Joe Speedboot - Tommy Wieringa (2005)
Nederlands
Psychologisch
320 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Fransje Hermans, de verteller van het verhaal, is na een ongeluk invalide geraakt en heeft voorgoed zijn spraakvermogen verloren. Hij is de zelfbenoemde chroniqueur van het dorp Lomark. Zijn fascinatie voor de nieuweling Joe Speedboot is grenzeloos: Joe Speedboot, de jongen die zijn eigen naam gekozen heeft en op zijn vijftiende al bommenlegger, vliegtuigbouwer en bewegingsfilosoof is. Nauwgezet observeert Fransje hoe nog een nieuwkomer de natuurlijke orde van het dorp komt verstoren: Joe’s stiefvader Papa Afrika, een zachtaardige Nubiër met gazellenogen die een boot bouwt aan de oever van de rivier. Dan verschijnt de geheimzinnige Picolien Jane, een beeldschone Zuid-Afrikaanse, aan wie Fransje zijn kronieken opdraagt en voor wie levenslange vriendschappen op het spel worden gezet. In haar komen alle verhalen samen, met noodlottige gevolgen.
We hoeven elkaar niet aan te vallen op uitspraken. Iemand mag een boek absoluut ruk vinden terwijl jij er een andere mening op na houdt. Ik vind de recensie van Firebird ook niet bijzonder sterk, maar jouw beledigende reactie erop hoeft dan ook weer niet.
Iedereen mag vinden wat ie wil. Maar je mening als feit presenteren -zeker als je het zo ultra negatief doet-, daar hou ik niet zo van en dat heb ik geuit. Smaken verschillen, daar zul je mij niet over horen.
De belediging(en) zie ik er niet trouwens niet in. Ik geef aan hoe die recensie op mij over komt en hoe hij Wieringa naar mijn gevoel neer zet (en "dat zegt meer over jou dan over Wieringa" daar bedoel ik mee dat ik de indruk kreeg dat Wieringa ons Firebird iets aan heeft gedaan en dat hier een rekening vereffent leek te worden ipv dat er slechts een boek werd bekritiseerd. Het is een vrij persoonlijke afrekening, tenminste, zo lees ik het).
En ik geef aan dat ik het gevoel heb met een gefrustreerde schrijver te maken te hebben wiens werk niet gepubliceerd is en die zich opwindt over iets wat volgens hem vreselijk slecht is en dat wel uitgegeven is. En ook nog eens een groot succes is.
Ik geef toe dat 'subtiel' niet mijn middlename is, maar beledigend is het in mijn ogen niet.
Ik zou bij het verhaal van Firebird graag wat (tekstuele) voorbeelden zien. Bijvoorbeeld van die pagina's met vijf fouten.
Goede vraag.
hoe kan zoiets door de keuring van een uitgeverij zijn gekomen? Het is echt verbazingwekkend, er zitten wel een miljoen fouten in
Ooit hoorde of las ik dat een bekende van Maarten 't Hart zijn manuscripten bewerkt en corrigeert met behoud van betekenis, stijl en toon van zijn originele teksten. Dit had te maken met een taalvaardigheid die
't Hart niet helemaal machtig is en evenmin zal worden.
Vraag me niet precies wat 't Hart niet helemaal in de vingers had/heeft. Ik weet ook niet meer of iemand binnen de privésfeer hem hielp of dat dit vanuit de uitgeverij gebeurde.
M.i. hebben zowel een uitgeverij als een auteur een verantwoording m.b.t. de tekst.
Niet iedere redacteur redigeert goed...
Ik ben wel benieuwd naar de fouten die Wieringa zou maken. Vooralsnog neem ik zulke negatieve klanken niet serieus van iemand die de titel van het boek niet correct schrijft en bovendien geen voorbeelden aandraagt.
Is wel een terecht puntje. Geloof dat daar inmiddels wel een consensus over is.

@ Firebird:
Jouw mening als een feit brengen. Dat neem ik dan weer niet serieus. Sterker nog, dat vind ik zelfs bijzonder irritant.
Je maakt op mij de indruk van een schrijver wiens boeken doorlopend door uitgevers geweigerd zijn. En die hier zijn frustratie bot viert op iemand die wel gepubliceerd wordt en succes heeft.
