manonvandebron schreef:
Grandet is een vrek, een bekend type sinds Molière. Zijn levensdoel is het oppotten van wereldse goederen. Hij springt zuinig om met suiker, koffie en kaarsen - zaken die nu goedkoop zijn. Zijn dochter Eugénie daarentegen gelooft in liefde. Voor haar kan een gouden voorwerp een sentimentele waarde hebben, terwijl haar vader alleen de financiële waarde ziet.
Verschillende huwelijkskandidaten dienen zich aan. De hebzuchtige Grandet wil een schoonzoon die rijkdom en prestige meebrengt, maar Eugénie luistert liever naar haar hart.
De bank bij de notelaar herinnert haar aan haar geliefde Charles, maar hij trekt naar de kolonies en wordt rijk van de slavenhandel.
Balzac stond nog met één been in de romantiek, en met het andere been in het realisme. Hij schreef een ontroerend liefdesverhaal, maar schetste tegelijk een levensecht beeld van het sociale weefsel in een provinciestadje. Saumur, in de regio Anjou, wordt omringd door wijngaarden en bossen.
Dat Balzac jurist was, merk je aan de gedetailleerde uitleg rond erfrecht en beleggingen. Een napoleon was een goudstuk ter waarde van 20 Franse frank. Dit is een van de hoogtepunten van de romancyclus
La Comédie humaine.
Dat is bijzonder toevallig. Gisteren las ik een uiterst boeiend essay van W.F. Hermans uit zijn bundel
Klaas Kwam Niet (1983) over de foute Franse schrijver Henri Béraud en in het bijzonder zijn roman
Le Martyre de l'Obèse (1922), die overigens door Hermans naar het Nederlands is vertaald onder de titel
De Martelgang van de Dikzak. Hij haalt tevens ander werk aan waarbij de hoofdzonden als thema wordt behandelt, zoals
Oblomov en
Under the Vulcano, maar ook dit werk van De Balzac. Ik stoorde mezelf eraan dat ik de titel van dit werk in het geheel nog niet kende en nu zie ik dat deze nog wel wordt gelezen en wordt besproken.