menu
poster

Kaas - Willem Elsschot (1933)

mijn stem
3,79 (242)
242 stemmen

Nederlands
Sociaal

96 pagina's
Eerste druk: Van Kampen, Amsterdam (Nederland)

Op de begrafenis van zijn moeder komt Frans Laarmans meneer Van Schoonbeke tegen. Deze nodigt hem uit om een ontmoeting van een aantal rijke mensen bij te wonen. Frans Laarmans, die zelf niet zo rijk is, gaat er een paar keer naartoe. Eerst luistert hij vooral, totdat men hem een functie als kaasverkoper aanbiedt. Hij gaat hier natuurlijk op in. De man begint bijna onmiddellijk met het inrichten van een bureau. Hij neemt geen genoegen met wat goedkope spullen, maar wil absoluut het beste hebben. Zijn belangrijkste bezigheid is het bedenken van een naam en deze op briefpapier zetten. Met deze kleinigheden is hij zo intensief bezig dat hij het verkopen van kaas helemaal vergeet. Wanneer hij klaar is, wijst hij met grote zorg een aantal agenten aan die de kaas in heel België moeten verkopen. In plaats van de agenten te helpen, wacht hij gewoon op nieuws van de verkoop.

zoeken in:
avatar van Pieter
4,0
Heerlijk verhaal over een man die probeert te klimmen op de sociale ladder en zich bij de bourgeoisie probeert te nestelen. Elsschot's stijl is prachtig en wist me zo goed vast te houden dat dit boekje in twee dagen uit was. Het enige minpunt van dit boek is dat je op het einde gewoonweg meer wilt. 4*

avatar van cortez
3,5
Met Kaas heb ik pas onlangs een eerste boek van Willem Elsschot gelezen heb. Samen met Elsschot heb ik overigens consequent ook al de andere Vlaamse klassieke schrijvers genegeerd. Claus, Timmermans, Boon, Lampo tot zelfs Lanoye, zij zijn mij vrijwel vreemd. God weet waarom, maar ik lijk dusdanig geconditioneerd te zijn om Vlaamse klassiekers steevast te linken aan de gedachte ‘het zal wel weer in trage en overdadige langzinnen het leven op de boerenbuiten behandelen’. Het plezierde me dus te bemerken dat Elsschots Kaas maar een boekje van een weinig pagina’s is. Toch was dat niet de belangrijkste reden om uit Elsschots oeuvre net Kaas te kiezen. Het boek past immers samen met Lijmen, Het been en Het dwaallicht in een serie over het personage Frans Laarman. Ofschoon Lijmen ongeveer tien jaar voor Kaas verscheen, is het niet onzinnig om eerst Kaas te lezen, aangezien Lijmen naadloos samengaat met Het been, het derde boek uit de reeks. Kaas is misschien ook wel het bekendste werk van Elsschot, en als je dan toch geen ambitieuze plannen hebt om je door de hele catalogus aan Vlaamse literatuur te lezen, kan je je maar beter richten op de klassiekers, me dunkt.

Wordt in het verhaal het leven op de boerenbuiten behandeld? Helemaal niet. Kaas speelt zich vooral af in het Antwerpen van de jaren dertig. Daar leeft een zekere Frans Laarman, een simpele klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company, die maar al te graag enkele opwaartse passen op de sociale ladder wil doen. Die mogelijkheid biedt zich aan als zijn vriend Van Schoonbeke hem voorstelt om de volvette Emmentalerkazen van een Nederlandse firma te distribueren in Vlaanderen en het Groothertogdom Luxemburg. Frans Laarman zou met andere woorden directeur worden van zijn eigen importfabriekje, en die gedachte zint hem wel. Niet in het minst omdat hij als bedrijfsleider wel indruk zou kunnen maken op het groepje notabelen dat zich wekelijks ten huize Van Schoonbeke verzamelt, iets dat hem met zijn bescheiden functie als klerk voorheen niet lukte. Zich de titel van bedrijfsleider toe-eigenen is één iets, maar zich ook gedragen als een ware businessman is iets heel anders, ondervindt Laarman al gauw. Terwijl de 10 000 kaasbollen in een opslagplaats wachten om door Laarman aan de man gebracht te worden, houdt die zich bezig met nutteloze zaken als het verzinnen van de geschikte naam voor zijn firma of het zoeken naar een typemachine en een bureau. Het aanwerven van geschikt personeel om de verkoop op gang te brengen blijkt evenmin een sinecure zijn. Als Laarman uiteindelijk de som maakt, en vaststelt dat hij maar een zevental kaasbollen wist te verkopen, waardoor hij meteen ook moet erkennen een slechtere verkoper dan zijn zoon te zijn, besluit hij de kaasbranche vaarwel te zeggen en opnieuw als klerk aan de slag te gaan. Wat hij niet eens zo erg vindt, want kaas heeft hij altijd maar een vieze, stinkende bedoening gevonden.