Het maakt niet uit waar mijn frustratie vandaan komt. Al zou ik een jaloerse ex van Wieringa zijn, zolang mijn argumenten kloppen doet dat er niet toe. En mijn argumenten kloppen. Er is al door meerdere gepubliceerde recensies gewezen op het slechte en vage taalgebruik van Wieringa. De kritiek varieert van teveel stijlfiguren tot vage stijlfiguren tot stijlfiguren en zinnen die gewoonweg grammaticaal niet kloppen.
Als ik het boek hier nog had gehad, had ik er tientallen kunnen noemen, helaas is dat niet het geval. Maar ik verwijs je naar mijn post betreft zijn boek ''Dit zijn de namen'' waarin een aantal voorbeelden staan.
Het minst wat je mag verwachten van een boek is dat de stilistische en grammaticale fouten tot een minimum beperkt zijn (ik zeg tot een minimum, want er is waarschijnlijk geen enkel boek dat geen fouten bevat). Wieringa maakt echter de ene na de andere grammaticale en stilistische blunder. Daarin is hij inderdaad een prutser. Zoals hiervoor al is gezegd, het is veel meer mensen dan alleen ik opgevallen, lezers en recensenten. Een rondje google kan je helpen, maar ook op deze site is de kritiek op zijn taalvaardigheid niet mals.
Wat betreft de inhoudelijke kritiek: er is ook al meerdere malen gewezen op het feit dat Wieringa geen verhaal vertelt, maar voornamelijk zijn mening via zijn verhalen lijkt te willen opdringen, of op een kunstmatige wijze de plotlijnen met elkaar verbindt, of gewoonweg te veel wil vertellen, of dat zijn personages gewoon niet 'tot leven komen'. Deze kritiek is minder van toepassing op Joe Speedboot, maar is meerdere malen teruggekomen met betrekking tot 'Dit zijn de namen' en 'Caesarion'.
Je wilt een mening in plaats van een feit? Ik vind Wieringa een omhoog gevallen schrijver. Hij dient eerst zijn taalvaardigheid op niveau dient te brengen, want die is gewoonweg ondermaats. Op zijn minst zou zijn uitgeverij een ferme correctie moeten doorvoeren. Maar wie durft een schrijver tegen te spreken die miljoenen in het laatje binnenbrengt en bovendien nogal vol van zichzelf lijkt te zijn (mening en retorische vraag)?
Wat betreft de inhoudelijke kritiek: er is ook al meerdere malen gewezen op het feit dat Wieringa geen verhaal vertelt, maar voornamelijk zijn mening via zijn verhalen lijkt te willen opdringen, [...]
Het lijkt me dat elke fatsoenlijke auteur dat doet. Niet enkel een leuk verhaaltje vertellen, maar een verhaal als kapstok gebruiken voor thema's, ideeën en ook ja, zijn mening over wat dan ook.
Als ik het boek hier nog had gehad, had ik er tientallen kunnen noemen, helaas is dat niet het geval.
Heel jammer. Ik heb Joe Speedboot met plezier gelezen. Ik herinner me van alles bij dit boek. Daar hoort struikelen over stilistische en grammaticale fouten niet bij.
(ik zeg tot een minimum, want er is waarschijnlijk geen enkel boek dat geen fouten bevat)
Dat geldt ook voor berichten (Waarbij ik de laatste ben te beweren dat ik nooit een fout maak. Regelmatig zelfs
) :Uhm, ik weet niet wie dat helpt ...
Recensies van (zoals ik ze waardeer) kwaliteitskranten:
Joe Speedboot: Een meteoriet dondert het dorp binnen - Cultuur - VK - volkskrant.nl
Met Joe wint hij van elke hulk - Cultuur - TROUW
Wieringa, Tommy | NRC Boeken - nrcboeken.vorige.nrc.nl
Het lijkt me dat elke fatsoenlijke auteur dat doet. Niet enkel een leuk verhaaltje vertellen, maar een verhaal als kapstok gebruiken voor thema's, ideeën en ook ja, zijn mening over wat dan ook.
