Als je nagaat dat van de vijf personen uit de tijd en/of omgeving van Alexander de Grote die over zijn leven of delen daarvan hebben geschreven, namelijk Aristoboulos van Kassandreia (c. 375 - 301 vdhj), Ptolemaios (c. 367 - c. 283 vdhj), Kallisthenes van Olynthos (c. 360 - 328 vdhj), Nearchos (c. 360 - 300 vdhj) en Kleitarchos (3e eeuw vdhj), geen werk is bewaard gebleven, maar wel uit hun werk is geput door latere geschiedschrijvers als Diodoros Sikeliotes (1e eeuw vdhj), Quintus Curtius Rufus (1e eeuw), Ploutarchos (c. 46 - 120), en Lucius Flavius Arrianus Xenophon van Nicomedia (c. 86 - 160) is het verbazingwekkend dat al meer dan twintig eeuwen telkens weer een andere biografie over zijn leven verschijnt.
Iedere kroniekschrijver, zeker de klassieke wier werk verloren is gegaan, (b)lijkt zijn eigen uitgangspunt bij voorbaat te hebben vastgesteld en van daaruit naar Alexander's daden en prestaties te hebben gekeken. Voor Kleitarchos was hij een despoot en aan drank verslaafde sadist, Ptolemaios heeft vooral de militaire kant belicht en kon dat vanuit zijn eigen ervaring doen, Kallisthenes was door Aristoteles aanbevolen om de geschiedschrijving (en het propagandistisch oppoetsen!) te verzorgen maar bekeek de gebeurtenissen vanuit de Griekse blik vol afschuw van alle "barbaroi" (= niet-Grieken).
Geen wonder dat meer moderne schrijvers hem ook niet altijd op dezelfde wijze bekijken (militair genie, opportunistisch moordenaar, drankzuchtig?, vermoord of gestorven aan een ziekte die mogelijk werd veroorzaakt door overmatig drankgebruik) en de biografieën telkens een andere teneur hebben hoewel de informatie nauwelijks van elkaar verschilt.
Hoe dan ook: Alexander zou nooit "de Grote" hebben kunnen worden zonder het werk dat zijn vader Philippos van Makedonia vóór hem had verricht, namelijk van de wanordelijke, onsamenhangende, vaak elkaar beoorlogende stammen van dat gebied (hardhandig en via huwelijkspolitiek) tot een eenheid te smeden en een staand leger in het leven te roepen in plaats van de krijgers alleen voor korte perioden bij een geplande veldtocht op te roepen. Dat leger werd gedrild tot de "onoverwinnelijke" phalanx, een systeem dat hij uit zijn tijd als gegijzelde in Thebe had opgepikt.
Dit werk van Peter Green is niet alleen helder en prettig leesbaar geschreven (hiervan bestaat zelfs een editie voor de jeugd!), maar is ook strikt (chrono)logisch samengesteld. Natuurlijk, het leven en de dood van Alexander liggen vast en daaraan kan ook Peter Green niets veranderen. Wel is te merken dat hij de klassieke teksten niet alleen heeft gelezen maar ook daarover goed heeft nagedacht. In de beschrijving van de eerste slag op Aziatische bodem, bij het riviertje de Granikos, merkte hij de grote discrepantie tussen Ploutarchos en Arrianus enerzijds en Diodoros anderzijds, reden voor hem om in een appendix "Propaganda at the Granicus" de these naar voren te brengen dat daar TWEE gevechten hebben plaatsgevonden. "Uiteraard" wordt door geen andere historicus na hem hieraan waarde toegekend (puur de kif, zou ik zeggen, dat niet zij op dat idee zijn gekomen!), maar wel heeft hij, overigens zonder bronvermelding, navolging gekregen in
Alexander at the Battle of the Granicus: A Campaign in Context van Rupert Matthews.
Van alle (moderne) biografieën van Alexander de Grote die ik heb gelezen (en dat zijn er heel wat!) vind ik deze de beste. Jona Lendering schrijft in
Alexander de Grote. De Ondergang van het Perzische Rijk dat hij vertalingen van Perzische kleitabletten en Babylonische voorspellingen in zijn boek zou verwerken, maar die veelbelovende uitspraak heeft hij mijns inziens niet waar gemaakt. Ook de andere zoals
Alexander the Great van Robin Lane Fox en
Alexander the Great. Man and God voegen weinig tot niets toe aan het reeds bekende.