Science Fiction neem ik zelden ter hand, en bij het lezen van Solaris weet ik weer waarom dat is. De moeite die een schrijver zich moet getroosten om een abstracte wereld, met eigen logica en natuurwetten te schetsen, vertaalt zich in ellenlange oninteressante technische stukken. In dit geval had eea wel wat eleganter ingekleed kunnen worden, dan de hoofdpersoon telkenmale naar de bibliotheek af te laten dalen en samenvattingen van onderzoeksliteratuur te laten geven. Dit is het grootste punt dat vóór Tarkovsky’s verfilming pleit; voor hem is dit bijzaak, en heeft hij de voorsprong te kunnen visualiseren. De verfilming kan daardoor poëtischer van aard zijn, de roman is feitelijker, technischer, filosofischer (en speelt zich enkel in de ruimte af).
Als roman is het verder wel een buitengewoon intelligent en intrigerend werk. Het idee van intelligent buitenaards leven dat zo ondoorgrondelijk is dat het vanuit de menselijke context niet te bevatten is, spreekt mij wel aan. De strijd ertegen vindt niet plaats met wapens, maar is een puur intellectuele krachtmeting. Het heeft iets geweldig tragisch dat de mens hier bestreden wordt doordat zijn grootste zwakheden getriggerd worden; zijn aan het onderbewustzijn ontsproten obsessies. Dat maakt de verhouding tussen Kris en Rheya, de gegenereerde 'visitor', zo fascinerend. Op emotioneel niveau regeert het intense verlangen, op rationeel niveau de schaamte zich door een dergelijke obsessie te laten leiden. Onderzoeker Snow verwoordt de heersende strijd treffend: "Only 2% of mental processes are conscious. That means it knows us better than we know ourselves. We've got to reach an understanding with it". Aan het eind van de roman wordt een link gelegd naar een Godsbegrip, wat me in eerste instantie wat vergezocht overkwam. Waarin ik zelf echter wel parallellen zie, is dat Solaris de beperktheid van het menselijke bevattingsvermogen blootlegt. Zowel over buitenaards leven als over hogere machten zijn we gewend te denken vanuit onze eigen referentiekader. Daarbij te weinig rekening houdend dat dergelijke machten, voor zover bestaand (en zelfs dat is al een door de beperkte menselijke geest opgelegd criterium), wel eens in heel andere vormen kunnen blijken te werken dan we voor mogelijk houden. Dat Kris kiest voor het bevattelijke, het menselijke, verbaast dan ook niet en wil ik best als symbolisch zien in deze context. Alles bij elkaar een bijzonder knappe roman die er in slaagt ingewikkelde concepten te vertalen naar een aansprekend verhaal met dramatische werking (al is de film in dit laatst aspect beslist beter).