Dat klopt, maar in mijn optiek ben je een goede schrijver als je dit weet te doen zonder dat je bij een grote groep lezers het gevoel geeft dat het ''er te dik bovenop ligt''. Dit kun je doen door je mening subtiel via levende interessante personages in te voegen, of via een sterk geloofwaardig plot, of via subtiele symboliek. Wanneer je zoals Wieringa allerlei plotstructuren op een ongeloofwaardige manier aan elkaar knoopt, dan valt het te veel op dat je bijvoorbeeld het verhaal van een groep vluchtelingen op een steppe en de Joodse vlucht (Dit zijn de namen) met elkaar wil verbinden in een diepere betekenis. Het verhaal en de personages moeten eerst in orde zijn, anders schiet je als schrijver je doel voorbij. De hand van de schrijver moet haast onzichtbaar blijven, een verhaal dient zichzelf te vertellen, dan komt ook de diepere betekenis veel krachtiger over.
) : Ik vind dat dat niet voor berichten geldt. Ik schrijf dit razendsnel op, op een toetsenbord dat hapert (ik weet niet waarom). Valt niet te vergelijken met het uitbrengen van een boek bij een professionele uitgeverij.
Uit mijn post in ''dit zijn de namen'':
Een zin als ''De nacht rolt de dag op als een krant'' klopt grammaticaal niet omdat het nu lijkt alsof de nacht een krant is .Ik vind hem ook gewoon niet heel mooi.
''Zijn rug schaamde zich'' is een soort personificatie, maar heel ver gezocht en ik vind hem erg lelijk.
''Fris, koud licht gutste over de bedorven resten van de seizoenen''. ''Fris en gutsend licht'' is volgens mij een dubbele synesthesie (ben geen Neerlandicus). Maar volgens mij valt licht ergens op en gutst licht niet. Licht kan niet gutsen of stromen.
Een zin als ''De nacht rolt de dag op als een krant'' klopt grammaticaal niet omdat het nu lijkt alsof de nacht een krant is .Ik vind hem ook gewoon niet heel mooi.
''Zijn rug schaamde zich'' is een soort personificatie, maar heel ver gezocht en ik vind hem erg lelijk.
''Fris, koud licht gutste over de bedorven resten van de seizoenen''. ''Fris en gutsend licht'' is volgens mij een dubbele synesthesie (ben geen Neerlandicus). Maar volgens mij valt licht ergens op en gutst licht niet. Licht kan niet gutsen of stromen.
Oef, ik heb het boek niet gelezen, maar dit is inderdaad shocking. Vooral die opgerolde krant (wat een enigszins belachelijke vergelijking is en grammaticaal van het twijfelachtige soort. Komt bij dat een normaal mens zijn krant opvouwt en niet oprolt). In dit geval misschien niet eens de schuld van de schrijver (die probeert ook maar wat), maar van een redacteur die heeft lopen snurken. Hoe is het toch mogelijk dat bij grote literaire uitgeverijen zulke (met alle respect) onkundige redacteurs werken? Echt een raadsel.

Toch zijn er wel grenzen aan de dichterlijke vrijheid. Zijn rug schaamde zich, is net zo vreemd als zijn borst was boos, zijn linkerarm ergerde zich, zijn teennagel had een paniekaanval. Je kunt het misschien wel gebruiken als vergelijking, maar dan binnen een bredere context (zijn linkerbeen trok zich langzaam terug onder het dekbed, alsof het zich ergens voor schaamde).
En bij gutsen hoort iets vloeibaars. Nu is het net zo bizar als: zijn adem spoelde door de ruimte, de wind regende door de straten. Kortom, misschien wel mooi (ik vind zelf van niet) maar volkomen onlogisch.
Of het mooi is, is wat anders. (Ik heb met geen van de drie voorbeelden grote moeite overigens.)Edit: overigens zie ik niet in waarom licht niet zou kunnen gutsen, aangezien het ook kan stromen. Licht bestaat tenslotte uit golven en deeltjes. En wat je andere voorbeelden betreft, hangt veel, zo niet alles, af van de context. Bij een personage met het "painfull legs, moving toes" syndroom bijvoorbeeld zou die teen met een paniekaanval nog niet zo gek zijn...

Als hij dat zou bedoelen klopt het voorzetsel niet (moet in dat geval 'door' zijn). Ook kan het werkwoord (als je het op deze manier opvat) niet op deze actieve manier gebruikt worden. Maar laten we het er maar op houden dat smaken verschillen, ik vind het echt vreselijk taalgebruik.
