Joe Speedboot - Tommy Wieringa (2005)
Nederlands
Psychologisch
320 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Fransje Hermans, de verteller van het verhaal, is na een ongeluk invalide geraakt en heeft voorgoed zijn spraakvermogen verloren. Hij is de zelfbenoemde chroniqueur van het dorp Lomark. Zijn fascinatie voor de nieuweling Joe Speedboot is grenzeloos: Joe Speedboot, de jongen die zijn eigen naam gekozen heeft en op zijn vijftiende al bommenlegger, vliegtuigbouwer en bewegingsfilosoof is. Nauwgezet observeert Fransje hoe nog een nieuwkomer de natuurlijke orde van het dorp komt verstoren: Joe’s stiefvader Papa Afrika, een zachtaardige Nubiër met gazellenogen die een boot bouwt aan de oever van de rivier. Dan verschijnt de geheimzinnige Picolien Jane, een beeldschone Zuid-Afrikaanse, aan wie Fransje zijn kronieken opdraagt en voor wie levenslange vriendschappen op het spel worden gezet. In haar komen alle verhalen samen, met noodlottige gevolgen.
Vanwaar dat Thomzi?
Moeilijk uit te leggen, vandaar dat ik ook niet ogenblikkelijk heb geantwoord. Mede wegens een PM-verzoek van Psyche, waag ik me er toch aan. Het citaat roept bij mij herinneringen op aan het boek, dat, verbeter me als ik me vergis, telkens zo'n toontje bevat als dit citaat.
Sowieso bij de eerste zinnetjes (Ze weten zeker dat Speedboot die bommen maakt. Niet dat ze hem ooit hebben betrapt bij het maken van zo'n ding, maar voordat hij er was waren er nooit ontploffingen in Lomark en nu opeens wel.) probeert Wieringa al op een krampachtige manier een soort luchtigheid in zijn in mijn ogen fletse omschrijvingen te brengen. Ik vind het compleet non-komisch verteld, terwijl ik wel het gevoel krijg dat de man het zelf heel leuk vindt. En dan wordt het ergerlijk.
Dat is niet zo erg, maar de conclusie dan wel: het simpele regeltje 'Dus.' Waarom staat het hier? Hij heeft zijn punt toch al gemaakt? Een soort droge afterthought, die in mijn ogen compleet overbodig, in geen enkel opzicht grappig, en vooral ergerlijk is. Dat laatste, wederom, omdat ik het gevoel krijgt dat de schrijver er zelf nogal over te spreken is, en dat hij zo het geheel luchtiger probeert te krijgen. En dat terwijl het zinnetje geen enkele functie heeft.
Dat is wat mij ergert, en één zo'n stukje is niet erg, maar in mijn herinneringen waren het er meer, zo niet véél meer, in Joe Speedboot. Die associatie riep het in ieder geval op, en dat zorgde ervoor dat ik schreef dat ik mijn stem spontaan wilde verlagen.
Heel goed heb ik het, vrees ik, niet kunnen uitleggen, maar verder dan dit kom ik niet. Het gevoel dat de schrijver met het geforceerde, a-komische en niets toevoegende stukje wil stoppen in het boek, en het compleet averechtse effect dat het op mij heeft. Daar komt het op neer, denk ik.
Dat is wat mij ergert, en één zo'n stukje is niet erg, maar in mijn herinneringen waren het er meer, zo niet véél meer, in Joe Speedboot. Die associatie riep het in ieder geval op, en dat zorgde ervoor dat ik schreef dat ik mijn stem spontaan wilde verlagen.
Heel goed heb ik het, vrees ik, niet kunnen uitleggen, maar verder dan dit kom ik niet.
Je hebt het heel goed uitgelegd, tenminste, zo vat ik het op. Het is wel grapppig, een tijdje geleden hebben we samen gedebatteerd over een schrijfster ofwel haar boek die eveneens irritatie bij jou opriep en waar ik het anders zag. Ik wil wel vertellen hoe ik Joe Speedboot lees en versta, maar wil eerst het hele boek uithebben.
Wacht even met het sleutelen aan je stem a.u.b.
Zolang je maar niet te veel van dit soort stukjes citeert, in ieder geval 
Ik ben vandaag begonnen in Joe Speedboot, ik ben erg benieuwd naar de rest. Veelzeggend eerste hoofdstuk alvast met cynische zinnen die qua inhoud eigenlijk helemaal niet grappig zijn maar waar ik erg van hou, de introductie van Joe Speedboot bijvoorbeeld:
Ze weten zeker dat Speedboot die bommen maakt. Niet dat ze hem ooit hebben betrapt bij het maken van zo'n ding, maar voordat hij er was waren er nooit ontploffingen in Lomark en nu opeens wel. Dus.
Vooral dat 'dus'
...Ja, dat prachtige cynisme en de droogheid van Fransje spreken me ook enorm aan in het boek.
Gaandeweg het boek slaat dat cynisme wel om in sentimentaliteit, op zijn eigen wat onbeholpen manier dan. Dat werkt heel goed in het verhaal.
Het enige dat achterblijft na het lezen is misschien de leegte. Wat wil deze roman nu eigenlijk. Alleen een mooi verhaal vertellen, of is het een moderne zedenschets van Nederland?
Wat mij betreft schildert Joe Speedboot een meer dan Hollands dorp, met mensen 'die erbij horen', zij verzamelen vreselijke geschiedenissen vol lijden zoals Fransjes moeder dat met andere vrouwen doet. Fransje zelf is m.i. een zoeker, een observator, dat was hij al als kind voordat hij in mijn optiek niet geheel toevallig in het gras ging liggen terwijl er gemaaid werd.
Juist de cynische, verteltrant lees ik niet als 'grappig gevonden willen worden'. De toon die gaandeweg wel degelijk verandert, camoufleert de gevoeligheid van de hoofdpersoon, een buitenstaander pur sang. Dit komt schrijnend mooi naar voren als Fransje, zittend in het donker van een muizentheater, Joe en PJ ziet binnenkomen. Als lezer vermoed ik dan al wat ieder boven het hoofd hangt.
Joe Speedboot is voor mij een boek over vriendschap, liefde tussen vrienden, en verraad. Het zoeken naar de ultieme ander.
Joe is een lichtende opleving in een grijs dorp en zijn eeuwige sleur. Een dorp verstopt achter geluidswalllen. Alsof er nooit flitsende dingen gebeurd zijn.
Wat mij betreft schildert Joe Speedboot een meer dan Hollands dorp, met mensen 'die erbij horen', zij verzamelen vreselijke geschiedenissen vol lijden zoals Fransjes moeder dat met andere vrouwen doet. Fransje zelf is m.i. een zoeker, een observator, dat was hij al als kind voordat hij in mijn optiek niet geheel toevallig in het gras ging liggen terwijl er gemaaid werd.
Juist de cynische, verteltrant lees ik niet als 'grappig gevonden willen worden'. De toon die gaandeweg wel degelijk verandert, camoufleert de gevoeligheid van de hoofdpersoon, een buitenstaander pur sang. Dit komt schrijnend mooi naar voren als Fransje, zittend in het donker van een muizentheater, Joe en PJ ziet binnenkomen. Als lezer vermoed ik dan al wat ieder boven het hoofd hangt.
Joe Speedboot is voor mij een boek over vriendschap, liefde tussen vrienden, en verraad. Het zoeken naar de ultieme ander.
Joe is een lichtende opleving in een grijs dorp en zijn eeuwige sleur. Een dorp verstopt achter geluidswalllen. Alsof er nooit flitsende dingen gebeurd zijn.
Tijdens het lezen heb ik me uitstekend vermaakt. Het verhaal liep lekker door. Maar toen ik het boek uit dacht ik 'welk verhaal, wat heb ik nu net gelezen, ik had het net zo goed niet kunnen lezen, dan had ik niets gemist.' Maar toch blijk ik terugdenken aan dit boek. En het wordt tijd dat ik hem nog eens ga lezen.
Maar, vanwaar ik je quote is omdat ik denk dat je het het uitstekend hebt verwoord. Zo had ik het nog niet direct bekeken.
Toch heb ik hem al op 3.5 sterren staan. We zullen zien waar de volgende leesbeurt de waardering laat.
Toch heb ik hem al op 3.5 sterren staan. We zullen zien waar de volgende leesbeurt de waardering laat.
Twijfel je over je waardering dan?
Niet om door te komen. Ben bijna op de helft en geef het boek nog zo'n 20 pagina's...
Ben nooit verder gekomen. En ik had alle reden om het uit te lezen...
Opgeklopte lucht...
1,5*
Enfin: dit boek heeft mij dus wél geraakt. En de personene aan wie ik het cadeau heb gegeven vinden het blijkbaar ook leuk.
Het einde was niets speciaals vond ik, niet mooi, niet lelijk.
Er worden achterin het boek zoveel lovende dingen gezegd dat ik het wel móest lezen. Maar achteraf heeft het me niet veel gedaan, ik mocht die Fransje niet zo.. Soms wel droge humor, af en toe iets leuks.. 2,5*