Ook wat mijn andere vooroordeel betreft, het gebruik van traaglezende, overdadige langzinnen, moet ik eveneens mijn mening herzien. Elsschots stijl kenmerkt zich door korte, beschrijvende zinnetjes die enigszins aan Nescio herinneren. ‘Wat niet nodig is, dient geweerd en waar het met één personage kan, is een menigte overbodig’, deelt Elsschot ons mee in de inleiding van het boek. Het klopt inderdaad dat Kaas maar één rond karakter kent, de ik-figuur Frans Laarman, en voor de rest bestaat uit vlakke karakters of zelfs types. De chronologische structuur en de eenvoudige opbouw in 24 afzonderlijke hoofdstukken sluit aan bij het volgende, in diezelfde inleiding door Elsschot beschreven, principe: ‘Wie het slot niet uit het oog verliest, zal vanzelf alle langdradigheid vermijden omdat hij zich telkens afvragen zal of ieder van zijn details wel bijdraagt tot het bereiken van zijn doel.’De daardoor bekomen eenvoudige vertelstijl past het boekje wonderwel en doet verrassend modern aan. Het leidt inderdaad de lezer zonder omwegen naar de kern van het verhaal, en nergens heb je het gevoel dat de soberheid komt door een gebrek aan inspiratie of stilistische onkunde bij de schrijver, in tegendeel. Misschien zal Kaas de roman zijn die mijn vooroordelen ten opzichte van het Vlaamse literaire erfgoed definitief uit de wereld helpt. Spoedig zal ik mij dan ook wagen aan Lijmen/Het been, want vermoedelijk zal ook daar het plattelandsleven niet uitgebreid aan bod komen .

avatar van AGE-411
3,0
Het boek lijkt vrij kort, en is dat ook. Desalniettemin neemt Elsschot al z’n tijd om alle beweegredenen van een in wording zijnde kaaskoopman te belichten. ’t Is niet iedereen op het lijf geschreven om een succesvol zakenman te worden, en dus kan men zich maar beter goed voorbereiden.

De kaas is slechts bijzaak. Elsschot kon het personage ook in vis laten handelen, maar dat bewaard natuurlijk niet zo lang als kaas. Tenzij het om gerookte haring zou gaan. Maar zulke titel bekt dan weer zo lekker niet als ‘kaas’.


In het boek heerst constant dezelfde sfeer. Het hoofdpersonage is vanaf pagina 1 constant druk bezig met allerlei zaken: hij gaat naar zijn elitaire bijeenkomstjes, gaat de kaas bestellen, wacht tot de kaas geleverd wordt, selecteert zijn agenten, …... Een gezellige drukte.

Ondanks die drukte is het boek haast altijd optimistisch en blijft het hoofdpersonage enthousiast. Zelfs in het begin van het boek, wanneer de moeder van het hoofdpersonage het loodje legt, kan je totaal geen empathie opbrengen voor dat mens. Niet zo zeer omdat oudjes automatisch grappig zijn, maar wel omdat Elsschot zelf de meest netelige situaties op zulke ondeugende en stiekeme manier vertelt dat het grappig wordt, en je het gevoel hebt dat er achter de dood van dat mens iets goeds schuilt.

Halverwege het boek - ergens tussen de keuze van het behangpapier en de aankoop van de schrijftafel - heb je al door dat het boek enkel met een sisser kan aflopen, en dat er bitter weinig kaas zal verkocht worden. Dat er op het einde ook niet meer gebeurt dan wat op voorhand te voorspellen was, is een teleurstelling.