Oef, ik heb het boek niet gelezen, maar dit is inderdaad shocking. Vooral die opgerolde krant (wat een enigszins belachelijke vergelijking is en grammaticaal van het twijfelachtige soort. Komt bij dat een normaal mens zijn krant opvouwt en niet oprolt). In dit geval misschien niet eens de schuld van de schrijver (die probeert ook maar wat), maar van een redacteur die heeft lopen snurken. Hoe is het toch mogelijk dat bij grote literaire uitgeverijen zulke (met alle respect) onkundige redacteurs werken? Echt een raadsel.
Ik heb Dit Zijn De Namen evenmin gelezen en nogmaals, ik herinner me niet dat dit soort voorbeelden in Joe Speedboot te vinden zijn. Ik heb Joe Speedboot weggegeven en om het nu terug te gaan vragen om het te herlezen gaat me te ver.
En ja, over smaak valt niet te twisten ...
Toch zijn er wel grenzen aan de dichterlijke vrijheid. Zijn rug schaamde zich, is net zo vreemd als zijn borst was boos, zijn linkerarm ergerde zich, zijn teennagel had een paniekaanval.

Ik zie eigenlijk het probleem niet in die drie voorbeelden, al vind ik die eerste niet heel mooi maar ik lees er wel in dat de dag de krant is, en dus niet de nacht. Die andere vergelijkingen vind ik wel mooi, een soort dichterlijke vrijheid (zij het dat het proza is) die niet per se correct behoeft te zijn, en dat weet Wieringa zelf ook wel.
Ik denk juist dat Wieringa dat zelf niet weet. Ik denk ook dat zijn redacteuren het niet weten. Het boek staat vol van dit soort (i.m.o.) onlogische vergezochte stijlfiguren, die op het eerste gezicht best leuk lijken, maar als je ze nader gaat bekijken gewoon niet kloppen en eigenlijk van kleuterschool-niveau zijn. Daarom verbaast het met om te horen dat Wieringa zo'n geweldige stillist is. Toegegeven, soms gooit hij er weleens een goede, mooie kloppende zin uit, maar deze stilistische hoogstandjes worden tenietgedaan door talloze onzinnige 'zinnetjes'.
Zoals Dutch 2.0 zegt, is het de taak van de redacteuren hierop te letten. Wieringa kan er niks aan doen dat hij veel van zulke matige stijlfiguren produceert (een schrijver neemt risico als hij met stijlfiguren werkt en kan geen redacteur van zichzelf zijn). Er gaat echter waarschijnlijk ongelofelijk veel tijd in zitten om al die stijlfiguren op zijn minst logisch te krijgen, en tijd is geld. Misschien dat ze het onder het kopje ''dichterlijke vrijheid' hebben geplaatst, maar er zijn ook i.m.o. grenzen daaraan.
Wieringa kan er niks aan doen dat hij veel van zulke matige stijlfiguren produceert (een schrijver neemt risico als hij met stijlfiguren werkt en kan geen redacteur van zichzelf zijn).
Dat vind ik dan weer een bijzonder vreemde redenering. Het betreft hier het inhoudelijk omgaan met taal en daarin is de schrijver juist de eerste verantwoordelijke (dat geldt zelfs, hoewel in mindere mate, voor een zgn. 'schrijffout'). Het lijkt me ook niet dat een schrijver zit te wachten op een redacteur die al zijn stijlfiguren gaat zitten 'verbeteren', temeer omdat het kloppend zijn van een stijlfiguur arbitrair is, zoals uit bovenstaande discussie al blijkt. De ene schrijver zal hierin veel meer vrijheid nemen dan een ander, en het is mijns inziens de taak van de redacteur om daarin niet teveel te rommelen.
Ja, maar een schrijver van fictiewerk maakt gebruik van zijn fantasie en die fantasie probeert zo nu en dan buiten de gebruikelijke paden te gaan. Echter kan de schrijver daarin doorschieten en dan is het de taak van een uitgeverij om hem daarin te corrigeren, temeer omdat een schrijver zijn eigen werk nooit 'objectief' kan bekijken. Wieringa had tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen.
