menu

Huis Clos - Jean-Paul Sartre (1947)

Alternatieve titel: Met Gesloten Deuren

mijn stem
4,03 (20)
20 stemmen

Frans
Toneelstuk
Psychologisch

190 pagina's
Eerste druk: Gallimard, Parijs (Frankrijk)

Garcin, Inès en Estelle, 3 overleden mensen, bevinden zich in de hel. Deze hel is echter anders dan verwacht: het is een normale kamer met drie banken. De huisknecht legt hen uit dat ze nooit meer kunnen slapen of met hun ogen kunnen knipperen en dat ze hier vastzitten tot in de eeuwigheid. Ze kunnen elkaar, hun kwade verleden en zichzelf geen moment ontkomen.

zoeken in:
4,5
Ha, eindelijk staat-ie erop . Dank hiervoor.

Dit boek heb ik op de middelbare school klassikaal bij Frans gelezen en vond het zeer indrukwekkend. Die constante spanning in een driehoeksverhouding. Steeds een complot van twee tegen de derde.

Dit boek draait om Sartre's bekendste citaat: L'enfer, c'est les autres, oftewel: de hel, dat zijn de anderen. Alle ongeluk doe je elkaar aan.

Sartre geloofde dat de mens is wat hij van zichzelf maakt. Dit is een grote verantwoordelijkheid. Ik heb geen andere boeken van Sartre gelezen (waarom niet? geen idee), maar dat idee komt hier wel heel hard in naar voren: je bent verantwoordelijk voor je eigen persoon, je eigen daden en daar moet je dus ook de consequenties van ervaren. Je kan jezelf (en elkaar) niet ontvluchten. De wijze les die hieruit te leren is: verbeter jezelf op tijd. Je hebt het zelf in de hand, maar doe daar dan ook iets mee.

Volgens mij is bovenstaande nog steeds de overheersende gedachte in de psychologie (en waar ook onderzoek naar gedaan is hoor): de mens kan zichzelf maken, je kan je eigen succes en geluk creëren. Ik kom er niet uit of dit nou iets positiefs is: aan de ene kant hoef je niet te berusten in je lot, het is mogelijk er zelf wat aan te doen. Als je maar wil, kan je gelukkig worden. Aan de andere kant legt het ook een enorme last op je.

Of ben ik nou te ver afgedwaald? De middelbare school is wel weer een tijdje geleden...

avatar van JJ_D
2,5
L’enfer, c’est les autres’. “De hel, dat zijn wij voor elkaar.” Een prachtig basisgegeven waarmee Sartre aan de slag kan. Maar helaas nogal vlak uitwerkt.

Waar ik op gehoopt had was een werk dat diep in de filosofie verankert zit. Misschien is ‘Huis Clos’ dat ook, maar kan ik dat er gewoon niet uit halen. Uit de monden van de pesonages komen geen levensbeschouwingen, maar persoonlijke besognes. Banaliteiten die de kern van het werk, die fantastische oneliner, alleen maar lijken te omzeilen (en uiteindelijk toch ook illustreren). Zij het op een totaal bevreemdende manier. Zijn dit allegorische karakters, die meer zeggen dan ze eigenlijk zeggen?

Ik weet het allemaal niet zo goed. Het probleem schuilt hem misschien evenzeer in hoe men een theatertekst leest. De mise-en-scène kan bepaalde klemtonen leggen die de lezer ontgaan. Daarom wil ik het werk dolgraag opgevoerd zien. Al is ‘Huis Clos’ weer zo’n omstreden klassieker die weinigen onder handen durven nemen. Want hoe raak je hiervan de kern als Sartre dat zelf ogenschijnlijk niet doet? (Om ooit te herlezen, dat staat vast.)
2,75*

JJ_D schreef:
L’enfer, c’est les autres’. “De hel, dat zijn wij voor elkaar.” Een prachtig basisgegeven waarmee Sartre aan de slag kan. Maar helaas nogal vlak uitwerkt.

Waar ik op gehoopt had was een werk dat diep in de filosofie verankert zit. Misschien is ‘Huis Clos’ dat ook, maar kan ik dat er gewoon niet uit halen. Uit de monden van de pesonages komen geen levensbeschouwingen, maar persoonlijke besognes. Banaliteiten die de kern van het werk, die fantastische oneliner, alleen maar lijken te omzeilen (en uiteindelijk toch ook illustreren). Zij het op een totaal bevreemdende manier. Zijn dit allegorische karakters, die meer zeggen dan ze eigenlijk zeggen?


Hmm, ik denk niet dat je kan stellen dat de mensen op zich allegorisch zijn. Hoewel Sartre vrijwel altijd personages schept die zich op een ietwat abstract denkvlak bewegen, blijven het m.i. toch mensen (zeker in dit stuk).

Die persoonlijke besognes dienen inderdaad om Sartres visie op de hel te illustreren en daarom zou je kunnen zeggen dat hun woorden meer lading hebben dan ze op het eerste gezicht doen vermoeden. De hel is de Ander omdat mensen volgens Sartre hun eigen vrijheid ontkennen, en daarmee doen alsof ze een vaste essentie hebben (zoals ieder willekeurig levenloos voorwerp dat heeft, een stoel kan alleen maar een stoel zijn). In plaats van hun eigen essentie te zoeken in het leven laten ze zich continu leiden door anderen in hun doen en laten. Huis Clos is dus eigenlijk een metafoor voor het Leven, ook al wordt het in het verhaal aangeduid als de hel; als men eruit weet te ontsnappen kan de zoektocht naar de eigen essentie beginnen. het is daarom tekenend dat uiteindelijk niemand de ruimte wil verlaten. Met de dialogen illustreert Sartre de mechanismen van macht en controle van de één over de ander. Iedereen is slachtoffer en dader tegelijk en legt zijn/haar leven (o.a. via de begane 'zonden' in het verleden) als het ware in de handen van de Ander. Het feit dat niemand de ogen meer kan sluiten speelt ook een grote symbolische rol in deze context.

