Voyage au Bout de la Nuit - Louis-Ferdinand Céline (1932)
Alternatieve titel: Reis naar het Einde van de Nacht
Frans
Sociaal
564 pagina's
Eerste druk: Denoël et Steele,
Parijs (Frankrijk)
In de oorlog realiseert Bardamu zich de waanzin van de collectief georganiseerde moordpartijen waarvoor de mensen enthousiast in de rij moeten gaan staan om zich te laten afslachten. In Afrika wordt hij geconfronteerd met de hebzucht en de botheid van de blanke kolonist. Maar nergens voelt hij de eenzaamheid zo sterk als in New York, de kille 'rechtopstaande' stad van levende automaten. Terug in Parijs staat hij als arts volkomen machteloos tegenover de achterdocht, de bekrompenheid en het misdadig egoïsme van zijn patiënten.
- nummer 51 in de top 250
Ik vond het taalgebruik ook wat te plat om het ten volle kunnen waarderen. Het is nog geen 'ik Jan Cremer'.maar ik ga toch voor het meer subtielere werk.
Er wordt vaak op gewezen dat Céline een "nieuwe" taal creeërde, wat eerder op de luiheid attendeert van de spreker. Céline schiep helemaal geen taal uit "het niets", maar entte zijn tak op de boom van het naturalisme van Zola ("L'assommoir") of Joris-Karl Huysmans ("A rebours"). Gitzwart proza die geen spaander heel laat van maatschappelijke conventionaliteiten. Er wordt duchtig met de taalbijl in het rond gezwaaid. De mens is slecht en we zullen het geweten hebben.
Terwijl ik me onderdompelde in de roes van Célines taal, meende ik het mechanisme van de rechtste retoriek te herkennen. Waarmee ik doel op het welwillige karakter van "Reis naar het einde van de nacht": iedere nachtmerrie die een mens überhaupt kan bezitten wordt plompverloren bevestigd door het hoofdpersonage. Stel je een vrijdagavond voor waarbij je zenuwen het begeven en je diepgewortelde frustraties uitkraait over een lege stationsparking. Terwijl je voorhoofd nog nazindert van de uitgespuwde innerlijke spanningen en een eerste vlaag van schaamte zich aankondigt("Arme ik!? Is het niet arme wij?"), slaat er plotsklaps een persoon op je schouder: "Weet je, beste kerel! Je hebt gelijk!". Meer zelfs: hij kwadrateert zelfs wat jij meent dat "er allemaal verkeerd loopt". Een mens moet voorzien van een sterk hoofd om weigerachtig te staan tegenover een bevestiging van zijn vooroordelen.
"Reis naar het einde van de nacht" laat een dubbele indruk na: een hondstrouwe vriend voor de late uren, maar een verdraaid giftig boek wanneer het gedachtegoed het daglicht tegemoet treedt. Daglicht gedijt immers niet achter rolluiken, de persoon in het huis denkt immers: "kijk! hoe inktzwart" - terwijl het daglicht slechts één rolluik weg is.
"Reis naar het einde van de nacht": pijnlijk eerlijk, maar eerlijkheid gebruik je met mate.
Het schijnt vooral stilistisch waanzinnig te zijn, begrijp ik? Ik las ergens dat dat in de vertaling veel minder tot zijn recht komt, maar hoe kijken jullie daar tegenaan?
Ik heb Voyage au Bout de la Nuit van Céline gelezen op dringend aanraden van een vriend. Aanvankelijk was ik allesbehalve gecharmeerd van de stijl. Èrg grof wat mij betreft terwijl ik veel kan hebben. Toch, toen ik er eenmaal aan gewend was raakten bepaalde belevingen van de hoofdpersoon me wel. Met name hoe de hoofdpersoon tegen een geliefde vrouw aankijkt. De hoofdpersoon was daartoe óók in staat. Het maakt min of meer duidelijk welk gevoel onder de m.i. zwartgallige cynische toon zit... Het is alweer een tijd geleden maar de roman heeft destijds hoe dan ook indruk gemaakt.
