menu

Americana: Omzwervingen in de Amerikaanse Cultuur - Joost Zwagerman (2013)

mijn stem
4,43 (7)
7 stemmen

Nederlands
Sociaal / Autobiografisch

1216 pagina's
Eerste druk: Arbeiderspers, Utrecht (Nederland)

Voor Americana maakte Joost Zwagerman een keuze uit de honderden artikelen en essays die hij in zijn leven schreef over Amerikaanse cultuur: literatuur, film, beeldende kunst, fotografie, popmuziek, et cetera. Hij vulde die keuze aan met nieuwe essays en portretten. Americana biedt niet alleen een totaaloverzicht van het schrijverschap van Zwagerman, maar is ook een persoonlijke in kaart gebrachte cultuurgeschiedenis van het Amerika van begin twintigste eeuw tot heden. Zwagerman volgt zijn fascinaties en obsessies, zodat Americana indirect ook een soort autobiografie in essayvorm is.

zoeken in:
avatar van liv2
2 delen in cassette

avatar van mjk87
Klinkt interessant, al vind ik Zwagerman vooral een boeiende spreker en niet zozeer een boeiende schrijver.

avatar van Donkerwoud
Klinkt interessant, maar wel een wat lijvig werk. Moet je maar tijd en zin voor hebben.

avatar van Theunis
4,5
Zo. Ik ben op de helft. Althans, deel I heb ik uit. Het gedeelte dat gaat over de geschreven kunst. 673 pagina's lang, gevuld met essays over Amerikaanse literatuur. Ik was benieuwd of ik het vol zou houden, of Zwagerman me voldoende kon blijven boeien. En, op een paar gedeeltes na, kan ik volmondig zeggen dat ik dit eerste gedeelte met veel plezier heb gelezen. Dit heeft te maken met de Americana die me altijd al heeft weten te boeien, maar dit heeft ook zeker te maken met de manier waarop Zwagerman het heeft opgeschreven.

De inleiding was al veelbelovend. Het Amerika waar Zwagerman in Alkmaar van droomde, naar droomde ik iets noordoostelijker ook van. Als Zwagerman over de Amerikaanse literatuur spreekt en het belang van 'de overmijdelijke verpulvering van' de Great Expectations, de nachtmerrie achter de Amerikaanse droom, dan weet je dat je als lezer met de schrijver mee wil zoeken naar de belangrijkste auteurs die dit menselijke leed zichtbaar hebben gemaakt. Als Zwagerman zich afvraagt waar je als dromer in de Verenigde Staten naar toe moet en zich afvraagt of er dan een ander land of een andere tijd is die een mogelijke uitweg kunnen bieden, dan weet je dat er voldoende raakvlak is om samen op reis te gaan door het weidse Amerikaanse schrijverslandschap.

De reis start in Suburbia, de dodelijk beklemmende Amerikaanse voorsteden om daarna aan te belanden bij de Beatniks: Ginsberg, Kerouac en Burroughs. Ik ben geen fan van het werk van Kerouac, de enige van deze schrijvers die ik tot nu toe las. Het is verhelderend om te lezen waarom ze zo belangrijk waren in die tijd: ze waren een 'inspirerend alternatief voor het ingedutte academisme in de Amerikaanse poëzie'. Een andere wind, een broodnodige verandering die van grote invloed is geweest op daaropvolgende schrijvers. De meta-positie van waaruit Zwagerman kan kijken was hier verruimend voor mij als amateurlezer.

Dit laatste is wat Zwagerman me op veel meer plaatsen in het boek kon brengen. In mijn voorlopige omzwervingen in het literatuurlandschap moest ik het voornamelijk van de recensies op BoekMeter en GoodReads en mijn eigen bescheiden gedachtekronkels hebben. Een meer dan geoefend lezer als Zwagerman weet steeds helder en duidelijk uit te leggen wat een boek of een schrijver zo goed of belangrijk maakt. Vaak zonder dat hij zelf hierin voorkeuren uitspreekt.

En zo kwam ik nog al eens wat te weten over schrijvers die ik niet kende. Zo blijkt niet Capote, maar Mailer dé non-fictieroman te hebben geschreven met zijn The Executioner's Song. En zo leer ik dat John Updike misschien wel een van de beste auteurs is die Amerika heeft voortgebracht. Van hem las ik nog nooit iets, maar ik heb meteen de Rabbit-reeks op mijn leeslijst gezet. Ik leerde dat Bukowski geïnspireerd is door de boeken van Carson McCullers en John Fante, schrijvers die in het boek amper worden genoemd, maar die ik erg goed vind. Ik las over de klassieker van Herzog van Saul Bellow. Zwagerman legde de bedoelingen van Brett Easton Ellis in American Psyhco uit, een boek dat ik maar met moeite heb kunnen uitlezen. Ik was onder de indruk van de manier waarop Zwagerman diepgaande verbanden legde tussen boeken en schrijvers. En ondertussen werd ik om de oren geslagen met ideeën en meningen over het schrijven zelf. Zo schrijft Zwagerman ergens dat 'we niet meer in de eeuwigheid geloven' en dat we daardoor 'kunst en architectuur (maken) die veel minder dan voorheen de tand des tijds kunnen doorstaan'. En ergens anders gaat het over het taboe op zelfmoord, opgelegd door Augustinus en dat 'het meest perverse gevolg van deze cultuuromslag was dat iemand wiens zelfmoord mislukt, bij wet ter dood kon worden veroordeeld'. Uiteenlopende onderwerpen die allemaal prachtig zijn uitgewerkt in de essays.

