menu
poster

Bakchai - Euripides (-406)

Alternatieve titels: De Bacchanten | Bakchanten | Bakkhai | Bacchanten ’71 | De Bacchen | Het Masker van Dionysos | Bakchen | Bacchae | Bάκχαι

mijn stem
3,63 (15)
15 stemmen

Oudgrieks
Toneelstuk
Historisch / Sprookje

70 pagina's
Eerste druk: (onbekend), Pella (Macedonië)

Een ongewone vreemdeling - in werkelijkheid de god Dionysos - is aan het hoofd van een schare volgelingen, de Bacchanten, vanuit Azië aangekomen in Thebe, waar koning Pentheus zich heftig verzet tegen de nieuwe Dionysos-cultus, die in zijn ogen immorele trekken vertoont. Allerlei wonderlijke gebeurtenissen vinden echter plaats in Thebe, en als Pentheus hardhandig wil optreden tegen de 'uitspattingen', geeft de 'vreemdeling' hem de raad om ongezien de orgieën bij te wonen.

zoeken in:
avatar van JJ_D
3,0
Vind het eigenlijk een beetje te warrig en de emotie is te weinig gecondenseerd in vergelijking met het sublieme 'Medea'.

avatar
3,0
Daar ben ik het mee eens, al is de gruwelijke moord op Pentheus wel een behoorlijk staaltje krachtpatserij - vertrapt door een kudde razende vrouwen - het zal je maar gebeuren. Maar Medea vond ik ook een stuk indrukwekkender, misschien tevens omdat het verhaal van de Bakchanten wordt voortgestuwd door de god Dionysos en minder door de mens.

avatar
Dit verhaal is des te interessanter omdat het genre van de tragedie (volgens Aristoteles) is ontstaan uit de dithyrambe – de lofzang op Dionysus – en dit verhaal van Euripides (een van zijn laatste die na zijn dood werd opgevoerd en waarvoor hij postuum de eerste prijs kreeg) gaat over Pentheus, de koning van Thebe, die het slachtoffer wordt van de wraak van Dionysus omdat Pentheus zijn goddelijkheid niet erkent dus Dionysus niet eert. De premisse is dat Dionysus is verwekt door Zeus bij Semele, een dochter van Kadmos, de koning van Thebe, en dat Dionysus in het Oosten zijn erediensten verwierf en nu met een aantal vrouwelijke volgelingen (de bacchanten) in Thebe verschijnt als eerste Griekse stad om te bekeren maar ook om wraak te nemen op Pentheus en zijn moeder die hem verloochenden. Dionysus is de god van de wijn waarmee hij de zorgen van de mens laat verdwijnen en bezit aldus de macht mensen in vervoering of krankzinnigheid te brengen en daarbij ook de macht de toekomst te voorspellen; hij heeft al de moeder en haar zussen krankzinnig gemaakt waarna zij in bacchantische vervoering in de bossen dansen en zingen. Zijn religie of cultus is dat de mens moet genieten van de goede dingen van het leven en niet meer moet verlangen dan een (sterfelijk) leven kan geven. Pentheus is zijn tegenstander: hij is sceptisch, heeft geen eerbied voor de religieuze traditie en dus ook niets met Dionysus’ levensles dat je niet meer moet willen weten dan je als mens kunt weten; hij denkt dat Dionysus slechts een verleider is die de vrouwen aanzet tot losbandigheid. In feite staan hier de Griekse rationaliteit en het ‘barbaarse’ instinct en levenslust (Dionysus komt uit het ‘barbaarse’ Oosten) tegenover elkaar waarbij die rationaliteit – in de hartstocht en koppigheid van de woeste Pentheus – ook een vorm van waanzin blijkt: het neemt geen genoegen met het leven zoals dat is of komt en deze hoogmoed zal bestraft worden. Het is aan de toeschouwer/lezer om te bepalen of het verhaal waarschuwt tegen het niet eren van de goden c.q. het koppig niet erkennen van een nieuwe god, tegen de godsdienstwaanzin of voor een gulden middenweg tussen deze twee extremen. Het verhaal eindigt zelf met een dubbelzinnige moraal dat het goddelijke vele verschijningsvormen heeft en dat we aldus vaak worden misleid. Volgens Nietzsche toont Euripides – de moordenaar van de tragedie omdat hij de Apollinische idealisering verving door wetenschappelijk naturalisme en de Dionysische kern van het pessimisme door optimisme (de deus ex machina) – met deze tragedie aan het eind van zijn leven berouw of twijfel over zijn daad (maar kon zijn daad niet meer ongedaan worden gemaakt).