Ik moet wel zeggen dat het mij niet gelukt is door andere boeken van Céline heen te komen en dit had weer te maken met de (grove, m.i letterlijk- en figuurlijk 'kankerende') stijl.
Dankjewel daar ga ik iemand heel blij mee maken. Zelf vind ik het een treffend artikel.
“Those petty panics, when a whole neighborhood in pajamas would pick up candles and vanish, cackling and clucking, into the bowels of the earth to escape a peril that was almost entirely imaginary, showed up the terrifying futility of those people, who behaved by turns like frightened hens and sheepish sheep”. Misschien dat het aan de vertaling te wijten is? Helaas ben ik het Frans niet machtig maar zal de Nederlandse vertaling van Kummer eens proberen! Misschien dat ik dan tot zijn boosheid kan doordringen. Nog geen oordeel….
Reis naar het einde van de nacht is een grauw boek, niet eens zwart maar grauw. Het beschrijft in zurige oprispingen een weerzinwekkende en lege wereld, bepaald geen lekker leesvoer dus. Ik had dan ook moeite er doorheen te komen. Ontwikkelingen zijn er nauwelijks, de stijl wordt vooral gekenmerkt door platvloerse uitdrukkingen en humor ontbreekt volledig (wat het verder uitstekende artikel dat Ingrid hierboven linkt ook beweert). Kortom, het einde van de nacht komt maar niet in zicht.
Al met al denk ik dat de Franse literatuur zo'n beetje de meest deprimerende is ter wereld: Celine heeft een knus plekje tussen de smerigheid van De Sade, het dirty realism van Zola en De Maupassant, het nihilisme van Sartre en Camus en de genadeloze analyses van Houllebecq. Het zal allemaal wel, ik ga lekker van m'n vrije dag genieten.
Celine spuwt zijn gal. En dat 500 pagina's lang. Nu ben ik aan de beurt:
Reis naar het einde van de nacht is een grauw boek, niet eens zwart maar grauw. Het beschrijft in zurige oprispingen een weerzinwekkende en lege wereld, bepaald geen lekker leesvoer dus. Ik had dan ook moeite er doorheen te komen.
Kortom, het einde van de nacht komt maar niet in zicht.
.
het boek is natuurlijk ook geschreven in een tijdsscharnier dat er ook niet zo veel lolligs te beleven was in Europa.
Maar ik geef toe, het is (heel) lang geleden dat ik dit boek gelezen heb.
Geen slecht woord overt Camus, trouwens

Celine spuwt zijn gal.
Aardige vergelijking waar ik me me wel in kan vinden. Enerzijds brachten zowel Céline en Houellebecq mij in aanraking met een bepaald soort gedachtengoed dat ik, ook al wil ik het niet, herken in sommige mensen: nihilisme en in het geval van Houellebecq zwarte humor, cynisme. Het idee/gevoel dat we niet bijster veel van 'de mens' moeten en hoeven te verwachten. Maar, degene die mij met beide schrijvers in aanraking bracht meent: onder cynisme ligt gevoeligheid...
Ook daar kan ik me wel wat bij voorstellen, wat gebeurt er als een mens ondraaglijk gekwetst is?
Tegelijkertijd word ik ook treurig van dit soort boeken. Ik ken ook andere kanten van 'de mens' en zijn er wel degelijk verhalen van bijvoorbeeld mededogen. Niet alleen het zwartgallige (ook al mag ik zelf hard lachen om die zwarte humor). Uitersten prikkelen tot nadenken.
Waarbij een vrije dag een goed middel om te genieten van de goede dingen des levens.
Tuurlijk speelt het nihilisme een rol maar waar de eerste twee dit door dialogen proberen te verkondigen doen de laatste twee dit door een diepere diepgang van de mens ten toon te spreiden en hierdoor wat (veel) subtieler te werk gaan.
