Gebeuren gaat had ik mijn bevinding graag verwoord zoals de recensent van NRC. Heel herkenbaar.
Nu was ik eerst zelf in het boek begonnen omdat ik bij voorkeur een eigen mening wilde vormen. Ik had nog nooit iets gelezen van Maartje Wortel en was benieuwd. Voorin het boek las ik de introductie over MW, ze werd van de School voor Journalistiek gestuurd omdat ze teveel verzon. Dat vond ik wel grappig ...
Gaandeweg de bundel heb ik vaak teruggedacht aan de openingszin van het eerste verhaal:
Eigenlijk ging het al heel lang niet goed met me. En bij het vijfde verreweg langste verhaal 'De schrijver II' ben ik toch maar aan de recensies begonnen omdat ik aan mezelf ging twijfelen. Was ik niet meer in staat begrijpend te lezen of ging het met de schrijfster zelf al een tijdje niet meer zo goed?
Ik had veel moeite met de warrige samenhang van het verhaal 'De schrijver II'.
Juist in dit verhaal lees ik ongeveer deze zinnen:
als een schrijver zelf zijn woorden uitspreekt komt wat binnen zit buiten, het is wat dat betreft mijn eigen schuld dat mensen me niet altijd begrijpen ... Ik denk dat ik met iemand hand in hand de uitgang wil bereiken.
Als lezer wilde ik best de hand van de auteur van dit boek vasthouden, dat was met haar werk al letterlijk het geval. Ik begon ook naar die uitgang te verlangen, ik kreeg het idee dat MW een zelfverzonnen spel met me speelde waar ik geen zin meer in had.
Ik dwaalde regelmatig af (Welk boek zal ik hierna gaan lezen? Boek van het kwartaal? Of toch maar aan mijn leesproject 2016 beginnen...?). Ik hoopte dat de verhalen na 'De schrijver II' leesbaarder zouden worden, op zijn minst zoals de verhalen ervoor. Hoewel ik daar evengoed meermaals het gevoel had dat er iets niet klopte, hoofdstukken met grote thema's, bij vlagen treffend, ze riepen soms een bijpassend ongemakkelijk gevoel op en toch had ik het idee dat er iets ontbrak. Wat dan?
De verhalen na 'De schrijver II' vielen op één verhaal na tegen, eentje leek inderdaad op een kinderlijke stijloefening zoals de recensent van de Volkskrant vond, daarbij leken alle personages op elkaar al waren het telkens andere mensen. Opmerkelijk vaak werd vanuit een jongen/man geschreven en had ik toch echt de indruk dat er een meisje/vrouw aan het woord was.
Het langste korte verhaal krijgt 2*; de anderen 2,5* of krappe 3*; één van 4*, t.w. 'Het is al gebeurd' . Maar die kon het geheel niet meer redden.
Boek dicht. Zucht.