“Yug en terres inconnues” speelt zich vier jaar na “Yug” af. Yug is terug bij zijn stam, maar de opgedane ervaringen tijdens de zoektocht hebben bij hem een hevig verlangen naar meer avontuur opgewekt. Hij bouwt een zeilboot, vaart naar het zuiden en komt terecht in Afrika. Niet alleen beleeft hij daar avontuurlijke en gevaarlijke ontmoetingen met voor hem onbekende dieren zoals nijlpaarden, krokodillen en neushoorns, ook de mensen zijn anders. Hun huid is zwart, tot hun wapens behoren een gebogen lans waarmee kleine gevederde lansjes worden weggeschoten (kortom: boog en pijlen) en ... zij zijn in staat door middel van wrijving zelf vuur te maken. De punten van hun wapens zijn gemaakt van ijzer dat zij in het vuur bewerken. Met deze nieuw opgedane kennis trekt Yug verder, redt het leven van een leeuw die hevig gewond is geraakt in de strijd met een buffel en dit dier begeleidt hem op zijn verdere reis.
Opnieuw dus avontuur, natuur en dieren, als het ware verteld door De Larigaudie. Opnieuw ook een dier dat van de dood wordt gered en dan gewoonweg handtam wordt. Erg ongeloofwaardig maar voor de jeugd natuurlijk machtig interessant.
Waar in “Yug” uitsluitend oude maten, voornamelijk de “coudée” (el), worden gebruikt, is in dit tweede deel ook de van oorsprong Franse maat, de meter, terug te vinden. Archeologisch onjuist lijkt mij dat Yug uit de Steentijd nota bene in Afrika het gebruik van ijzer leert. Na de Steentijd volgde eeuwenlang de Bronstijd en pas daarna de IJzertijd. Bovendien was de toepassing van ijzer eerder bekend in Azië dan in Afrika. Zelfs in het hoogontwikkelde Egyptische rijk van 1400 jaar voor het begin van de huidige jaartelling leefde men nog in het Bronzen Tijdperk. Archeologen waren opgetogen in het graf van Toetanchamon een gouden dolk met ijzeren lemmet te vinden, niet vanwege het goud – dat daar al in ruime mate voorhanden lag – maar vanwege het ijzer. Waarschijnlijk was dat afkomstig uit het rijk van de Hettieten, gelegen in het huidige Turkije, aan de noordgrens van het Egyptische rijk, waarmee indertijd naast het voeren van oorlog om de grenzen ook diplomatieke betrekkingen werden onderhouden. In de boeken van Homeros zijn de wapens ook van brons gemaakt.
Zoals gezegd is Yug hier vier jaar ouder. Die vier jaren komen bij de twee boeken telkens ook op andere wijze terug. “Yug” werd geschreven in 1933 en verscheen op 18 januari 1934 als boek. “Yug en Terres Inconnues” werd geschreven in 1937 (vier jaar na “Yug”), verscheen van 6 juni tot 26 september van dat jaar in aflevering in een katholiek jeugdtijdschrift en kwam op 9 juni 1938 in boekvorm in de handel, ook weer vier jaar na het eerste deel. Over consequent gesproken ...
Opnieuw heb ik gekozen voor een afbeelding van
Pierre Joubert en niet voor de kaft van de eerste druk, die geïllustreerd werd door Jean Gay. Wie de afbeelding van “Yug” met die van “Yug en Terres Inconnues” vergelijkt, ziet op beide een boog. Maar terwijl die van “Yug” enkelvoudig is, is die op “Yug en Terres Inconnues” samengesteld (een enkelvoudige boog bestaat uit één stuk hout, een samengestelde uit meer dan een). Het is de vraag of in den beginne een samengestelde boog gemaakt kon worden. In mijn exemplaar van het boek, beide “Yug”-verhalen verzameld in één band en gedrukt in1975, is de tekening door Joubert kennelijk later aangepast en is uitsluitend een enkelvoudige boog te zien. Overigens is Yug ook in het tweede deel voor mijn gevoel nergens als een zeventienjarige jongeman te zien (zie ook
dit bericht bij “Yug”)