Aan de Overkant - Ina Boudier-Bakker (1920)
Nederlands
Psychologisch
176 pagina's
Eerste druk: Van Kampen,
Amsterdam (Nederland)
De vrouwelijke hoofdfiguur, Emilie, gaat haar huwelijk hoe langer hoe meer zien als onderdeel van het leven in het oude stadje, waardoor ze zich gekortwiekt en terneergedrukt voelt. Als jong meisje is zij, de jongste dochter van een Amsterdamse architect, gewend aan de afwisseling en schittering van het grotestadsleven, getrouwd met David, de stille, verlegen jongeman van eenvoudige komaf uit het verafgelegen stadje met de donkere poort. Eigenlijk was ze nog een kind toen ze „ja" zei op het aanzoek van David, die haar vereerde alsof ze een prinses was uit een andere wereld. Ze was hem gevolgd naar het statige, donkere huis met de oude meubels. Maar de hunkering „naar de overkant" van de rivier, het symbool van haar isolement, werd hoe langer hoe sterker, ondanks de geboorte van haar drie kinderen. Op een dag besluit ze haar nieuwe bestaan op te geven, en de kinderen achter te laten onder de hoede van een oude kinderjuffrouw. Ze trekt naar Amsterdam en logeert bij haar zus Nancy. Het leven daar beleeft ze als een roes van geluk, vooral als ze een vroegere vriend van haar vader ontmoet, tot wie ze zich sterk aangetrokken voelt. Hun gevoelens zijn wederzijds, en tóch... ze volgt hem niet wanneer hij vertrekt naar het verre Ceram. Ze gaat terug naar het oude huis om haar taak te hervatten. Ze treft alles aan zoals ze het achterliet. Niemand heeft iets van haar afwezigheid gemerkt...