Het beste stuk van het boek is het stuk voor het einde, waar Laarmans tot de conclusie komt dat er voor hem geen toekomst is weggelegd in de kaas. Het is de enige moment waar z’n enthousiasme even plaats moet maken voor een gevoel van schaamte en nederigheid. Zijn eer is verpletterd door de kaas.
Een stukje:

[i]Maar waarom heb ik het dan gedaan? Ik walg van kaas. Ik heb nooit verlangd kaas te verkopen. Kaas gaan kopen in een winkel vind ik al erg. Maar met een kaasvracht ronddolen en smeken tot een christenziel die last van je schouders neemt, dat kan ik niet. Dan liever dood.
Waarom heb ik het dan gedaan? Want het is geen nachtmerrie maar bittere werkelijkheid. Ik had gehoopt de kazen in die patentkelder voor eeuwig te begraven, maar ze zijn losgebroken, spoken mij voor de ogen, drukken op mijn ziel en stinken.”

Hierboven zie je ook duidelijk in de typische Elsschotstijl. Geen lang uitgesponnen zinnen, maar kort en krachtige zinnetjes. Het geheel komt zelf speels over.


Het onvermijdelijk voor een boek van Elsschot: Er moet gewoon een link zijn met z’n andere boeken. In dit boek is dat niet alleen Laarmans, die de hoofdrol heeft, maar ook Boorman komt even voorbij in een figurantenrol. Ergens vind ik dat wel vreemd: Laarmans zou Boorman toch al moeten kennen van de gebeurtenissen in ‘Lijmen’?



Een leuk en [i]cheesy[i] boekje, maar met een einde dat toch wat tekort komt om er voor te zorgen dat ik het boek nog dagenlang in me draag.
3,5*

avatar van ZAP!
4,0
Het 'voorwoord' van het boek, inclusief de woordenlijst, kon ik niet echt wat mee, maar de 'echte' openingsscène in het huis van de stervende moeder was fantastisch, net als die op het einde waar hij wat dwaalt over de begraafplaats. Daartussen een verhaal dat ik zeker de moeite vond, maar verrassend was het eigenlijk nergens en de hoop in het boek weg te zakken als zou ik steeds verder en verder in de stinkende gele krochten van een vettige Edammer verdwijnen, daar kwam maar weinig van terecht. Helaas, ...kaas. Maar toch: ik heb me er meer dan prima mee vermaakt.

8.

avatar van mjk87
3,0
En na Lijmen/Het Been het laatste echt bekende grote werk van Elsschot. Op momenten erg grappig, zeker als bijvoorbeeld Laarmans allerlei namen bedenkt voor zijn onderneming. Verder is dit boekje iets te veel klucht om voor mij te overtuigen en echt leuk te zijn. Het nadeel van een klucht is vooral dat de nadruk daaorp ligt en minder op drama of de personages en waarmee die delen ook haast vanzelf minder boeien (en zelfs een soort ballast worden). Nog wel voldoende door de goede heldere stijl. 3,0*.

avatar van manonvandebron
4,5
Met Elsschot verhuisde de Vlaamse literatuur van het platteland naar de stad. Hij gebruikte geen "sappige" streektaal, maar een standaardtaal die dichter bij Noordnederlands aanleunt. Z'n stijl was uitgepuurd en beknopt.

Zonder franje doet Laarmans het relaas van z'n uitstapje in de kaashandel. Hij is een ordinair burgermannetje, een Jan Modaal die als klerk werkt in de Antwerpse haven. Een soort midlifecrisis brengt hem ertoe eens wat anders te proberen. Het is een poging om z'n bestaan wat minder onbeduidend te maken. Van Schoonbeke en z'n kliek behoren tot het milieu van de hogere burgerij: zelfstandigen en vrije beroepen. Laarmans zit niet op hun niveau, want hij heeft geen auto en kan niet de juiste restaurants opnoemen.

Er komen veel samenstellingen en afleidingen in voor met het woord kaas: kaasfilm, kaastraditie, verkaasde lummels... Het is ironisch dat Laarmans zelf niet graag kaas eet. Een veelzeggende metafoor is de jungle van de businesswereld. De hyperbool bedconcilie slaat op het overleg met z'n vrouw, die hem met z'n voeten op de grond houdt. Elsschot zei veel met weinig woorden.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 23:25 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 23:25 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.