Literatuurwetenschap: Het Raadsel der Onleesbaarheid - Karel van het Reve (1979)
Alternatieve titel: Huizinga-Lezing #7
Nederlands
Ideeënliteratuur
27 pagina's
Eerste druk: Het Wereldvenster,
Baarn (Nederland)
Toen Karel van het Reve in 1957 begon als hoogleraar Slavische letterkunde aan de universiteit van Leiden had hij geen idee wat hij “die kinderen” moest vertellen. Boeken en gedichten zijn immers geschreven om zonder verdere uitleg gelezen te worden? Maar gelukkig was daar de literatuurwetenschap, daar kun je wel terecht als je om lesstof verlegen zit. Alleen jammer dat er in die hoek alleen maar onleesbare teksten worden geproduceerd, en dat ze er bol staan van de pretentie, terwijl ze niet eens in staat zijn om waterdicht te beargumenteren waarom de ene tekst beter is dan de andere…
http://www.karelvanhetreve.nl/ :
Van een zin als de daarnet geciteerde zin van Lotman begrijp ik bijvoorbeeld twee dingen niet: ten eerste begrijp ik niet hoe iemand zo'n zin kan opschrijven, en ten tweede begrijp ik niet hoe iemand die zo'n zin opgeschreven heeft zich niet dezelfde avond nog verhangt.
Ik denk dat er pas echt iets aan deze situatie kan veranderen, als alle academische deftigheid overboord wordt geworpen en academici boeken weer gaan lezen op een manier die gelijkt aan hoe ze boeken lazen in hun jeugd. Ervaring en fenomenologie zijn in deze denk ik de sleutelwoorden die tot vruchtbaardere resultaten moeten leiden. In plaats van studenten dood te gooien met allerlei theorieën, zou je tot de basis moeten komen. Je moet tegen eerstejaars zeggen; jij vindt Dostojevski goed? Schrijf maar eens waarom dan. 6 kantjes, over twee weken inleveren. Dan leer je iemand zijn gevoelsmatige ervaringen om te zetten in woorden, en dat is het nuttigste dat een literatuurwetenschap kan vermogen.
Dit is opmerkelijk.
Een liefhebber heeft de Huizinga-lezing van Karel van het Reve middels AI tot leven geroepen.
Heel eerlijk: ik weet hoe A.I. ons bij de neus gaat nemen en al doet. Hier nog geheel met open kaart en voor commentaar vatbaar. Maar hoe lang nog kunnen we dat verschil nog opmerken? En wie weet welke stemmen uit het verleden op deze manier tot ons gaan spreken met heel wat minder onschuldige teksten?Over stroom- en koelwatergebruik van deze rekencentrales heb ik het dan nog niet.
Ik denk dat ik dit als grap wel kan waarderen, maar daar houdt het hopelijk mee op.
Nu kan ik inderdaad niets toevoegen aan de vorm van een roman – om esthetisch en emotioneel geraakt te worden moet je de roman zelf lezen – en in die zin heeft Hermans gelijk dat literatuurwetenschap een mislukte wetenschap is voor zover ze heeft geprobeerd het ‘schone’ van de schone letteren te verklaren. Wat dat betreft is het als met de beeldende kunst: men kan wijzen op bv. die eenheid van vorm en inhoud en in het algemeen dat alles in het werk een bedoeling heeft maar het blijft een onbeantwoorde vraag wat kunst eigenlijk tot kunst maakt. Als we dat zouden weten dan kunnen machines even goed kunstwerken maken. Wat overblijft is die bedoeling: wat heeft de kunstenaar willen zeggen (literatuur) of tonen (beeldende kunst)? En dat is nog niet zo makkelijk, want de meeste mensen hebben geen idee waar een verhaal, bv. Homerus’ Odyssee dat Nolan nu naar de bioscoop heeft gebracht, eigenlijk over gaat. Ik laat me wat dat betreft graag voorlichten door de (literatuur)wetenschappers waarbij ik zelf het leuk vindt om te proberen er nog eens vanuit mijn (filosofische) kennis iets aan toe te voegen. Daarbij is van belang dat kunstenaars zelf doorgaans weinig zeggen over wat ze met het werk bedoelen: met Van het Reve vinden ze dat het werk voor zich spreekt waarbij ze al dan niet intuïtief te werk zijn gegaan (Schopenhauer meende dat filosofie in wezen de wetenschap van de kunst is door die betekenissen op te sporen). En sowieso is het eigen aan kunst dat die betekenis niet vast staat, precies doordat het werk die niet uitspreekt en ook niet kan uitspreken (want het is geen filosofie), zodat meerdere interpretaties mogelijk zijn hetgeen een volmaakte basis vormt voor een wetenschap die soms wel en soms niet een consensus bereikt over de betekenis van een werk.