Zo arbitrair is het niet. De aangehaalde voorbeelden zijn grammaticaal en qua logica van een uiterst dubieus niveau. Een zin als 'de nacht rolt de dag op als een krant' klopt grammaticaal gezien gewoon niet. Dat is toch de bottomline? Als het grammaticaal klopt krijg je een zin als deze: de nacht rolt de dag op zoals een krant wordt opgerold (maar zoals dutch 2.0 al opmerkte wordt een krant niet opgerold, maar opgevouwen). 'Fris, koud licht is dubbelop en dus een stijlfout . Licht dat gutst is niet logisch en een rug die zich schaamt is precies zo belachelijk als dat Dutch 2.0 heeft uitgelegd. Dit zijn slechts drie voorbeelden, maar zijn boeken staan er bol van. Het gaat niet om drie zinnen, het gaat om duizenden zinnen die uiterst twijfelachtig zijn. Een zin als ''patat bruiste in het water, in het raam zeurde een bromvlieg aan het eind van zijn dagen.'' is nog een voorbeeld. Het moet natuurlijk zijn 'voor het raam' of 'achter het raam', want een vlieg kan niet in het raam zitten. Dit is niet zomaar aan smaak onderhevig, dit heeft allemaal met logica en taalkundige precisie te maken.
Of deze:
''twee nijlganzen scheren gekkerend over ons heen. Dat is laat in maart. Dan wordt het april, de vuist die je tegen de winter had gebald, ontspant. Maar te vroeg. In april begint het te waaien zoals je vergeten was dat het kon waaien. Je huis krimpt onder de dreunende bijlslagen van de wind. Op straat roepen ze 'rare wind hè?' naar elkaar, waarmee ze bedoelen dat hij in de kieren van je hersenen kruipt en je stapelgek maakt.''
'Gekkerend'?Nooit van gehoord, woord staat ook niet in de Van Dale. Je kan het als een neologisme beschouwen, je kunt het zien als een verwijzing naar gekscherend, je kunt het ook gewoon beschouwen als onzin.
'Dreunende bijlslagen?' Een huis dat krimpt onder de dreunende bijlslagen van de wind? Een wind die in de kieren van je hersenen kruipt? Kortom, het ziet erop het eerste gezicht leuk uit, het klinkt allemaal best aardig, maar nader bekeken blijkt het pure wartaal te zijn dat grammaticaal niet klopt of totaal onlogisch is.En dit soort onzin gaat door en door. Het valt niet anders te noemen dan gepruts van een schrijver die de taal niet beheerst.
[/quote]
Het is wel degelijk de taak van een redacteur om kritisch naar stijlfiguren te kijken en waar nodig te verbeteren. Ik geef toe dat daarin een zekere subjectiviteit ligt (zeker als het gaat om poëzie), maar de ondergrens is wanneer het grammaticaal en/of logisch gezien nergens op trekt, en dat is bij Wieringa gewoon te vaak het geval.
Haha, ik moest er wel om lachen. Ik ben misschien een idealist. Als je dit zo leest dan zie je dat het in 2013 natuurlijk niet meer om de inhoud gaat. Niemand interesseert het of een boek vol fouten zit of dat de plot rammelt aan alle kanten. Publiciteit en een netwerk is het enige dat telt en dan kan een rammelend, ongeloofwaardig boek als 'dit zijn de namen' de libris literatuurprijs winnen.
Prachtige, poetische (in de functionele opvatting van taalgebruik volgens de Praagse structuralist Jakobson) zin, omdat het licht nou net anders beschrijft dan de normale perceptie. Dichterlijke vrijheid noemt men dat. In poetisch taalgebruik domineert de poetische functie en niet de referentiele functie. De correcte verwijzing naar de werkelijkheid is in deze situatie dus minder relevant dan het spel met taal en betekenis. Overigens beperkt poetisch taalgebruik zich volgens Jakobson niet tot het genre poezie, dat bewijst Wieringa hier maar weer eens. Wat mij betreft beperkt die dichterlijke vrijheid zich niet tot metaforisch taalgebruik; een schrijver kan ook de grammatica ondergeschikt maken aan een uitdrukking. Sterker: dat lijkt eerder regel dan uitzondering in poezie. Misschien accepteren we dat minder in proza, omdat dat verhalender is.
Interessant dat firebird zegt dat licht wel kan vallen maar niet kan gutsen, want beide zijn slechts metaforische beschrijvingen die licht voorstellen als substantie (lees Lakoff&Johnson's fascinerende boek Metaphors We Live By maar eens). Dat wil zeggen we drukken de voorstelling van het een (licht) uit in termen van het ander (substantie). Het lijkt me onzinnig om voor voor exclusief de mogelijkheid tot vallen of tot gutsen van licht te kiezen. Beide kloppen evenzeer wel als niet; beide lichten een aspect van een fenomeen op en verhullen een ander aspect ervan. Welke metafoor mooier is dan een andere is een andere kwestie die we niet dienen te verwarren met de vraag over de 'correctheid' van een metafoor.
