menu

Ha-Besora al-pi Yehuda - Amos Oz (2014)

Alternatieve titels: Judas | הבשורה על פי יהודה

mijn stem
3,71 (7)
7 stemmen

Hebreeuws (Ivriet)
Sociaal

400 pagina's
Eerste druk: Keter, Jeruzalem (Israël)

Jeruzalem, de winter van 1959. Shmuel Ash besluit zijn studie (en zijn geplande afstudeerproject waarin hij zich vooral richt op de rol van de mysterieuze Judas) af te breken. Tegelijkertijd verlaat zijn vriendin hem om met zijn beste vriend te trouwen en blijkt dat zijn ouders hem niet meer financieel kunnen ondersteunen. Shmuel heeft er genoeg van en wil Israel verlaten, maar dan ziet hij een advertentie die hem de mogelijkheid biedt om in Jeruzalem te blijven, ook al mag hij niemand vertellen waar hij is. Hij komt terecht in het huis van een oude man, Gerschom Wald. 's Nachts leest Shmuel hem voor; ze praten over het zionisme en het conflict tussen de Joden en Arabieren. Ze praten, kortom over God en de wereld. In het huis van de oude man ontmoet Shmuel ook de ondoorgrondelijke Atalja Abrabanel, wier overleden vader een van de leiders van de zionistische beweging was. Direct is hij van zijn stuk gebracht door de schoonheid en ongenaakbaarheid van deze vrouw. Langzaam weet hij het geheim van de relatie tussen de oude man en Atalja te ontrafelen.

zoeken in:
avatar van mjk87
3,5
Toch een kleine tegenvaller na alle lof in de kranten. Oz doet wel veel goed, met sfeerzetting in een koud en winters Jeruzalem (eens wat anders dan de hete zonovergoten woestijnstad die je normaal ziet) en de benauwde kille omgeving waarin Sjmoeël verkeert. Ook zijn de ideeën die Oz plaatst erg interessant en zegt hij veel zinnige dingen, over de plek van Israël, verraad, de relatie met Arabieren. Maar het verhaal waarin hij dit plaatst werkt minder. Het begint allemaal veelbelovend, maar dat geheim dat je denkt dat gaat komen valt eigenlijk bijzonder tegen. Zozeer zelfs dat je je afvraagt waarom Oz nu net dit verhaal vertelt. Dan is verder het wel mooi hoe Oz over Judas schrijft en dit naar de moderne tijd vertaalt (lees: jaren 50) en een vergelijking trekt tussen verraad van Judas en van een persoon uit die tijd. Maar het is jammer dat die laatste persoon fictief is. Niet dat ik gelijk zeg dat Judas ooit heeft bestaan - al zou dat best kunnen- maar die ik zie ik meer als metafoor, en dan een vergelijking trekken is best sterk, alleen had met met een bestaand persoon gedaan. Gebruik literatuur en geschiedenis om het heden te begrijpen (of omgekeerd). Die kans laat Oz liggen en dat is jammer. Natuurlijk staat Shealtiel Abarbanel voor meerdere personen die net als hem dachten (ook een metafoor) maar dat is gewoonweg minder sterk. Door al het goede toch 3,5*.

avatar van JJ_D
3,5
Een recensie zoals een recensie moet zijn – deze keer in het NRC. Helder, niet verheerlijkend. Geestverruimend, niet in dat versleten jargon waarin men wel eens woorden met woorden kapot maakt. Genot en genade, van de hand van niemand minder dan Michel Krielaars – juist ja, diegene die voor eigen rekening een meeslepend boek schreef over Tsjechov. En kijk, hij besluit zijn kritiek met deze alinea:

Judas is geen makkelijk boek. Je kunt je zelfs afvragen of het als roman geslaagd is. Maar als literaire verdediging van Oz’ overtuiging dat alleen een compromis met je tegenstander tot vrede kan leiden, is het dat zeker. Van verraad kun je hem in ieder geval niet meer beschuldigen.

En zo is het maar net. De verbinding van Judas’ vurig idealisme dat als verraad wordt gepercipieerd aan het brandende geloof van Sjealtiël Abarbanel dat eenzelfde lot beschoren is: noem het een geslaagde literaire truc. Alleen trekt de verhaallijn uit het heden een vreemd rookgordijn op rondom dit alles. Een autistiforme student en zijn rituelen (de manier waarop hij wandelt, namen van nevenpersonages, babypoeder voor in zijn baard, de wijze waarop de bloedmooie Atalja telkens van kop tot teen wordt beschreven, zijn nachtelijke omzwervingen, … Oz suggereert er een enorm beklemmende wereld mee, die slechts uit een handvol dingen lijkt te bestaan) komen tegenover de wereld van het bevrijde denken te staan, een ongebreideld intellectualisme. In het historisch perspectief toont Sjmoeël zich immers een onbegrensd iemand, terwijl hij nooit een echt gesprek lijkt te voeren met Gersjom Wald – kortom, de lagen in de verleden tijd lijken ingebed te zijn in een gewone verhalende roman, maar niets is minder waar, want de tegenwoordige tijd is mistig, toont een perspectief van verdeeldheid, een verscheurd Israël via een verscheurd personage…zou dat ongeveer de bedoeling geweest zijn?