Tot zover mijn ‘literatuurwetenschap’…
Ik denk dat Kants kunstfilosofie dit verheldert. De kunstenaar schept vanuit zijn verbeelding een esthetisch idee dat hij als zodanig visualiseert maar dat niet eenduidig rationeel kan worden beschreven (voor een rationeel idee – bv. rechtvaardigheid – geldt het omgekeerde). Dat bedoel ik met intuïtief: de kunstenaar ontwikkelt bv. een idee van de liefde door een netwerk van beelden te geven. Dat esthetisch idee overstijgt het verstand – het kan niet worden gevangen in een begrip – maar dat verstand wordt wel aan het denken gezet: het zoekt evengoed naar het begrip van de tekst, ook al kan het niet tot een definitief of eenduidig begrip komen. In die zin kan over een kunstwerk worden ‘getwist’ want mensen slaan verschillende associaties en denkwegen in om de betekenis van een tekst te zoeken. Nu is geen enkele ervan de enige juiste maar ik denk wel dat de ene dieper en interessanter is dan de ander: blijven we bij de Odyssee, dan is denk ik de interpretatie dat de omzwervingen van Odysseus ook een zelfvervreemding en door zelfkennis uiteindelijk ook een thuis komen in zichzelf betekenen interessanter dan de oppervlakkige interpretatie dat hij als held obstakels overwint op weg naar huis. En omdat elke tijd zijn eigen context bevat voor interpretatie, geeft Nolan een gechristianiseerde interpretatie in de vorm van een psychologisch drama van schuld en loutering in plaats van een meer antieke interpretatie van een mythologisch drama van een verlicht geworden mens in strijd met de goden.
Ik weet niet goed wat literatuurwetenschappers doen, maar ik denk dat er niets mis is met een ‘twisten’ over de betekenissen van een tekst, ook al heeft de auteur er geen ‘eigen’ betekenis ingestopt. Door een esthetisch idee te visualiseren, heeft de auteur in feite onbewust eindeloos veel betekenissen erin gestopt die de liefhebber van de tekst er graag probeert uit te halen.
Kortom, me dunkt dat een auteur niet geheel intuïtief of onbewust z’n woorden en beelden plaatst maar zelf al een idee heeft wat hij wil uitdrukken – in die zin een bedoeling heeft met het verhaal – en daarvoor ook de geschikte woorden en beelden kiest. Maar anders dan in de filosofie is het geen logisch verband dat hij nastreeft maar is het een bewust spel met beelden en woorden dat om die reden qua interpretatie of bedoeling een ‘open’ inhoud heeft.
Deels gaat het wellicht gelijk op met wat de filosoof (en de literatuurwetenschapper?) tracht, waarbij het grote verschil is dat die (na de inspiratie) juist wel tot een rationele doorgronding wil komen en, vooral, zijn bedoelingen zo zuiver mogelijk wil formuleren. Een groot verschil met de kunstenaar. Maar goed, ook dit stel ik zomaar zonder enige ervaring met dit vakgebied…