''Fris, koud licht gutste over de bedorven resten van de seizoenen''
Prachtige, poetische (in de functionele opvatting van taalgebruik volgens de Praagse structuralist Jakobson) zin, omdat het licht nou net anders beschrijft dan de normale perceptie.
Het zal best poetisch bedoeld zijn, maar dat woordje 'prachtige' is natuurlijk uiterst subjectief. Het ziet er in mijn ogen uit als een uiterst onbeholpen poging tot dichterlijkheid. Het licht wordt wel vaker op een poetische manier beschreven, zodat je inderdaad een spel krijgt met betekenissen en associaties. Maar als ik deze zin lees krijg ik hooguit de associatie met een schrijver die te veel hooi op zijn vork heeft genomen. Niet eens alleen dat gutsen, maar ook die bedorven resten van de seizoenen. Ziet er op het eerste gezicht best aardig uit, maar ik kan me er geen voorstelling bij maken (alleen dan herfstblaadjes als de bedorven resten van het zomerseizoen). Kun je op 1 moment in de tijd, de resten van alle seizoenen van het vorig jaar nog zien? Vreemd.
Opgeteld bij de andere voorbeelden, doet dit me toch zeer twijfelen aan het vakmanschap van deze schrijver.
Ik ben na de onderstaande, zogenaamde foutieve zinnen gestopt met het lezen van Firebirds reacties.
De nacht rolt de dag op als een krant
Grammaticaal fout? Wat een onzin. Ik rol mijn krant altijd op. Dat andere mensen de krant vouwen is niet mijn/zijn probleem.
Fris, koud licht.
Fris heeft meerdere betekenissen. En is daarnaast niet hetzelfde als koud. Dus dubbelop: zeker niet.
Het is daarnaast allemaal een kwestie van smaak. Een beetje fantasie mag een schrijver best hebben. Zijn lezer ook.
Op het eerste gezicht een mooie zin. Op het tweede gezicht een qua logica vrij krakkemikkige zin. Zie je bv. nog bedorven resten van een jaar geleden? Het wekt allemaal de indruk dat Wieringa nogal wat problemen heeft met de logica der zaken als je een moment de tijd neemt om die zin in je op te nemen.
Ik ben na de onderstaande, zogenaamde foutieve zinnen gestopt met het lezen van Firebirds reacties.
De nacht rolt de dag op als een krant
Grammaticaal fout? Wat een onzin. Ik rol mijn krant altijd op. Dat andere mensen de krant vouwen is niet mijn/zijn probleem.
Dat is ook niet de grammaticafout, dus had je toch verder moeten lezen.
Fris heeft meerdere betekenissen. En is daarnaast niet hetzelfde als koud. Dus dubbelop: zeker niet.
Kun je over discussiëren. Je zou ook kunnen zeggen dat het koud is of fris en dat één van de twee een nodeloze toevoeging is. Dit gecombineerd met een warmtebron (licht) maakt het allemaal teveel van het goede. Als je dat ook nog eens in het 'licht' plaatst van een uiterst slap verhaal dat voor 70 procent bestaat uit technische beschrijvingen en beschrijvingen van het weer of dijken en wegen, met vrij oninteressante dialogen en personages, die alleen maar observeren, alsof je een reisgids aan het lezen bent, dan begint het op te vallen.
Over sommige zaken kun je inderdaad discussiëren, wat mij betreft niet als het gaat om grammaticale fouten.
De logicapuntjes wekken de indruk dat Wieringa geforceerd mooie zinnetjes wil schrijven, maar daarbij zijn eigen capaciteiten overschat. Het is pompeuze ijdeltuiterij van een vrij gemankeerde schrijver die zichzelf probeert te overstijgen, maar daarbij het belangrijkste vergeet: een goed verhaal met interessante personages neerzetten.
'Gekkerend'?Nooit van gehoord, woord staat ook niet in de Van Dale. Je kan het als een neologisme beschouwen, je kunt het zien als een verwijzing naar gekscherend, je kunt het ook gewoon beschouwen als onzin. [...] En dit soort onzin gaat door en door. Het valt niet anders te noemen dan gepruts van een schrijver die de taal niet beheerst.
