'Het beste boek ooit.' zegt Bukowski. Dat kan voor mij natuurlijk alleen
Moby-Dick blijven, maar man, Bukowski had wel een punt en
it's coming pretty damn close.
Om te beginnen is dit een plezier om te lezen. Een echte roller-coaster waarbij Fante van het botste, prozaïsche racisme twee bladzijden verder zich daar gewoon voor excuseert in puur poëtische toptaal. Alweer hardop gelachen, meegeleefd en jawel: krop in de keel bij wellicht het mooiste einde van een boek ooit!
(waarbij hij erin slaagt de opdracht voor dit boek op de allerlaatste pagina te schrijven en dan de woestijn in te keilen) Geniaal!
Dit boek gaat over schrijven,
willen schrijven, Los Angeles, liefde en impotentie. Ja, de eerste keer dat ik dat laatste tegenkom. Het cliché wil dat jongens de eerste keer zo graag willen dat ze 'al zingen voor ze zelfs de kerk nog maar binnen geraken'. Maar bij Arturo Bandini is er van zingen zelfs geen sprake. Hij wil zo graag dat er te veel mentale belemmeringen spelen. Uit het niets
duikt Vera Rivken op om hem over die drempel te helpen en nadien helpt marihuana hem ook nog een handje bij Camilla…
Arturo Bandini, dat prachtige alter-ego van de ambitieuze beginnende schrijver. Hilarisch wanneer hij zichzelf als Nobelprijswinnaar voorstelt, natuurlijk net om zijn zelftwijfel extra in de verf te zetten. Ten bewijze van zijn schrijverskunsten schermt hij constant met dat ene verhaal dat hij al gepubliceerd heeft: 'Het hondje lachte'. Met deze titel lijkt Fante vooral zichzelf heel het boek lang uit te lachen. De titel duikt steeds weer op bij een nieuw dieptepunt en die zijn talrijk. Want zelfkastijding is hem bepaald niet vreemd.
Zo is zijn relatie met Maya-prinses Camilla eerder een stand-off met over-en-weer getreiter. Afstoten en aanhalen. Maar wel heel de tijd boeiend en hoe gek ook: je gelooft het. Het verhaal wordt dan geleidelijk ernstiger om te culmineren in dat bloedmooi einde. Onderweg bewijst Fante/Bandini ten overvloede wat voor unieke stem hij heeft: nergens wil hij je verleiden of iets uitleggen, maar hij sleept je eenvoudigweg mee. Grappig, ontroerend, onthutsend bijwijlen maar onvoorspelbaar en vooral wanneer je het niet zou verwachten verrassend mooi, als een bloem in de woestijn. (Sta me deze amateuristische metafoor toe).
Een boek dat ik na de laatste bladzijde dichtklap en waarbij ik maar één ding kan denken: wow!