Nihilisme = Oblomov en daar komen deze eerste twee grof gebekte schrijvers niet aan toe
Dat je Celine plaats in een vergelijking met Houellebecq kan ik nog begrijpen maar om Sartre en Camus daarbij te zetten vind ik wat overdreven.
Tuurlijk speelt het nihilisme een rol maar waar de eerste twee dit door dialogen proberen te verkondigen doen de laatste twee dit door een diepere diepgang van de mens ten toon te spreiden en hierdoor wat (veel) subtieler te werk gaan.
Nihilisme = Oblomov en daar komen deze eerste twee grof gebekte schrijvers niet aan toe
O.k. schrap Camus... had ik beter moeten quoten
Sartre tsja ... kom ik niet doorheen
Oblomov moet ik nog lezen
Dat je Celine plaats in een vergelijking met Houellebecq kan ik nog begrijpen maar om Sartre en Camus daarbij te zetten vind ik wat overdreven.
Het is ook niet perse een vergelijking. Meer een opsomming om het zwartgallige karakter van de franse literatuur te laten zien.
Daarnaast denk ik dat het existentialisme wel beinvloedt is door Celine. Zie ook het artikel dat Ingrid al linkte, waarin dit expliciet wordt gezegd.
(Overigens ben ik het met je eens dat zowel Sartre als Camus maar vooral die laatste, het allemaal wat subtieler doen en ook diepgaander.)
De eerste officiele nihilist was natuurlijk Bazarov, de romanfiguur uit Vaders en Zonen.

Celine spuwt zijn gal. En dat 500 pagina's lang. Nu ben ik aan de beurt:
Reis naar het einde van de nacht is een grauw boek, niet eens zwart maar grauw. Het beschrijft in zurige oprispingen een weerzinwekkende en lege wereld, bepaald geen lekker leesvoer dus. Ik had dan ook moeite er doorheen te komen. Ontwikkelingen zijn er nauwelijks, de stijl wordt vooral gekenmerkt door platvloerse uitdrukkingen en humor ontbreekt volledig (wat het verder uitstekende artikel dat Ingrid hierboven linkt ook beweert). Kortom, het einde van de nacht komt maar niet in zicht.
Makkelijk, als andere je mening al voor je hebben opgeschreven

En dat is waar de hele literatuur om gaat, een schrijver heeft een aantal blanco velletjes en van daaruit heeft hij de vrijheid de wereld neer te zetten zoals hij dat wil. De absurde manier waarin Céline een wereld beschrijft die werkelijk op geen enkele manier deugt, is heerlijk om te lezen. En ik dat vind dat niet omdat ik een naar herkenning zoekende misantroop ben, maar omdat Céline zijn beschrijvingen zó over de top trekt dat het me haast onmogelijk lijkt om dit boek als een serieuze Schopenhauer-achtige aanklacht te zien. Céline gebruikt zijn misantropie om een sfeer te schetsen, niet om de superioriteit van zijn persoonlijkheid door te drukken. Dat is althans hoe ik dit boek beleef, en dat is waarom ik zoveel sympathie voor de ik-persoon opbreng.
Ik heb dit boek haast aan één ruk door uitgelezen en toen ik het uit had dacht ik: dit is pas een boek. Een boek, zoals het idee dat je je voorstelt bij een goed boek als je een jaar of twaalf bent en buiten Carry Slee totaal nog geen literaire bagage hebt. Het verhaal is boeiend, bijtend, afwisselend en grappig. Ik dacht na ieder beschreven avontuur: nu zal het boek toch zeker wel een inzinking krijgen, dit niveau zal Céline toch niet kunnen vasthouden. Maar de inzinking kwam niet, en het boek boeide tot het einde. Vijf sterren en een hoge notering in mijn top 10.
