menu
poster

Parmenides - Plato (-370)

Alternatieve titel: Παρμενίδης

mijn stem
3,33 (3)
3 stemmen

Oudgrieks
Ideeënliteratuur

75 pagina's
Eerste druk: onbekend, Athene (Griekenland)

Antiphon vertelt aan Kephalos een gesprek dat hij zich herinnert tussen Socrates, Zeno en Parminedes uit Elea. Hier bespreken zij of het Ene al dan niet bestaat en wat de gevolgen daar van zijn.

zoeken in:
avatar van MatthiasVA
3,0
Een stevige worstelpartij. Je hersenen versus metafysica.

Ongetwijfeld zowat de moeilijkste dialoog van Plato (Theaetetus is anders ook een stevige kandidaat).
Niet alleen neemt Parmenides (de belangrijkste spreker in de dialoog) je op tocht door zijn metafysische stellingen omtrent bestaan, zijn en het Ene, ook Plato zelf laat zich van zijn meest enigmatische kant zien. Parmenides laat een jonge Sokrates de implicaties zien van zijn vormentheorie en ze komen samen tot de conclusie dat dit tot onzinnige dingen leidt. (zie ook Pheadros, waar Sokrates de vormentheorie schijnbaar ridiculiseert).

Huh?
Neemt Plato hier dan afscheid van zijn vormenleer? Neemt hij hem in latere dialogen weer op? Wil hij hiermee enkele problemen van zijn eigen theorie aankaarten om ze te verbeteren of veegt hij het helemaal van tafel? Duidelijk is wel dat latere platonisten slechts delen van zijn werk overnamen en uitwerkten, waardoor Plato een erg systematisch denker lijkt. Hoe meer je Plato echter gaat lezen, hoe meer nuance je in zijn werk begint te vinden. Een afgebakend systeem zit er zeker niet in.

Plato geeft zich niet gemakkelijk prijs. Ironie is de stempel van zijn geschriften.

avatar
Ik wilde iets gaan zeggen over Hegels Die Phänomenologie des Geistes, waarbij ik onder meer de 'onleesbaarheid' van dat boek wilde vergelijken met Plato's dialoog Parmenides, zodat ik dan maar eerst iets zeg over deze dialoog van Plato en daarbij kort inga op wat MatthiasVA hierboven erover zegt.

Filosofie in de oudheid was een goddelijke en in die zin religieuze onderneming: het streeft naar het ultieme begrip (de diepste inzichten) en daarmee tegelijk naar de meest verheven of 'goddelijke' kennis waartoe men zelf god moet worden. Of eigenlijk is omgekeerd het doel van filosofie 'wijs' en daarmee een soort god te worden - waarmee men boven alle wereldse onrust en strevingen een geestelijke rust vindt die men normaliter aan goden toeschrijft - waartoe de filosofie de weg wijst (en waarmee het hard botste met het christendom dat deze 'hoogmoed' afwijst en de zaak als het ware omkeert: wij kunnen niet opstijgen naar het goddelijke maar God daalde af - in de vorm van Jezus - naar ons: zie ook Nietzsche's kritiek op het christendom). Plato was in dat opzicht wellicht de meest religieuze denker omdat zijn hele filosofische project in het teken staat van die opstijging naar het goddelijke.

Die weg is niet makkelijk, vergt het uiterste van degene die het probeert en - zeker in de interpretatie van latere neoplatonisten zoals Plotinus - ook niet uit te drukken omdat het hoogste stadium voorbij denken en zijn ligt zoals Plato's God (Idee van het Goede) in de dialoog Politeia zelf ook voorbij denken en zijn ligt (opnieuw in contrast met het latere christendom dat God opvat als een zijn of wezen). Plato geeft ons dan ook niet de waarheid maar wijst er slechts naar: wij moeten zelf die waarheid vinden. Hierboven wordt dat Plato's 'ironie' genoemd maar dat lijkt me niet juist: Socrates was 'ironisch' - hij hield zich van de domme om z'n tegenstander zichzelf klem te laten lullen, om het populair te zeggen - maar Plato ging voorbij Socrates en diens 'aporie' in het zoeken van de waarheid, al kan die niet worden gezegd (en zeker niet opgeschreven: zie mijn opmerking bij Aristoteles' Poetica).