Dionysus verschijnt nu als mens in Thebe omdat hij de bacchanten moet leiden in een strijd tegen de Thebanen als zij zich tegen hem keren, maar zelfs zijn wonderen bekeren Pentheus niet. Nadat Pentheus hem tevergeefs gevangen heeft gezet, verleidt Dionysus hem (hij maakt hem krankzinnig) waarna hij Pentheus’ moeder – eveneens niet bij zinnen – Pentheus laat afslachten waarna zij triomferend met zijn hoofd naar Thebe gaat: de keerzijde van de bacchanistische vervoering in de vorm van plezier en feesten is razernij waarbij de vijand beestachtig wordt verscheurd (een bijnaam van Dionysus is Bromius dat ‘gebrul’ of ‘rumoer’ betekent). Daarbij is het opmerkelijk dat Dionysus’ volgelingen vrouwen zijn die door middel van hun ‘uitzinnigheid’ elke man die zelfs maar hun geheime riten wil zien ongewapend grijpen en afslachten (elke volgeling krijgt iets van de macht, inclusief de profetie, van Dionysus). Het lijkt enerzijds te wijzen op het fenomeen dat mannen het niet kunnen laten om vrouwen te bespieden (zoals Pentheus doet) waarop de vrouwen in dit verhaal wraak nemen en anderzijds op de stereotypische rationaliteit van de man vs. de impulsiviteit of dierlijkheid van de vrouw. De tragedie is dat de moeder van Pentheus onbedoeld haar eigen zoon heeft vermoord; het verhaal maakt daarvoor gebruik van ‘herkenning’ zoals Aristoteles het noemde waarbij in dit geval het eerder niet herkennen het gevolg is van de hallucinerende macht van Dionysus zelf. Maar ook Pentheus maakt een fout – het niet erkennen van de nieuwe god – die hem fataal blijkt.

Het verhaal gaf mij associaties met het Bijbel-verhaal over Jezus en er blijkt al lang een debat te woeden in hoeverre Jezus elementen bevat van Dionysus waarin het werk Bacchanten een grote rol speelt. Allereerst is er de status van Dionysus als de zoon van God (Zeus) met een verering van zijn moeder (Semele als Maria) en wellicht zien we ook al de Heilige Geest in de vervoering van zijn volgelingen die daarmee iets van de goddelijkheid (in het jodendom wijsheid en profetie) bezitten. Maar bovenal manifesteert Dionysus zich als een mens die claimt (een nieuwe) God te zijn, zich ‘openbaart’ met wonderen en met een groep discipelen rondtrekt om volkeren te bekeren, resulterend in zijn vervolging waarbij de ondervraging door de koning kan doen denken aan Pilatus’ ondervraging van Jezus. De levensles van Dionysus – geniet van het leven – lijkt echter heel anders dan die van Jezus en ook is de wijngod Dionysus wraakzuchtig (waarvan de sceptische Pentheus opmerkt dat dat toch geen goddelijke eigenschap kan zijn), al zou Jezus het volle (eeuwige) leven schenken (en gelovigen drinken wijn als zijn bloed; zij eten ook brood als zijn lichaam maar bij de Grieken levert de godin Demeter het brood) en zou het slecht aflopen met hen die hem afwijzen als hun redder (kenmerkend voor de Griekse religie is dat het leven wordt gevierd zoals ook de goden op de Olympus niets liever doen dan feesten waarna diezelfde goden bij de Romeinen een stuk serieuzer worden). Tot slot, Dionysus wordt verheerlijkt omdat hij troost geeft in de vorm van vervoering door wijn, dans en zang, hetgeen doet denken aan Marx’ opmerking dat religie (het christendom) ‘het opium van het volk’ is die een echte verbetering van het leven van arbeiders in de weg staat.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 02:19 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 02:19 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.