Celine was geen inspirator voor Hermans. Zal hem vast gewaardeerd hebben, maar de grote inspirator was toch echt Schopenhauer.
Wat heet gewaardeerd, Hermans herlas dit boek ieder jaar.
In Reis lees ik niet eens zo zeer een haat tegen de mensen, of bepaalde sociale klassen (waar ik een beetje beducht voor was), als wel tegen het bestaan. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, de enige manier te ontsnappen aan de intrinsieke ellende van het bestaan is oogkleppen op te zetten en ons over te geven aan de afleidingen van het leven. Voor Céline is dat, met stip op 1, seks en op 2 de cinema. Maar met name dat eerste; de mens is een dier dat enkel zijn instincten kan volgen. Tot mijn verrassing wordt hier niets verhullend over geschreven, veel teksten uit Reis zou ik pas ver na WO II verwachten. Alleen al door de moderne, compromisloze schrijfstijl terecht opgenomen in de canon van 20e eeuwse literatuur, met slechts die kleine ‘maar’ die voorkomt dat ik het boek de volle score geef.
Charles Bukowski werd absoluut door Céline beïnvloed trouwens. In Pulp voert hij een privédectective op, die Céline probeert te vinden. Hij schijnt namelijk nog te leven en rond te hangen in boekenzaken in de Verenigde Staten. Ik verzin het ook niet.
Overigens, mijn leraar Nederlands raadde me aan het begin van vorig schooljaar dit boek aan, omdat ik Bukowski geweldig vind. Toen ik hem met een grote grijns vertelde dat ik hem al gelezen had, was zijn gezicht van verbazing werkelijk onbetaalbaar.
Als ik de tijd vind, ga ik deze trouwens zeker nog herlezen!
Dat zegt dus wel al voldoende hoe ik over het boek denk. Vreemd genoeg waren er mij niet zo veel details bijgebleven. Het razen, het tieren, het hels tekeer gaan aan een heel hoog tempo en een beklijvend relaas van de gruwel uit 'de grote oorlog'. dat herinnerde ik me wel min of meer, maar de rest (gelukkig) niet.
Ik wist dus niet meer helmaal wat er ging komen en ik moet zeggen dat er wel een (piepklein) beetje glans van af is. Zo is de taal bijwijlen meesterlijk, maar het boek in zijn geheel is misschien toch net iets te lang.
Dat komt natuurlijk ook omdat al de ellende zich vooraan in het boek concentreert. Daarna komt het niet echt meer goed met Ferdinand. Die eerste helft is gewoon veel sterker, want daarna is het aanmodderen. Nasleep van wat daar allemaal is misgelopen.
Het valt me ook wel op dat de misantroop Céline vooral zichzelf een misselijk sujet vindt: een lafaard die bij het minste gevaar of erger nog, de minste dreiging van geluk de biezen pakt en zo ver mogelijk wegvlucht.
Trots is hij daar niet op. Met tederheid denkt hij terug aan zijn Molly en kan hij ontroerd worden door het gezicht van een kind. Het zijn bloemen die bloeien op de mestvaalt.
Dat Bukowski hier mee wegloopt, kan ik qua zinsbouw wel zien. Dansende, voortjakkerende zinnen die je de lust geven ze luid voor te lezen aan de (geïrriteerde) mensen die net in je omgeving vertoeven.
Misselijk mannetje. wereldschrijver, wereldliteratuur.
Een goed boek moet kunnen boeien. Stoppen met lezen is lastig en zodra de mogelijkheid zich voordoet begin je weer. Bij dit boek was het toch niet echt het geval.
ik heb me er niet doorheen kunnen worstelen. Waarschijnlijk is literatuur niet echt iets voor mij.
Een goed boek moet kunnen boeien. Stoppen met lezen is lastig en zodra de mogelijkheid zich voordoet begin je weer. Bij dit boek was het toch niet echt het geval.
Dat soort literatuur is er ook wel hoor. Geef de moed niet op.