Plato's dialoog Parmenides is Plato's meest 'goddelijke' geschrift dat ons als zodanig naar de filosofische hemel lijkt te brengen. In dat opzicht is dit meest verheven werk vaak opgevat als de bekroning van de filosofie dat vanwege z'n aard - het goddelijke - ook het meest duistere en onbegrijpelijke is. De Renaissance-filosoof Ficino schreef erover:

"En terwijl hij [Plato] in de andere werken ver boven alle andere filosofen uitstijgt, lijkt hij in dit werk zelfs zichzelf te overtreffen en dit werk op wonderbaarlijke wijze voort te brengen uit het adytum van de goddelijke geest en uit het diepste heiligdom van de filosofie. Een ieder die het lezen van dit heilige boek onderneemt, moet zich eerst nuchter en onthecht voorbereiden, voordat hij de moed heeft om de mysteries van dit hemelse werk aan te pakken."

Hegel schreef erover (en hier zal ik op terugkomen als ik iets over Hegels werk zal zeggen):

"... waarin de Parmenides van Plato, zo'n beetje het grootste kunstwerk van de oude dialectiek, werd beschouwd als de ware onthulling en de positieve uitdrukking van het goddelijke leven; en ondanks de grote duisternis van wat de extase voortbracht, kon deze verkeerd begrepen extase in feite niets anders zijn dan het zuivere begrip."

De dialoog is om twee redenen enigmatisch: het eerste deel is nog niet duister maar wel opmerkelijk omdat Plato's hier z'n eigen Ideeënleer op alle mogelijke manieren aanvalt en het tweede 'theologische' deel is een onnavolgbare serie dialectische redeneringen over het Ene (het goddelijke). Waar Plato's vroege dialogen vooral Socrates een stem geeft, vindt Plato mede onder invloed van de pythagoreeërs en de wiskunde in z'n middendialogen een eigen stem (de Ideeënleer) en ontwikkelt zich daarna nog sterker richting het pythagorisme. De dialoog Parmenides kan worden opgevat als de overgangsdialoog naar een meer pythagorese metafysica waartoe hij eerst afstand moest nemen van z'n Ideeënleer (de filosoof Parmenides is in wezen de grondlegger van die Ideeënleer in de zin dat hij het absolute Ene leerde die de participatie van de dingen erin onmogelijk maakte, welk probleem Plato wilde oplossen). Veelzeggend is dat Plato na z'n dood bv. niet Aristoteles maar Speusippos als zijn opvolger koos: onder Speusippos - die de Ideeënleer expliciet verwierp - en daarna Xenocrates ontwikkelde het platonisme zich als een neopythagorisme.

Het is waar dat latere aanhangers en commentatoren de ontwikkeling van Plato's denken buiten beschouwing lieten. Opmerkelijk genoeg resulteerde de bestudering van Plato's werken in de oudheid tot twee tegengestelde scholen: enerzijds het scepticisme van de 'Nieuwe Academie' (die als zodanig aansluit bij Socrates' systematisch onderzoeken en weerleggen van elk standpunt maar ook bij wat ik schreef over het onzegbare van de waarheid bij Plato) en anderzijds het latere Midden- en Neoplatonisme dat juist een leer wil destilleren uit Plato's werk. Kenmerkend voor die leer is dat ze sterk religieus of mystiek is, gericht op het transcendente en goddelijke, ten koste van het politieke waarmee het later ook concurreerde met het christendom. Maar ook binnen de christelijke wereld werd Plato bestudeerd, samen met Aristoteles die opmerkelijk genoeg werd opgevat als de voorbereiding op Plato: Aristoteles werd de filosoof van het wereldse terwijl het platonisme bleef streven naar de opstijging naar het goddelijke als uiteindelijke doel.

avatar
Misschien is het volgende nog aardig te vermelden als verduidelijking van de les van de filosoof Parmenides en de botsing met het christendom.