Wieringa's nieuwste valt eind van de week bij me op de mat.
Nu ja, aan de hand van de beschrijving vind ik het meer een jongensboek dan een mannenboek.

Wieringa's nieuwste valt eind van de week bij me op de mat.
Zijn mannen geen jongetjes op leeftijd?

De vele personages zijn stuk voor stuk kleurrijk te noemen. Dat vele ook sympathiek overkomen heelpt ook wel mee.
De stijl van Wieringa vind ik erg mooi. Wel kort en bondig, zelfs bijna rauwe taal, wordt door hem gebruikt. Maar daarnaast geeft hij vele mooie metaforen en vergelijkingen, dat maakt het boek ook echt goed.
Ook veel humor naast de drama die door het hele boek heen te vinden. Een feelgood boek durf ik het niet te noemen, maar zo voelde het vaak wel. 4*
Net uigelezen, maar dat had niet gehoeven. Wat een aanfluiting. Wieringa slingert de ene na de andere metafoor van kleuterschoolniveau naar je hoofd en slaagt erin om geen enkele sympathie te kweken voor wat voor personage dan ook.
Opgeklopte lucht...
1,5*
Exactly my point.
Exactly my point.
Oké, spannend dat "Wieringa slingert de ene na de andere metafoor van kleuterschoolniveau naar je hoofd".
Met de stelling dat er geen sympathie opgewekt wordt voor de personages ben ik het natuurlijk niet mee eens, maar dat is een kwestie van gevoel.
Geven jullie een (of twee) voorbeeld van die metaforen?