En de verveling? En het moment dat het doorlezen even iets meer gestaag ging? Dat kwam op momenten dat er over het gekissebis tussen schrijvers werd geschreven. Of over zinloze literaire discussies waar een gewone lezer, een leek (zoals ikzelf), totaal geen betekenis meer in ziet. En soms ging het over een schrijver waarvan ik meteen wist dat ik er niets van zou lezen. Maar, zoals gezegd, waren dit maar een paar gedeeltes van het lijvige geheel.

Op een gegeven moment wordt de leeservaring heftig. In het gedeelte getiteld: 'Het Zwarte Vaandel op Mijn Schedel', gaat het over zelfmoord. De studie die Zwagerman hier op heeft losgelaten geeft bijna een obsessie weer, zeker als je weet dat Zwagerman later zelf zelfmoord zou plegen. Hij schrijft in deze essays onder anderen de zelfmoorden van Kurt Cobain, David Foster Wallace en Sylvia Plath. In het stuk over Wallace noemt Zwagerman de titel van diens 'virtuoos-vrolijke verhaal'. De titel is Death Is Not the End. Zwagerman besluit dit stuk met vier woorden die als een mokerslag aankomen gezien zijn eigen einde. Na de titel te hebben genoemd noteert hij: 'en zo is het'. Bam!

Het een na laatste hoofdstuk gaat over het korte verhaal. Die stroming verdient een Nederland een opwaardering, maar is in Amerika een nationale kunstvorm. Dankzij Zwagerman ben ik er zeker van dat ik al een aantal grote auteurs in deze stroming heb gelezen. En na het lezen van dit gedeelte heb ik er nog een flink aantal op de leeslijst bijgezet. Ik ben een groot liefhebber van het korte verhaal en het was daarom een zeer prettig gedeelte om over te lezen.

Deel I eindigt met schrijvers die vanuit het buitenland Amerika zijn binnengekomen. Van deze schrijvers is wellicht Nabokov het bekendste. Ik heb twee boeken van deze geweldenaar gelezen en, ook omdat Nabokov veel vaker in het boek als inspiratiebron voor Amerikaanse schrijvers naar voren kwam, ik heb meteen meerdere boeken van hem op mijn leeslijst gezet.

Gisteravond ben ik voorzichtig begonnen met Deel II van deze fantastische verzameling essays en verhalen. Muziek, film en beeldende kunst is nu aan de beurt. Ik ben benieuwd of ik even enthousiast kan zijn over het tweede gedeelte.

avatar van Theunis
4,5
Na deel I te hebben uitgelezen twijfelde ik of ik meteen aan deel II wilde beginnen. Maar ach, ik was toch toevallig in de bibliotheek en toevallig liep ik naar boven om te kijken of deel II er toevallig gewoon lag. En toen ik deel II eenmaal thuis in de boekenkast had staan, kon het vast geen kwaad om alvast met de introductie van het eerste gedeelte, over muziek, te beginnen. Voordat ik het wist was ik tientallen pagina’s verder. Nee, ook dit gedeelte zou ik niet gemakkelijk wegleggen.

Over smaak valt niet te twisten, maar Zwagerman weet op een overtuigende manier ook zijn voorkeuren in de muziek bijna objectief naar voren te brengen. Daarin sijpelt zo af en toe een prachtige irritatie door, zoals wanneer hij het heeft over de ‘alomtegenwoordigheid’ van Bono bij goede doelen. Zwagerman vraagt zich of ‘de man (niet) uit gewoonte opdraaft, zoals bij parochianen de hand louter reflexmatig naar de beurs gaat als het kerkenzakje passeert. Muziek van Pink Floyd en Genesis wordt ergens gebombardeerd tot ‘bombastische burgermanspsychedelica van pretentieuze jongensverenigingen’. Punk biedt troost, maar zijn liefde voor Prince is aanstekelijk. Hij is, gelukkig, zowel lyrisch als meedogenloos kritisch.

