Op voorhand wil ik duidelijk zijn: mijn favoriete interviewer is Arjan Visser wanneer hij twee wekelijks meer of minder bekende Nederlanders interviewt. Wat betekenen
De tien geboden wel of niet voor hen? Let wel, het gaat om zowel gelovigen, ongelovigen en twijfelaars. Of het nu om een politicus gaat, een volkszanger of acteur. Regelmatig doen geïnterviewden verrassende uitspraken waarbij ik denk; daar heb ik wat aan of zo kun je het ook bekijken.
In
Neem een Geit: Een Opvoedboek voor Volwassenen gaat Claudia de Breij samen met haar geliefde te rade bij 'wijze mannen en vrouwen die het allemaal al een keer hebben meegemaakt', hoe gaan zij om met vragen over liefde, vriendschap, seks, werk en kinderen.
Het zou CdB helpen nu zij als volwassene het zelf allemaal moet uitvinden.
Daarvoor heeft zij wat mij betreft interessante mensen uitgezocht. Anders dan Arjan Visser interviewt CdB niet met de 'Tien geboden' in de hand; zij heeft haar boek ingedeeld in negenenzestig hoofstukjes met titels als 'vertrouwen geeft vertrouwen', 'Het is geen wedstrijd', 'Er is een clubje waar je wel bij hoort', 'Verzoen met wie je bent geworden' of 'Eigenlijk weet je het allemaal al'.
Ook anders dan Arjan Visser komt CdB zelf ruimschoots aan het woord. Dat is een keuze waarmee dit boek niet alleen als ideeënliteratuur gezien kan worden, de stukjes zijn voor een groot deel autobiografisch. Persoonlijk vind ik dat een ongelukkige keuze omdat ik de ideeën van CdB 'eigenlijk allemaal wel weet'. Hiernaast vind ik als dit voor de zoveelste keer gebeurt, beschrijvingen van de genuttigde hapjes en drankjes weinig ter zake doend. Allemaal stoorzenders en m.i. een gemiste kans.
Want de tien geïnterviewde bekende Nederlanders zijn op het oog niet alleen willekeurig geciteerd in de bijna zeventig hoofdstukjes, het maakt het geheel wat mij betreft nogal oppervlakkig.
Ik had liever minder over of van CdB vernomen en meer over en van de geïnterviewden. En dan niet hap snap maar een wisselwerking met vraag, antwoord, eventueel inspelen op antwoord.
Tot slot zijn die bijna zeventig hoofstukjes wat mij betreft in deze vorm halverwege echt teveel. Ik had het idee dat ik naar een immense wand met tegeltjes(wijsheid) staarde ofwel de titels van de hoofdstukjes. De hoofdstukjes allemaal met min of meer dezelfde opbouw en een kwinkslag van CdB tot slot; dat verveelde zo dat ik het met moeite heb opgebracht alles te lezen.
Arjan Visser blijft met stip op één.
2,5*