Uit je post vermoed ik dat je er meer van snapt dan je denkt...

avatar van JJ_D
2,5
Dionysos schreef:
(quote)


De hel is de Ander omdat mensen volgens Sartre hun eigen vrijheid ontkennen, en daarmee doen alsof ze een vaste essentie hebben (zoals ieder willekeurig levenloos voorwerp dat heeft, een stoel kan alleen maar een stoel zijn). In plaats van hun eigen essentie te zoeken in het leven laten ze zich continu leiden door anderen in hun doen en laten. 'Huis Clos' is dus eigenlijk een metafoor voor het Leven, ook al wordt het in het verhaal aangeduid als de hel; als men eruit weet te ontsnappen kan de zoektocht naar de eigen essentie beginnen. het is daarom tekenend dat uiteindelijk niemand de ruimte wil verlaten.


Ik volg niet helemaal. Enkele bedenkingen.

* Over welke essentie heeft Sartre het dan precies?
Ik geloof dat de kern van het "ik" (als Sartre het daar over heeft) inderdaad gedefinieerd is bij anderen. Ik besta immers alleen bij de empirische waarneming van anderen, die mij ervan kunnen overtuigen dat ik 'ben'. (Descartes: ) Dat neemt niet weg dat ik 'onafhankelijk' ben en los sta van mijn omgeving, al heb ik die nodig om te bestaan. Zo kan ik zelf mijn essentie zoeken, omdat ik daar zelf "rijker" van word. Uiteraard mag mijn omgeving me niet sturen, maar ze is wel een 'nodige voorwaarde'.

* Als de ander de hel is omdat wij ons door hem laten sturen, dan is de hel toch niets anders dan onszelf?

JJ_D schreef:
(quote)


Ik volg niet helemaal. Enkele bedenkingen.

* Over welke essentie heeft Sartre het dan precies?
Ik geloof dat de kern van het "ik" (als Sartre het daar over heeft) inderdaad gedefinieerd is bij anderen. Ik besta immers alleen bij de empirische waarneming van anderen, die mij ervan kunnen overtuigen dat ik 'ben'. (Descartes: ) Dat neemt niet weg dat ik 'onafhankelijk' ben en los sta van mijn omgeving, al heb ik die nodig om te bestaan. Zo kan ik zelf mijn essentie zoeken, omdat ik daar zelf "rijker" van word. Uiteraard mag mijn omgeving me niet sturen, maar ze is wel een 'nodige voorwaarde'.

* Als de ander de hel is omdat wij ons door hem laten sturen, dan is de hel toch niets anders dan onszelf?


Sartre heeft het nooit over DE essentie, want die bestaat volgens hem (en de existentialistische filosofie) immers niet. Het menselijk bestaan, als ook de mens als wezen, is op zichzelf zonder betekenis, zonder essentie. Dat is hetgene waarvan Sartre de wereld van wilde overtuigen: 'de mens is veroordeeld om vrij te zijn'. Echter, de mens wil eigenlijk helemaal niet vrij zijn, hij wil een leven dat een betekenis heeft. Hij definieert zichzelf aan de hand van de dingen die hij doet, objecten om zich heen, anderen, alles om maar niet te hoeven veranderen en geen keuzes te hoeven maken. Men wil tijdens het leven kunnen zeggen: dit ben ik en daar kan ik verder niets aan doen. (Descartes deed in feite hetzelfde toen hij de zekerheid van het menselijk bestaan reduceerde tot 'cogito, ergo sum'.) Op die manier maakt de mens zichzelf tot een object zonder bewustzijn. Sartre beweerde dat de mens ALTIJD een keuze heeft, juist omdat hij wel een bewustzijn heeft en het vermogen heeft om boven zichzelf uit te stijgen en alles van een afstand te bekijken.
De rol van de Ander grijpt terug op het maken van de mens tot een object, we plakken elkaar immers continu labels op, dichten andere mensen ééndimensionale essenties toe door te categoriseren en te benoemen. Dat is wat Sartre bedoelt met 'de blik van de Ander', die in Huis Clos continu aanwezig is omdat niemand zijn ogen kan sluiten, en daar moeten we aan ontsnappen.

Jouw laatste vraag raakt aan de paradox binnen het existentialisme van Sartre, en vormt een probleem waar zelfs hijzelf ook niet is uitgekomen (daar ben ik tenminste van overtuigd op basis van wat ik tot nu toe van en over hem hem gelezen). Het staat je dus vrij om hem zelf te beantwoorden .

avatar van TheReader
5,0
Ik weet nog goed dat ik dit verhaal las voor mijn literatuurdossier. Man, wat maakte dit een indruk op me: drie personages die elkaars 'after'life tot een hel maken, en voor eeuwig met elkaar opgesloten zitten. Prachtig, zwartgallig en een eind als een mokerslag.

Gast
geplaatst: vandaag om 09:57 uur

geplaatst: vandaag om 09:57 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.