Ergens raakt hij een pijnlijk punt bij mij als lezer als hij, onder andere, Springsteen een ‘risicovrije muziekfrabiek’ noemt - ‘gerespecteerde concerns die formeel voldoen aan de strengste kwaliteitseisen maar die sinds jaren producten afleveren waar kraak noch smaak aan zit. Laat mij hier dan ook mijn idool Zwagermaniaans verdedigen tegen deze kritiek. Springsteen mag dan met zijn laatste twee albums aan deze omschrijving voldoen, maar albums als ‘The Rising’ (2001) en Magic (2007) zijn toch alles behalve smaakloze producten. Deze platen behoren, mijns inziens tot de beste van zijn oeuvre.

Boeiend is de stelling dat artiesten maar tien jaar op de toppen van hun vermogens functioneren. Als voorbeeld worden onder anderen Bowie (jaren ’70) en The Stones (1966 t/m 1972) aangehaald. En inderdaad, als je de lijn doortrekt, zou je hetzelfde van artiesten als Neil Young, R.E.M., U2, Elvis Costello en Bob Dylan zeggen. Ook mijn persoonlijke favorieten, Wilco en Ryan Adams (en misschien dan toch Springsteen?), hebben hun beste platen te hebben gemaakt tussen midden en eind jaren negentig en 2007. Natuurlijk, het lukt artiesten wel eens om tot een incidenteel goede plaat te komen, maar het zal altijd worden vergeleken met eerder, en vaak (net iets) beter, werk. Hoe verklaren we dit? Zit er een tijdslimiet aan de creativiteit van artiesten? Is er een bepaalde leeftijdsfase waarin artiesten niet meer interessant kúnnen zijn voor luisterend publiek? Zijn wij als luisteraars op een gegeven moment verzadigd en luisteren we altijd met het verleden van de artiest in ons geheugen?

De bewondering voor Madonna vond ik verrassend. Al blijkt Zwagerman vooral vol lof te zijn over de manier waarop Madonna haar imago keer op keer weet te gebruiken tot communicatiemiddel, om taboes te doorbreken, om haar verhaal te vertellen, om haar seksualiteit te uiten. Naar haar muziek zal ik niet snel gaan luisteren, ook niet na wat Zwagerman schreef, maar hij heeft me anders naar haar laten kijken. Zoals hij me weer even naar Prince liet luisteren en dat is wat Zwagerman steeds doet: hij dringt door tot in de nerven van de artiest en weet mij als lezer continu in beweging te krijgen.

Na de muziek is de film aan de beurt. Woody Allen komt langs, ook Blue Velvet, The Great Gatsby en de Coen Brother komen langs. Zwagerman schuwt ook de porno niet. Het essay over misschien wel de beste televisieserie ooit, Mad Men, is prachtig en vol lof geschreven.

Na de film volgt het grote gedeelte over schilderkunst. In de introductie stelt de schrijver zich min of meer een doel als hij schrijft dat ‘in het gelukkigste geval (..) het schrijven én lezen van non-fictie over kunst evenzeer een ervaring’ is. En ‘dat die ervaring ván de tekst over kunst (..) van groter gewicht (is) dan het oordeel over die kunst ín de tekst’. Ik ben geen ervaring kunstwatcher en moet het daarom doen met de tekst over de kunst. Omdat het Zwagerman blijft lukken om mij, ook tijdens dit laatste grote deel van het boek, te boeien, mag je zeggen dat hij in zijn opzet geslaagd is. Wat me in dit gedeelte weer opviel was het gemak waarop de schrijver verbindingen legt en een enorme massa kennis bezit. Zo is het opeens volstrekt logisch dat de regisseur van Mad Men heel goed naar de schilderijen van Edward Hopper heeft gekeken. Ineens wil ik zelf ook werk van Hopper zien. Zoals ik ook werk van Rothko wil zien, omdat Zwagerman me ervan heeft overtuigd dat er wel degelijk meer te zien is in het abstract expressionisme dan je op het eerste gezicht kunt zien (hoe kan het ook anders?).

Er volgt een groot gedeelte over Andy Warhol, een van de andere kunstenaars waar Zwagerman liefhebber van is. Americana sluit af met een aantal essays over fotografie. Opnieuw worden er voor mij nieuwe interessante artiesten geïntroduceerd: Diane Arbus, Gregory Crewdson, Walker Evans en Robert Frank.

Mijn wandelingen in Zwagerman’s omzwervingen in de Amerikaanse cultuur was er een met bijna alleen maar hoogtepunten: een boeiende tocht die van mij nog best wat langer had mogen duren.

avatar van the Cheshire cat
Joost Zwagerman schreef in totaal drie essays over popster Madonna, die zijn verzameld in deze bundel Americana onder het kopje Madonnarama: Macho Madonna, Goddess en Midlife Madonna.