Dat je niet van zijn stijl houdt is duidelijk, daar maakt ook niemand een probleem van, maar de conclusie die je eraan verbindt klopt objectief gewoon niet.
Het woord "gekkerend" mag niet bestaan, het is natuurlijk een welbewuste creatie van Wieringa, geen fout. Ik vind het zelf een behoorlijk goede vondst, vanwege de klankassociaties met de woorden 'gakken' en inderdaad 'gekscherend'. Eigenlijk weet je direct wat de schrijver bedoeld. Vergelijk in dit licht de 'kantieken' schoolmeester van Louis Paul Boon (De kapellekensbaan) of de 'brieke' benen waar Thomas Rosenboom het over heeft (Publieke werken). (Zelf vind ik ook 'Zweinstein' uit de Nederlandse vertaling van Harry Potter een erg goede vondst, omdat het de intellectuele klank oproept van de naam Einstein en dat tegelijk speels maakt. Maar goed, hier betreft het een eigennaam.)
Kortom; dit is een wijd(er) verbreid verschijnsel in de literatuur. Het kan zijn dat je dat niet aanspreekt, maar het betreft hier geen fouten, laat staan een uiting van onvoldoende taalbeheersing.
Ik heb het ook nergens een fout genoemd. Het is een neologisme en die worden inderdaad vaker gebruikt in de literatuur. Is ook allemaal prima, het is ook geen uiting van onvoldoende taalbeheersing. Ik vind het wel een beetje teveel van het goede, tegen het onzinnige aan, zeker in het licht van de overdosis die daarna komt. Maar dit is slechts een smaakverschil.
Overigens kwam ik een recensie/mening over de stijl van Wieringa tegen die eigenlijk precies samenvat wat ik en anderen er allemaal mis aan vinden. http://www.miriamrasch.nl/index_files/caesarion_loopt_een_beetje_mank.php
Als je je permitteert (of het lef hebt) om zoveel stijlfiguren te gebruiken, dan moet je overal messcherp zijn. Wieringa heeft die scherpte niet en zet zichzelf daardoor te vaak voor schut.
Het zal best poetisch bedoeld zijn, maar dat woordje 'prachtige' is natuurlijk uiterst subjectief. Het ziet er in mijn ogen uit als een uiterst onbeholpen poging tot dichterlijkheid. Het licht wordt wel vaker op een poetische manier beschreven, zodat je inderdaad een spel krijgt met betekenissen en associaties.
Maar als ik deze zin lees krijg ik hooguit de associatie met een schrijver die te veel hooi op zijn vork heeft genomen. Niet eens alleen dat gutsen, maar ook die bedorven resten van de seizoenen. Ziet er op het eerste gezicht best aardig uit, maar ik kan me er geen voorstelling bij maken (alleen dan herfstblaadjes als de bedorven resten van het zomerseizoen). Kun je op 1 moment in de tijd, de resten van alle seizoenen van het vorig jaar nog zien? Vreemd.
Opgeteld bij de andere voorbeelden, doet dit me toch zeer twijfelen aan het vakmanschap van deze schrijver.
btw, van welke pagina komt deze zin precies, want de context ervan kan ik me even niet direct voor de geest halen.
Maar zo los gelezen evoceert de uitdrukking 'bedorven resten van de seizoenen' bij mij bijvoorbeeld de smurrie die rond deze tijd op de wandelpaden in het bos ligt. Het gutsen vind ik hier treffend omdat het resoneert met het idee van het stevelen (een Gronings (?) neologisme voor op laarzen (=stevels) lopen) over een met bladeren en modder bedekt pad; dat zompige geluid, daar past gutstend zonlicht heel goed bij. De laagstaande herfstzon gutst voor mij nou eenmaal.
btw, van welke pagina komt deze zin precies, want de context ervan kan ik me even niet direct voor de geest halen.
Ik heb geen idee eigenlijk. Ik heb het boek niet gelezen, maar ik ben me met de discussie gaan bemoeien op het moment dat er een aantal quotes werd geplaatst.
pagina 26, 11de zin.
Het heeft allemaal een te hoog ''De driehoek was zo rond als een vierkant''- gehalte wat de heer Wieringa schrijft.
Heb deze in het verleden wel eens gelezen en herinner me inderdaad de vele metaforen.
De man is een beetje een uitslover.
En dat is hem goed recht.
Als je harde heb mag je dat gewoon op tafel leggen.
