"Voor hem is Literatuur – altijd met een hoofdletter – iets bloedserieus. (...) Kern van zijn verwijt is dat Luijters en zijn ‘makkertjes’ zich schuldig maken aan ‘onvolwassenheid’ en ‘infantiliteit’, aan ‘programmaloze grappenmakerij’, door [Jeroen red.]
Brouwers samengevat onder de noemer ‘jongetjesliteratuur’."
Dit citaat uit een stuk uit NRC over de literaire aanval van Jeroen Brouwers op - in zijn ogen - gemakzuchtigheid van Nederlandstalige medeschrijvers dat ik onlangs las, lijkt mijn opvatting treffend te dekken wanneer ik de boeken van Grunberg lees en wat ik omschreef als 'middelbare school lectuur'. Namelijk wanneer ik terugdenk aan de literatuurlijst Nederlands waaruit ik mijn keuze mocht maken stonden behalve werken, waarvan ik nu denk: daar was ik als jonge adolescent niet rijp genoeg voor [De
Max Havelaar van Multatuli bijvoorbeeld], maar ook toegankelijk geschreven werken die ik nu als lezer beschouw voor jonge geesten, alleszinds uitdagend zijn en neigen naar effectbejag. Bij deze laatste categorie schaar ik het werk van Grunberg (nogmaals van wat ik nog toe heb gelezen, misschien dat zijn essays mij beter kunnen bekoren), geschreven voor nog rijpende lezers. Daar is niets mis mee, enkel dat ik zeg: geef mijn portie maar aan Fikkie.
Noem mijn oordeel arrogantie, maar wanneer een auteur de prestieuze P.C. Hooftprijs krijgt toegekend verwacht ik dat de persoon in kwestie op zijn minst een aansprekende dan wel interessante stijl van schrijven beheerst.
Kritieken van lezers op ander werk van Grunberg laten zien dat ik niet de enige ben die zich uitermate stoort aan de beperkte stijl. Het plot of het verhaal komt bij mij op het tweede plan, maar wanneer ik een oordeel over het verhaal van
Het Bestand moet geven, vind ik de novelle over de hackergroep Anymous, Stuxnet en 'de vergelijk tussen de moord op dieren en de moord op Joden', gegoten in het karakter van een wereldvreemde puber die bij een cybersecuritybedrijf aan de slag gaat nogal pretentieus en allesbehalve overtuigend aan de orde komen.