Macho Madonna, de eerste essay en wat mij betreft de beste gaat onder andere over Madonna's steeds wisselende imago, haar haat-liefdeverhouding met de katholieke kerk, haar androgyne uiterlijk, haar affiniteit met nichten (De nichtenscene is paradijselijk. Madonna leeft op te midden van de joyeuze gays en valt voor hun flirterige hang naar theatraliteit, hun talent voor overacting, hun maniertjes en hun gevoel voor camp en decadentie. In homokringen bouwt ze een bescheiden reputatie op als 'fruitfly', nichtenmeisje, of, zoals ze het zelf noemt, 'fag hag' (letterlijk: mietjesheks). Madonna wordt het kokette meisje dat zich het lekkerst voelt te midden van beeldschone jongens van de verkeerde kant.) en haar controversiële videoclips zoals Like a Prayer (Door Madonna zelf bedoeld als hoogstpersoonlijke geloofsbelijdenis maar door anderen, onder wie de paus, beschouwd als blasfemie tot in derde graad. Klassenjustitie, interraciale seks, de Klu-Klux-Klan, homoseksualiteit, fysieke verering van een icoon, Madonna als Maria Magdalena, de hartenklop van een zwárt heiligenbeeld: republikeins Amerika en het Vaticaan komen vingers tekort om de subversief en blasfemisch geachte scènes en thema's te tellen. Natuurlijk breekt de hel los. Madonna ontvangt haar eerste, serieuze bedreigingen. In kringen van de Ku-Klux-Klan staat zij definitief te boek als 'niggerpussy'...)

In het tweede, Goddess, worden de biografieën besproken die er zoal over de wereldster zijn verschenen, onder meer dat walgelijke boek van Andrew Morton. Andrew Morton, die zeer terecht door Madonna, zo kan ik me nog herinneren, 'dat onderkruipsel' werd genoemd. Ik vind Zwagerman nog behoorlijk mild over dat boek, maar hij zegt wel : Voor de rest kun je er alleen maar over zeggen dat Andrew Morton de eerste Madonnabiografie schreef waarin zo weinig te vinden is over haar muziek. Je verdenkt hem er bijna van dat hij een Madonnahit niet kan onderscheiden van een nummer van, zeg, tieneridolen Britney Spears of Jennifer Lopez.

Midlife Madonna ten slotte gaat over de eerste keer dat Zwagerman een concert bijwoonde van Madonna in het Gelredome (Re-Invention Tour). Ook ik zag Madonna voor de eerste keer in het Gelredome in Arnhem in 2004. Later op het journaal vernam ik dat Zwagerman dezelfde show had gezien want hij werd na afloop van het concert nog geïnterviewd. Waarschijnlijk zat hij ergens op de tribune achterin, omdat hij het in zijn essay heeft over 'poppetjes in de verte'. Zelf stond ik goed vooraan en kon alles dus goed aanschouwen. Ik had zelfs nog een vluchtig oogcontact met Madonna. Op een gegeven moment huppelde ze over een soort van bouwstellage heen die over het publiek heen hing en zo kon ik, zo'n 3 tot 4 meter lager, onder haar Schotse rok kijken. Een vreemde gewaarwording, al zeg ik 't zelf, maar eenmaal weer buiten bedacht ik me opeens: maar wie heeft er nu niet bij haar onder de rok mogen kijken? Het mooiste aan de show vond ik nog de voor Madonna's doen eenvoudige uitvoering van Papa Don't Preach, waarin ze aan het einde een cirkel vormt met haar achtergronddanseressen en zij gaan ronddraaien, wat mij sterk deed denken aan het schilderij 'La Danse' van Henri Matisse uit 1909 waarop vijf naakte figuren te zien zijn die hand in hand in het rond dansen. Als er een KunstMeter zou bestaan zou dat doek vast en zeker in mijn top tien komen te staan.

Joost Zwagerman had een bijzondere en ruimdenkende kijk op kunst.

avatar van Raspoetin
4,5
Zojuist de zeer boeiende zes en een half uur durende podcast serie uit 2015 afgeluisterd over het boek Americana bij het Belgische Klara programma Pompidou met Joost Zwagerman en interviewster Chantal Pattyn. De serie is opgedeeld in vier afleveringen en naast Zwagerman schuiven ook Luc Tuymans, Christophe Vekeman en Björn Soenens per aflevering aan.

Wetende dat Zwagerman er treurig genoeg niet meer is, is het luisteren naar de vierde aflevering over al die Amerikaanse schrijvers en kunstenaars in wiens hoofd op een dag het licht uitging en uit het leven stapten des te aangrijpend.

Ik hoop de cassette met de twee delen, die ik al een poos op de plank heb staan, dit jaar nog te lezen.

avatar van Raspoetin
4,5
Missie volbracht! Reeds in oktober 2020 overigens, maar het heeft me een poos gekost om een bevredigend verslag op papier te krijgen.

