Johan Mekkink: De Mens, de Tijd, de Schilder - Johan van der Woude (1975)
Nederlands
Biografie
157 pagina's
Eerste druk: De Walburg Pers,
Zutphen (Nederland)
Johan Mekkinks ouders vestigden zich in 1901 te Velp in het kleinste gedeelte van het boerderijtje dat vlak tegenover de oprijlaan van het kasteel Biljoen was gelegen. In het andere gedeelte woonden de grootouders Mekkink met nog een ongetrouwde zoon, behanger en stoffeerder van beroep, en een nichtje dat de huishouding deed. De woningen werden gescheiden door de deel, waar de werkplaats van de oude meubelmaker Mekkink en zijn zoon Jannes zich bevond. In deze familiezaak maakten de ouders van Johan lange werkdagen. Zij waren kleine middenstanders die te lijden hadden van de grote beurskrach in 1929 en de daaropvolgende economische crisis in de jaren ’30. Jannes Mekkink hoopte dat zijn zoon Johan met hem en zijn grootvader en oom mede-eigenaar zou worden van de meubelmakerij ‘Mekkink en Zonen’. De jeugd van Johan was echter zo beïnvloed door de financiële problemen die dagelijks werden besproken, dat hij daar niets voor voelde. Hij kon goed tekenen en op de lagere school ontwierp hij meubels die hij zelf maakte. Daar hield hij zijn grote liefde voor hout aan over. Hij schilderde later ook bij voorkeur op paneel. Van de schilder G.J. van Lerven kreeg hij schilderlessen. Behalve als portret- en stillevenschilder heeft Mekkink zich, onder leiding van de glasschilder Schilling, in de richting ‘monumentaal’ bekwaamd. Toen de toenmalige directeur A.J. de Lorm van het Arnhemse Gemeentemuseum hem een fulltime baan aanbood als wetenschappelijk assistent in het museum, accepteerde hij die functie. Hij vond voldoening in dit werk, al heeft het zijn productie als schilder beperkt. Dit viel hem zwaar, maar de uit zijn jeugd scherp bijgebleven angst voor armoede heeft hem ervan weerhouden deze baan op te geven. Mekkink was een kind van zijn tijd. Opgegroeid in een milieu waar het voorzien in het levensonderhoud als voornaamste taak werd beschouwd, kwamen voor hem hoop en verlangens naar welvaart en luxe op de laatste plaats. Toen hij met pensioen ging kon hij zijn leven als vrij kunstenaar voortzetten, maar nu zonder geldzorgen. Op de dag van zijn afscheid kreeg hij al de nodige opdrachten voor portretten. Hij ging met zijn vrouw reizen maken naar Italië en Duitsland om te tekenen en te schilderen. Dit betekende weliswaar geen vernieuwing in zijn werk, wel een verruiming van zijn blik. Nadat zijn vrouw in 1984 ten gevolge van een verkeersongeluk was overleden, waren veel van de laatste jaren van Johan Mekkink eenzaam en verdrietig.
