Op de omslag kan men lezen: Een reis door Groot Brittannië. Dat is misleidende informatie. Het boek gaat voor pakweg 95% over Engeland. Wales krijgt een hoofdstukje toebedeeld, waar Bryson vooral over het plaatsje Fishguard schrijft. In 1973 had hij daar buiten in een parkje overnacht. Nu jaren later vond hij de plaats terug en het bleek bij nader inzien een weiland te zijn. In de plaatselijke pub wordt hij door een bezoeker herkend; de enige keer tijdens deze reis. dat hem dat overkwam. Voor de rest walst hij met grote stappen over Wales heen. Schotland komt er nog bekaaider vanaf; ongeveer 10 bladzijden. Ulster wordt niet eens bezocht. Het is allemaal Engeland wat de klok slaat. Roro schrijft dat hij de laatste 5 bladzijden alleen maar heeft doorgebladerd. Wat mij betreft had Bryson het laatste deel, Schotland beter weg kunnen laten. Er was een rechtszaak in Amerika, waar hij bij betrokken was. Hij wilde daar verder niet over schrijven. Oké, alleen krijg je de indruk dat toen hij Schotland lijfelijk bezocht, hij met zijn gedachten nog steeds elders was.
Maar terug naar het boek; Bryson is een goed verteller, tijdens wandelingen kom je van alles te weten over schrijvers en andere bekende en minder bekende Britten. Sommige zaken, zoals de groenvoorziening rond Londen zijn té Engels en mij te saai. Maar dat maakt Bryson weer helemaal goed door over Avebury te schrijven. Tijdens onze huwelijksreis vele jaren geleden, bezochten wij deze grote cirkel stenen. In het Dribbling boek kan men lezen dat er oorspronkelijk meer dan 600 waren. De meeste stenen zijn vernield om te worden gebruikt voor het verharden van wegen. In Cornwall bezoekt hij de Lost Gardens of Heligan; een Nederlander Tim Smit kocht een totaal verwaarloosd landgoed en legde prachtige tuinen aan. Inmiddels is hij Brit en mag zich Sir Tim Smit noemen. Daarna het wereldberoemde Stonehenge; Bryson blijkt ook hier de ideale reisleider. Toen wij dit monument bezochten in 1978 waren we te jong en hadden geen idee wat die stapel stenen inhield en met welke ongelooflijke inspanningen dit monument ver voor 2500 BC moet zijn gebouwd.
Na Zuid Engeland reist hij naar EastAnglia en schrijft over de schat van Sutton Hoo. Een boerenknecht Basil Brown, iemand met belangstelling voor archeologie vond op het landgoed een enorme schat in een heuvel. De eigenaresse Mrs Pretty had hem gevraagd er naar te zoeken, omdat zij vermoedens had dat er zoiets kon zijn. Bill Bryson schrijft over de schandalige behandeling van Brown door gerenommeerde archeologen. Een andere schrijver John Preston schreef hierover en het werd verfilmd in 2021 met als titel The Dig. De schat van Sutton Hoo werd door Mrs Pretty gedoneerd en valt te bewonderen in het British Museum.
Zo maar een aantal verhalen, die ik leuk vond. Bryson vertelt honderd uit over van alles en nog wat. Ondertussen werkt hij menig groot glas bier naar binnen in gezellige pubs. Ook dit wordt uitgebreid beschreven. Wat bier drinken betreft heeft Bryson zich goed aangepast in Engeland.
Soms kan Bryson over een bepaald onderwerp een volle bladzijde ouwehoeren (kan geen ander woord bedenken), soms is dat leuk, maar vaak denk ik: Bill, hou nu maar op.
Bill Bryson is ondertussen Brits staatsburger geworden. Hij heeft nu twee paspoorten, zijn zoon Sam woont in Amerika, dus is het wel handig om ook dat paspoort aan te houden. Innerlijk blijft Bill natuurlijk altijd Amerikaan. Hij houdt nog altijd meer van baseball dan van cricket en dat blijkt ook in dit boek. Wanneer hij onderweg een Amerikaan tegenkomt gaat het al snel over de Chicago White Sox.