De twee vuistdikke boeken in de geel-blauwe kartonnen cassette met de verweerde Amerikaanse vlag op de omslag waren een feest om te lezen. De bundels staan nog altijd op mijn bureau om ze zo nu en dan weer eens ter hand te nemen en een essay eruit te herlezen. Joost Zwagerman schrijft in Americana met zo’n fijne pen en zulk aanstekelijk enthousiasme over zijn ‘omzwervingen in de Amerikaanse cultuur’ dat de lezer niet veel anders hoeft te doen dan gewillig aan de hand van de auteur zich mee te laten voeren langs schrijvers, boeken en artiesten waarover Zwagerman de loftrompet afsteekt.

‘[Hi]is imagination fired by all things American: movies, novels, rock ‘n roll and the dream they promised of freedom beyond the grey universe of postwar suburbia in Britain.’

Dit ‘All things American’, dat wordt aangehaald in de gelijknamige uitmuntende inleiding en afkomstig is uit een catalogus van een David Bowie-tentoonstelling in Londen, is voor Zwagerman de kern van het begrip Americana. Dit niet te verwarren met het bekende muziekgenre. Net als zijn muzikale held David Bowie, die als tiener in de Britse slaapstad Bromley nog als Davy Jones door het leven ging, ontsnapte Zwagerman aan de neerslachtige realiteit van zijn jeugdjaren in een nieuwbouwwijk in Alkmaar, dankzij het rijke Amerikaanse cultuuraanbod. ‘Hoe ‘al die Amerikaanse fenomenen’ doeltreffender samen te brengen dan het woord ‘americana’?’

In de eerdere hier neergepende kritieken worden de veelzijdige interesses van Zwagerman op het gebied van de Amerikaanse cultuuruiting (schilderkunst, muziek, fotografie, film en pornografie, en de popart van Andy Warhol) reeds treffend becommentarieerd. Mijn lof gaat vooral naar het grootste deel dat het boek Americana behelst, en wel de Amerikaanse literatuur. Hier wil ik dan ook graag wat meer op ingaan. Het werk van Zwagerman vormt dé ideale introductie tot deze niche van de wereldliteratuur en door zijn kundig manier van schrijven is het alsof het een deur is die naar een nieuwe wereld wordt geopend.

De aanleiding voor de Amerikaanse literaire ontdekkingsreis van Zwagerman was de klassieker De Avonden (1947) van Gerard Reve die hij las als middelbaar scholier. De jonge Zwagerman leerde dat deze Nederlandse ‘oer-roman’ door critici veelal werd vergeleken met het werk The Catcher in the Rye (1951) van J.D. Salinger. Tot zijn grote verrassing stond de Nederlandse vertaling met de opmerkelijke titel ‘Puber’ bij zijn ouders in de boekenkast. Deze uitgave kende een vreemde pedagogische inslag, bedoeld ter voorlichting voor diegenen die een beter begrip wilden opdoen van de ‘moderne jeugd’.

In tegenstelling tot de ‘held’ Frits van Egters in De Avonden, die zich heeft neergelegd bij de lethargie van zijn droevig bestaan, streeft de hoofdpersoon Holden Caulfield in The Catcher in the Rye er juist naar om zich van zijn phoney omgeving af te zetten en te ontsnappen aan de opgedrongen dwangbuis van de geknechte samenleving. Dit verlangen sprak Zwagerman aan, omdat het bestaan in het treurige Alkmaar van de jaren zeventig dezelfde verstikkende omstandigheden kende zoals die werden beschreven in De Avonden. Zwagerman wilde net als Holden Caulfield hieruit weg.

The Catcher in the Rye was voor Zwagerman de sleutelroman voor zijn hartstochtelijke zoektocht dat tot het volgende leestraject leidde: On the Road (1957) van Jack Kerouac, Portnoy’s Complaint (1969) en de rest van het oeuvre van Philip Roth, de Rabbit-romancyclus van John Updike (Rabbit, Run (1960), Rabbit Redux (1971), Rabbit Is Rich (1981), Rabbit at Rest (1990) en Rabbit Remembered (2001)), Herzog (1954) van Saul Bellow (Zwagerman beschouwde Roth, Updike en Bellow als zijn favoriete naoorlogse schrijvers), Sylvia Plath, Walt Whitman, Melville, Faulkner, Hemingway, F. Scott Fitzgerald en uiteindelijk de jonge Literary Brat Pack schrijversgroep van de jaren tachtig waarmee Zwagerman zich als auteur het meest mee vereenzelvigde. In het bijzonder de werken Bright Lights, Big City (1984) van Jay McInerney en Less than Zero (1985) van de invloedrijke auteur Bret Easton Ellis.

De laatste twee boeken inspireerden Zwagerman tot het schrijven van zijn vroege werk Gimmick! (1989). Zijn poging tot een West-Europese roman over een ‘verloren’ generatie die ten ondergaat aan drugsgebruik, passieloze seks en slechte muziek in discotheken.

