Kun je als kunstenaar je integriteit bewaren binnen een totalitair syteem? Dat is de onderliggende vraag bij deze fraaie roman van Julian Barnes, een vraag waarop het antwoord trouwens luidt: nee, nee en nog eens nee. Als kunstenaar kun je hooguit onvergetelijke kunst maken, waarmee je in ieder geval boven het tumult van de tijd uitstijgt. Maar als mens ga je moreel kapot aan de compromissen die je moet sluiten. En wat voor compromissen.
The Noise of Time is geen biografie van Shostakovich, maar focust op drie perioden in het leven van de Russische componist. Drie perioden waarin Shostakovich onmenselijke offers moet plegen om als mens en muzikant te overleven. Eerst treffen we hem aan in de jaren van de grote zuiveringen (rond 1936), toen Stalin complete sociale kringen van de Russische bodem vaagde. In dit deel wacht Shostakovich bij de lift van zijn appartement op de geheim agenten die hem al of niet zullen afvoeren. En hij wacht bij die lift, midden in de nacht, omdat hij zijn familie het spektakel van zijn arrestatie wil besparen. Net als zoveel andere Russen die in die jaren bij een lift in een flat stonden te wachten.
In het tweede deel komt de componist terug uit New York (1948) waar hij een speech heeft voorgedragen waarin hij heeft afgerekend met alles en iedereen waarin hij altijd heeft geloofd. Die speech is uiteraard geschreven door de speechschrijvers van de partij. In het derde deel staat Shostakovich de grootste vernedering van allemaal te wachten.
Zoals hierboven al duidelijk wordt: The Noise of Time is bepaald geen vrolijk werk. Het doet soms denken aan 1984, hoe een staat het leven en het zielenheil van haar onderdanen controleert en vormgeeft. Wie in zo'n staat wil leven en werken zal moeten voldoen aan de wensen van de staat, zodat iedereen vroeg of laat moreel volledig naar de knoppen gaat. Een leven dat uiteindelijk alleen te leven is met behulp van wodka en ander stevig spul.
Na (roman) The Porcupine en (essaybundel) Letters from London keert Barnes met The Noise of Time terug naar de politiek. Maar dit boek is veel snijdender, killer en (gek genoeg) menselijker dan die voorgangers. Zonder hoop en zonder troost. Een beetje zoals alle boeken die Barnes schreef sinds hij weduwnaar is geworden.
En dan nog even dit: wie dit boek leest zal in eerste instantie blij zijn dat onze eigen kunstenaars niet onder dergelijke omstandigheden hun werk hoeven te doen. Zij hoeven geen compromissen te sluiten of teksten van anderen voor te dragen waarin zij zelf niet geloven.Toch? Tot je beseft dat de wereld van de vrije markt toch ook wel akelige trekjes heeft. Nee, schrijvers hoeven nu geen politieke speeches meer te houden, maar om financieel te overleven moeten ze wel opduiken in achterlijke televisieprogramma's of mensen overhalen om over te stappen op deze energieleverancier of deze levensverzekeraar. En dat lijkt me eerlijk gezegd toch ook wel een aanslag op je morele integriteit.