Enfin…als roman geslaagd? Vraagteken. Maar alleszins beklemmend en beklijvend in de passages over Christus en over de oprichting van de staat Israël – met een visionaire passage over de afschaffing van soevereine gebieden, als sleutel tot een broederschap met de Palestijnen. Prachtig, hoe Oz laat zien dat men de mogelijkheid van een veilige toekomst eigenhandig heeft verbrijzeld, gesmoord in geweld, verdronken in zinloos bloedvergieten, ruim vijftig jaar geleden al.

Als de auteur daarmee in eigen land op gevoelige tenen trapt, en wie weet zelfs voor verrader wordt versleten, dan…hulde aan de verrader.
En kaddisj voor dit conflict, waarover het laatste woord nog niet geschreven, de laatste bom nog niet gedropt en de laatste kogel nog niet geschoten werd...

3,25*

avatar van eRCee
3,0
Met mijn bovenburen hier kan ik alleen maar instemmen, maar ik ben nog iets stelliger: als roman is Judas simpelweg niet geslaagd.

Wat Amos Oz wel goed doet is het uitwerken van de thematiek aangaande verraad. De verrader is in Judas degene die het meest trouw blijft aan het ideaal. Omdat de verrader visionair is wordt hij niet begrepen en al helemaal niet gevolgd. In plaats daarvan wordt het pad ingeslagen dat de haviken wijzen, wat resulteert in een spiraal van geweld. Dit mechanisme geldt zowel voor de lijn rondom Judas (ten opzichte van het Paulinische christendom) als die rondom Abarbanel (versus Ben Goerion en de anderen die een Joodse staat wilden realiseren).

Het is deze thematiek waaromheen Oz een roman probeert op te bouwen. De romanopzet vertoont een aantal opmerkelijke parallellen met Zo begint het slechte van Javier Marías. In beide boeken figureert een jongeman als hoofdpersoon die in huis trekt bij een oudere man tegen wie hij opkijkt en een mysterieuze vrouw die hij begeert. Ten opzichte van het sublieme meesterschap van Marías valt extra sterk op wat een platgeslagen werk Amos Oz hier aflevert.

De vrouw bijvoorbeeld, Atalja, is een schematisch figuur, volkomen gedetermineerd en vastliggend. Haar houding ten opzichte van hoofdpersoon Sjmoeël is van begin tot eind ongeloofwaardig. De onvermijdelijke seksuele interactie die uiteindelijk ontstaat voelt als een verplicht nummertje, waarmee wordt voldaan aan de spanning die Oz nodig had om zijn verhaal te kruiden (nogmaals, lees Marías om te zien hoe het wel moet).

Ook wordt er in Judas niets aan de verbeelding van de lezer overgelaten. Als in rechtstreekse dialogen niet voldoende duidelijk kan worden gemaakt hoe je tegen een bepaald personage moet aankijken, dan voegt Oz even een onbeholpen brief toe van een familielid. Of hij herhaalt gewoon het statement. Verder barst het van de expliciete beschrijvingen. Elk bijpersonage wordt, direct nadat het geïntroduceerd is, met drie (of soms vier) uiterlijke kenmerken geschetst, elke nieuwe ruimte wordt met oninteressante feitelijkheden ingekleurd. Hier: "Een kleine, bebrilde secretaresse met een vriendelijk, meelevend gezicht, maar met een dun snorretje boven haar bovenlip" en op dezelfde pagina "één andere lezer, een oudere man met een sikje, flaporen een en pince-nez met een verguld montuur", waar Sjmoeël dan een dag later in dezelfde bibliotheek "ook een jonge vrouw aantrof, gekleed in een safraan, een mouwloze lange jurk, met haar haar in een vlecht die om haar hoofd gewonden zat, een vrouw die leek op een pionierster uit een kibboets". Geen van deze figuren speelt een rol van betekenis in het boek.
De handvol motieven die Oz gebruikt (de beharing en het loopje van Sjmoeël, de fysieke aanwezigheid van Atalja) worden fantasieloos en repeterend ingezet.

Judas blijft als boek ondertussen wel boeien door de thematiek die in verschillende lagen wordt opgeworpen. Het verhaal van Sjmoeël zit hier een beetje tegenaan geplakt als een soort staketsel dat alles bij elkaar moet houden. Amos Oz toont zich zodoende vooral een betrokken en moedig denker, maar een povere romancier. Zijn kwaliteiten komen veel beter tot uitdrukking buiten de romanvorm, zoals in Een verhaal van liefde en duisternis.

Wie hierna een echt goede roman wil lezen, weet ondertussen waar hij moet zijn.

Gast
geplaatst: vandaag om 13:13 uur

geplaatst: vandaag om 13:13 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.