Inspirerend zijn de essays over de beatgeneratie met het trio Jack Kerouac van On the Road (1957), William S. Burrough van Naked Lunch (1959), en Allen Ginsberg van de dichtbundel Howl and Other Poems (1959) met de overrompelende openingsregel: ‘I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked, dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix’.

De grillige schrijverscarrière van Truman Capote van de werken Breakfast at Tiffany’s (1958) en In Cold Blood (1966) wordt door Zwagerman levendig verteld. De sterstatus van Capote kwam tot grote hoogtes door zijn verkoopsuccessen, maar de excentrieke auteur ging op den duur door alcohol en een uitbundig uitgaansleven tragisch ten onder, waardoor zijn oeuvre qua omvang zeer beperkt bleef.

Het beste essay uit de bundel vind ik ‘Aan zichzelf bezwijken. Madame Bovary van Gustave Flaubert en Herzog van Saul Bellow’ waarin Zwagerman een herkenbaar zelfverwijt van een lezer aankaart: het tekort schieten in het herlezen van je favoriete boeken. ‘De ervaren lezer onderscheidt twee typen meesterwerken. Tot het eerste type behoren de romans en verhalen die je je uitstekend herinnert. Die boeken herlees je omdat je weet welke genietingen je te wachten staan. (...) Het tweede type meesterwerk herlees je omdat je dénkt dat je weet welke genietingen je te wachten staan. Waarna het is alsof je, bij herlezing, een geheel nieuw boek onder handen hebt.’

Hierop vertelt hij hoe Flauberts Madame Bovary (1857) iedere lezing weer een andere impact op hem had, afhankelijk van de levensfase waarin Zwagerman zich bevond. Zo raakte hij als puber nog hopeloos verliefd op Emma Bovary, toen hij het boek herlas als dertiger en vader, zag hij in hoe de protagoniste haar eigen kind mishandelde en oordeelde hij haar als een ‘ontevreden zeikwijf met griezelige kitschfantasieën.’

Daarop stelt Zwagerman de vraag of je 'te vroeg' kunt zijn met het lezen van een bepaald meesterwerk uit de wereldliteratuur. 'Ik las Herzog voor het eerst toen in begin twintig was. Ik had tot voor kort de indruk dat ik me de belangrijkste elementen van dat boek accuraat en adequaat herinnerde. Zonder dwingende reden herlas ik Herzog - en ontdekte dat vrijwel alles aan en in het boek foutief en onvolledig in mijn geheugen was opgeslagen.'

Dit soort boeiende observaties doet je als lezer jezelf afvragen waar Joost Zwagerman in je levensloop was als de docent literatuurgeschiedenis. Des te treuriger is het dat hij in 2015 besloot om uit het leven te stappen.

INHOUD

All things American 13

Bohemia, suburbia
Ingeburgerd anarchisme. Greenwich Village 1910-1960 35
Rebellie als burgerlijk ideaal. De verwording van de outlaw 43
Soms een onschuldige klop, soms een harde klop. Bernard-Henri Levy davert door Amerika 51
Het fluwelen vacuüm. De verbeelding van suburbia 61

Angelheaded hipsters
Introductie 71
In voortdurende staat van ontwenning. Leven en dood van William Burroughs 76
Spion in andermans lichaam. William Burroughs als literaire sleutelfiguur 86
1 Moedwil en misverstand 86
2 Burroughs’ bunker 94
Go! Go! Go! Allen Ginsbergs Howl 105
Honger naar banale en sacrale ervaringen. Jack Kerouac en het zenkatholicisme 115

