Leuk. Ischa Meijer ken ik verder niet, op een enkel fragment na van tv - ik ben van een te late generatie daarvoor om hem meegemaakt te hebben. Wel ben ik van dezelfde generatie als Jessica trouwens (zij is net twee jaar ouder dan ik), dus bij mij veel herkenning over zaken die zij schrijft. Ook het vele gebruik van merknamen, waar ik normaal niet echt fan van ben, helpt in dit geval wel om juist een tijd aan te duiden (en dat lukt wonderbaarlijk goed met die namen van snoepjes, chocola en vruchtendranken.
Verder brengt ze weinig nieuwe onder de zon over haar leven, reizen (daar werd flink geneukt, zoiets vermoedde ik al maar dan ben ik zelf klaarblijkelijk de verkeerde mensen tegen gekomen) of zelfs de boulimia. Wel is dit werk anders doordat haar vader bekend was, en ook nog eens wiens privéleven op schrift kwam te staan door La Palmen. Zij, Jessica, had hier overduidelijk problemen mee. Niet enkel doordat velen iets wisten over haar vader, of over haar (en haar constant daarnaar vroegen) maar vooral door een gebrek aan aandacht voor haar verdriet.
Wel is Meijer af en toe te uitleggerig. Ze voelt zich slecht en legt heel precies uit waarom dat zo is. Dat hoeft van mij niet, dat het zo met de paplepel wordt ingegoten. Dat werkt in de derde persoon wel, maar in het ik-perspectief waarin ze schrijft werkt dat niet. Gelukkig schrijft ze wel lekker met een heerlijk ritme en goedlopende zinnen. Doordat je in een cadans komt merk je daar niet al te veel van. Verder schrijft ze over het Jodendom. Niet veel, maar het voegt werkelijk niets toe aan de rest van het verhaal. Een uitgever had hier best even een streep door kunnen halen. En waarom toch altijd moeten ze daarover schrijven? Joden hebben het altijd over Joden en de Holocaust. Ikzelf heb dat werkelijk nooit begrepen. En dan wekt het vooral irritatie op.
Maar verder was het zeer aangenaam leesvoer en al met al wel een ruime voldoende: 3,5*.