Moeilijk boek om te beoordelen. De eerste ca. 200 honderd bladzijdes heb ik langzaam en met tussenpozen gelezen. Het verhaal kwam niet op gang, ik stoorde me aan de omslachtige en weinig interessante beschrijvingen van Vogel, de vele (onnodige) herhalingen. Na die koude start kreeg ik meer tijd, heb ik besloten om het boek zo snel mogelijk uit te lezen, en werd ik meer betrokken bij Gurdweills sores. Misschien wel door de vaart waarin ik het las. Wellicht was het boek erbij gebaat dat ik niet te veel stilstond bij de tekst op zinsniveau, maar vooral opging in de kwellingen waaraan Gurdweill blootstaat.
Natuurlijk is het fascinerend dat iemand dergelijke martelingen zo gedwee kan ondergaan, en niet of nauwelijks in opstand komt tegen zijn bazige en sadistische vrouw. De inventiviteit en wreedheid van Thea blijkt geen grenzen te kennen, wat Gurdweill uiteindelijk tot het uiterste drijft, nadat alle andere mogelijkheden al uitgeschakeld zijn. De wezenloze zwerftocht die Gurdweill maakt na de zelfmoord van Lotte is zowel prachtig door de voelbare verwarring als vervelend door de talloze repetitieve scenes die het bevat. Het zijn hoofdstukken die ik waardeer om hun literaire kracht, maar waarbij het leesplezier niet al te hoog is, wat bij mij de vraag oproept of dat niet anders had gekund. Bij mijn favoriete leid ik genietend, bij Huwelijksleven viel het lezen tegen maar denk ik achteraf: het was toch een boeiend boek.