Met de vrije slag
Introductie 131
‘I celebrate myself’. De herwaardering van Walt Whitman 135
Herman Melville en de triomf van het nee 143
Henry Miller 148
1 De kut als kosmos 148
2 ‘Respectabel? Ik?’ 156
Truman Capote 165
1 Enkele reis Glamourland 165
2 Dear little Truman 178
Norman Mailer 185
1 Verslaafd aan verzet 185
2 ‘Mijn werk moet catastrofaal zijn.’ 208
J.D.Salinger 217
1 Schoenen poetsen voor de Dikke Dame 217
2 Salingers toorn 228
Words on paper. Charles Bukowski en de precisie van de weerzin 236
‘Waarom schrijft u?’ The Paris Review-interviews 245
Mooie kennis. Elizabeth Hardwick 253
Aan zichzelf bezwijken. Madame Bovary van Gustave Flaubert en Herzog van Saul Bellow 256
Saul Bellow en John Updike 266
John Updike 275
1 A portrait of the critic as a younger brother 275
2 Een gebutste lafaard. De Rabbit-romancyclus 291
3 Planeet Updike 294
4 Iedere zin was een héérlijke zin. Bij de dood van John Updike 299
Philip Roth 302
1 Het spiegelpaleis van Philip Roth 302
2 In gossip we trust 329
3 It can’t happen here 334
4 Voer voor rothologen. Exit Ghost 339
Tom Wolfe 343
1 De wetten van de kermis.The Bonfire of the Vanities 343
2 Rutrutrutrutrutrutrut! Waarom Wolfe vroeger beter was 347
Don DeLillo: Zen en de kunst van het inloggen 354
Seks met Nicholson Baker 358
Het kickboxfeminisme van Camille Paglia 362
Wachten tot de dood hem brengt. The Year of Magical Thinking van Joan Didion 374
Ooit keren de doden terug. Joyce Carol Oatesen Joan Didion 382
Vervreemding en verval in postmoderne tijden. Shopping in Space als recente Amerikaanse literatuurgeschiedenis 386
David Leavitt, zondagsjongen, bête noire 395
Jay McInerney 403
1 Gevierd, gewantrouwd, verketterd, miskend 403
2 De strijd tussen Jimi Hendrix en Richard Nixon. In gesprek met Jay McInerney 415
Bret Easton Ellis 421
1 Perfecte schoonheid als het absolute kwaad 421
2 Mode en apocalyps. In gesprek met Bret Easton Ellis 425
3 Het moment dat je innerlijk doodging. Imperial Bedrooms 430
Douglas Coupland 436
1 Couplands generatieromans 436
2 Stoelendans als voorbereiding op het leven. In gesprek met Douglas Coupland 448
Nine Eleven 454
1 Sterven om te doden, doden om te sterven 454
2 Emma Bovary op Ground Zero. The Good Life van Jay McInerney 458
3 De speldenpunt van de ziel. Terrorist van John Updike 462
De stille majesteit van een lang huwelijk. Freedom van Jonathan Franzen 469
Niemand ontkomt. In gesprek met Michael Cunningham 473
Jeffrey Eugenides 479
1 Kleinsteeds puberverdriet. The Virgin Suicides 479
2 Meedoen met de gewone, gezonde mensen. The Marriage Plot 482
Eerst de feiten, dan de fictie. De journalistieke en literaire traditie van Rolling Stone 488
Alles tussen Twain en Tarantino. Essayeren in de VS 493
Het sublieme en het ridicule ineen. God en de Amerikaanse schrijver 497

Het zwarte vaandel op mijn schedel
Introductie 507
‘Your face broods from my table, Suicide.’ John Berryman, Ernest Hemingway en de erfelijke belasting 512
Bloed stroomde langs zijn wang. De dagboeken van Sylvia Plath 521
Styrons duisternis 530
‘He looked like suicide. He walked like suicide.’ Kurt Cobain en de kroniek van een aangekondigde dood 541
‘Het zwarte vaandel op mijn schedel.’In gesprek met Andrew Solomon 545
David Foster Wallace 555
1 De zon spreekt in bedekte termen. The Broom of the System 555
2 ‘Most pretty girls have pretty ugly feet.’In memoriam David Foster Wallace 559
3 Doodgaan van verveling. The Pale King 564

‘Onze nationale kunstvorm’
Waar poëzie eindigt en de werkelijkheid begint. Het korte verhaal in Amerika 573
1 ‘Ik ook, ik ook!’ 573
2 ‘Een essentiële schrijfvorm’ 576
De kunst van het bloemlezen. Het Amerikaanse korte verhaal volgens Richard Ford 590
De zwarte gaten tussen de sterren. Updikes short stories 594
‘Je laat je bespelen door het verhaal.’ In gesprek met Tobias Wolff 599
Kevin Canty’s wonderschone troosteloosheid in A Stranger in This World 606
Spelen met kale kinderen. Birds of America van Lorrie Moore 610
Michael Chabon 613
1 Kristalfijne charmes. A Model World 613
2 Eeuwig het aangeharkte leven. Werewolves in Their Youth 615
Intens, snel en bizar. Nathan Englander 619
Alles tussen smerigheid en schoonheid. A.M.Homes 623
Zen en de kunst van het levensonderhoud. Het talent van Dave Eggers 629

Greencard
Introductie 639
Vladimir Nabokov 645
1 Lolita 645
2 Pnin 651
De kunstcriticus als pianist in de hoerenkit. Robert Hughes 1938-2012 655
Wantrouw elke uitvlucht. Christopher Hitchens als eeuwige dwarsdenker 659
Standje strijkplank. Ik Jan Cremer 3 668

The bourgeoisie and the rebel
Introductie 691
Reis door het einde van de goot. De autobiografie van David Crosby 697
Perfect Day 703
American Music van Annie Leibovitz 709
Alles tussen Swing Jugend en trance. De geheime geschiedenis van de disco 714
Michael Jackson, angstkunstenaar 722
1 It hurts to be him 722
2 Terug tot Off the Wall 724
Prince 728
1 De prinselijke drie-eenheid 728
2 Het post-Princetijdperk 744
Madonnarama 749
1 Macho Madonna 749
2 Goddess 760
3 Midlife Madonna 766
Dada, West-Afrika, Italo Calvino. De muziek van de Talking Heads, de kunst van David Byrne 771