Parmenides wordt wel de uitvinder van de logica en de metafysica genoemd: die twee disciplines liggen in elkaars verlengde omdat het denken ons naar een eeuwige wereld voert in tegenstelling tot de zintuiglijke waarneming die ons een aldoor veranderende wereld toont. Zijn en denken zijn hetzelfde. Het basisidee van dat denken en dus ook het zijn is: wat is kan niet niet zijn en wat niet is kan niet zijn. Ofwel: niets ontstaat uit het niets zodat verandering niet mogelijk is. Zeno verdedigde deze leer met z'n beroemde paradoxen. Latere filosofen zochten alle een manier waarop die eeuwige wereld toch de zichtbare veranderlijke wereld kan voortbrengen. Bv. de atomisten deden het door middel van atomen (eeuwige, onveranderlijke elementen als wat is) die door de ruimte (wat niet is) bewegen en zo aldoor nieuwe configuraties voortbrengen. Plato's leverde zijn Ideeën als wat is met de zintuiglijke dingen als een soort schaduw ervan. De neoplatonisten werkten dit uit in een duizelingwekkende hiërarchie waarin het Ene voorbij het zijn en denken 'emaneert' in de Ideeën (wat is en wat we kunnen denken) die weer hun schaduwen voortbrengen tot er niets meer is (de duisternis). Elk ding is iets omdat het een eenheid is: door bij alles de eenheid te zoeken stijgen we op naar steeds hogere eenheden (de Idee 'Man' is in wezen slechts de eenheid van alle mannen en daarmee wat we met onze geest 'zien' als wat een man als zodanig is) tot we uiteindelijk uitkomen bij het Ene. Dat Ene is dus het enige ding, zoals Parmenides had geleerd, dat echter omdat het alles is en 'overvol' van zijn is, 'overstroomt' en al hetgene wat we kunnen denken en zien voortbrengt. Het is als het ware een licht dat ons verblindt - Plato vergelijkt het niet voor niets met de Zon - maar dat we indirect kunnen zien doordat we kijken naar wat het verlicht. De 'emanatie' is voor ons misschien wat vreemd als verklaringsmodel, maar kan men ook duiden aan de hand van het beginsel dat niets uit niets ontstaat zodat het gevolg niets kan zijn wat niet al in de oorzaak zat. Ons begrip van causaliteit waarbij het gevolg en oorzaak twee verschillende dingen zijn berust op waarneming maar verklaart in wezen niets omdat het onbegrijpelijk is (en dit is een goed startpunt om Hegels denken te begrijpen).

Voor deze heidense filosofie is de christelijke God die de wereld (als iets uitwendigs aan God) schept dan ook een absurditeit omdat dat verhaal precies de basisregel van Parmenides schendt: niets ontstaat uit het niets. En afgezien van de absurditeit van een schepping: waarom zou God iets buiten zichzelf - iets onvolmaakts - scheppen? Voor de oude Grieken is de wereld niet alleen eeuwig, maar een god diegene die volmaakt is en dus aan zichzelf genoeg heeft. Daarom probeert de filosoof op te stijgen naar het goddelijke - naar de vrijheid als autarkie - in plaats van dat God afdaalt naar ons, welke christelijke omkering wellicht iets sentimenteels of romantisch heeft: je zou kunnen zeggen dat in het christendom God niet overstroomt van zijn maar van liefde waartoe hij de wereld nodig had in plaats van dat de mens uit liefde (voor de wijsheid) probeert op te klimmen naar God.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 08:42 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 08:42 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.