A model world
Het Kwaad is de Weg, de Waarheid en het Licht. Dennis Hopper en Blue Velvet 781
A Portrait of the Artist As a Cold Man. Philip Seymour Hoffman en Truman Capote 789
Woody Allens Midnight in Paris 793
De gebroeders Coen en de knuckleheads 797
Niemand wordt gespaard. Mannen en vrouwen in Mad Men 802
De dode droom. The Great Gatsby in woord en beeld 806
Harige jaren. Deep Throat 817
Het lijden van de late Lovelace. Bij de dood van een pornoster 820
Pornocopia: de troost van de pornografie revisited 825
Kleine fenomenologie van de Playmate 829

The painted world
Introductie 835
George Bellows en de mensendieren in de boksring 840
God en de gewone man. The American Scene 846
Een familie verzamelt. Gertrude, Leo en Michael Stein 852
Hoppers Hollywood 858
The Importance of Being Peggy 863
Worstelen, kopiëren, annexeren. Picasso en de Amerikaanse kunst 870
De gemusealiseerde metropool. Parijs versus New York 880
Mark Rothko 884
1 Zwart geeft licht 884
2 ‘Ik hoop dat mijn werk hun eetlust bederft.’Rothko versus de rich bastards 889
Willem de Kooning en de glimp van ‘het Al’ 897
‘Ik ben de natuur.’ Jackson Pollock en de oorsprong van het ‘drippen’ 911
De satori’s van Cy Twombly 918
Moderne kunst in Amerikaanse literatuur 927
1 Een hongerkunstenaar maakt naam in New York. When the Sons of Heaven van Fernanda Eberstadt 927
2 ‘Drippings’ als renaissancistische fresco’s. Het abstract expressionisme volgens John Updike 931
Eeuwig wit. Robert Ryman en de stilte 939
De zachtgroene rechthoek. Nebraska van Brice Marden 944
Pictures of nothing. Kirk Varnedoe en de abstracte kunst sinds Pollock 948
Alle kunst in een wasje van negentig graden. Roy Lichtenstein 952
Ballingschap als keurmerk. De kunstenaars in ‘Exile on Main Street’ 959
Schnabels spierballen 969
Keith Haring versus Jeff Koons 975
Tussen primitief en pop. Leven en dood van Keith Haring 981
Nobele wilde in een Armani-pak. Jean-Michel Basquiat contra de Amerikaanse kunstwereld 985
Heimwee naar de pruikentijd. John Currin 995
De haai die ging rotten. Kunsthandel van Leo Castelli tot Charles Saatchi 999
Bevangen door kunst. Pictures & Tears van James Elkins 1007

In het warhola
De meesterfreak met perfect zakeninstinct. In gesprek met Victor Bockris 1015
Tastend, poëtisch, expressief. Andy Warhols vroege tekeningen 1023
Vacuümkunst. Andy Warhol in het Stedelijk Museum 1029
Sfinx zonder geheimen. De Time Capsules 1036
Echte momenten. Andy Warhol als fotograaf en model 1039
Lou’s Views. In gesprek met Lou Reed 1049
Iedere kat heette Sam. In gesprek met Gerard Malanga, assistent in The Factory 1052
De revolutie van de Brillo Boxes. In gesprek met Arthur Danto 1063
Het raadsel is dat er geen raadsel is. Wat Warhol zei en niet zei 1075
De dood van een uptown girl. Edie Sedgwick 1943-1971 1078
Alles moet weg. Warhols nazaten 1088
‘Regarding Warhol’ 1096

Picture this
Introductie 1101
Man Ray, meester in de fotometrie 1107
De fotograaf als instrument. Over Eve Arnold 1116
Arnold Newman: dubbelspel 1120
Diane Arbus 1126
1 ‘Hoe meer je ziet, hoe minder je weet.’ 1126
2 ‘Omdat ik van hen houd.’ Arbus en haar modellen 1140
Annie Leibovitz 1144
1 Kijken naar de pijn van dierbaren. Leibovitz en Sontag 1144
2 ‘Meer in dingen dan in mensen’.Pelgrimage van Annie Leibovitz 1150
Nan Goldin en de kruistocht tegen het vergeten 1156
Haar naam is Legioen. De zelfportretten van Cindy Sherman 1168
Droevig licht. Gregory Crewdson en de bijna-doodervaringen in suburbia 1174

avatar van Donkerwoud
Damn. Wat een monnikenwerk, zeg. Je krijgt al een like voor de ambitie om al die verwijzingen eruit te vissen.

Gast
geplaatst: vandaag om 20:17 uur

geplaatst: vandaag om 20:17 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.