Furry JayJay schreef:
Al met al een flinke teleurstelling.
Waar Cronin met De Oversteek nog een prachtig verhaal afleverde over de ondergang van de mensheid na een uit de hand gelopen overheidsexperiment, richt De Twaalf zich voornamelijk over het wederopbouwen van een samenleving en
de strijd tegen een matige bad guy die de touwtjes al snel niet meer in handen lijkt te hebben.
Het tweede boek van de trilogie begint nog veelbelovend, met een beschrijving van gebeurtenissen vlak na de uitbraak van het virus. Cronin neemt zijn tijd om enkele nieuwe personages te introduceren en enkele personages die kort aan bod kwamen in De Oversteek (Kittridge) uit te diepen. Tijdens het lezen overviel me wel vaak het gevoel dat Cronin vooral heeft geput uit de boeken van Stephen King (The Stand en The Dark Tower), Robert McCammon’s Swan Song en zelfs een beetje van Max Brook’s World War Z. Op zich niet verkeerd, maar ik miste toch het magische gevoel wat ik bij zijn voorganger wel had. Danny deed me vooral denken aan Tom Cullen en Lila Kyle aan Nadine Cross, beide uit King't The Stand.
Zodra het verhaal zich weer verplaatst naar Amy, Peter en Alicia komt het grootste probleem de kop op steken; het wil allemaal niet zo boeien. Alsof Cronin zelf ook niet helemaal wist waar hij met dit deel heen wilde.
De kolonie uit het eerste deel is uiteen gevallen, en er blijkt in Texas een primitieve samenleving te zijn van kleine en grotere nederzettingen die allemaal met elkaar verbonden zijn. Juist het troosteloze gevoel dat ik kreeg tijdens het lezen over de belevenissen van de groep in en rondom de kolonie miste ik hier. Bovendien is er niet echt meer sprake van een groep, Amy, Peter en Alicia zitten allemaal verspreid over Texas. Peter en Alicia maken deel uit van het expeditieleger, terwijl de laatste voornamelijk op eigen houtje opereert. Amy heeft intrek genomen in een klooster, waarbij ze haar dagen slijt met opvoeden van jonge weesjes en het krijgen van visioenen over een schip.
Het hele gedoe rondom Guilder intrigeerde me aanvankelijk nog wel,
maar al snel bleek dat hij een karikaturale slechterik is, die alle fouten maakt die een dictator maar kan maken.
Net als de confrontatie met Babcock in het eerste deel, weet de grand finale in deze episode me ook niet te overtuigen. Het gaat me allemaal te snel, en de enige van De Twaalf die me echt wist te boeien was Carter, de dakloze man die medelijden opwekte bij een vrouw uit de suburbs en hem meenam naar huis om klusjes te laten doen. De rest van de Twaalf komt totaal niet uit de verf, en wanneer ze hun opwachting maken in het slotdeel van het boek overheerste een gevoel van teleurstelling. Waarom heeft Cronin er niet voor gekozen om wat extra pagina’s uit te trekken voor de geschiedenis van enkele andere proefpersonen uit het overheidsexperiment? Het vorige boek telde over de duizend pagina’s, het tweede deel slechts zeshonderd. Op zich niets mis mee, maar als je een episch verhaal probeert te vertellen over de strijd tussen goed en kwaad, zorg en dan op zijn minst voor dat de bad guys er niet zo bekaaid van af komen.
Ook stoorde ik me aan het feit dat Cronin lijkt te willen benadrukken dat alles met elkaar verbonden is.
Tegen het einde van het boek zijn er al zoveel onthullingen gedaan over onverwachte familiebanden (‘het was je vader/moeder! Je zoon/dochter leeft nog! Je bent mijn dochter!) dat de impact ervan verloren gaat en vooral lachwekkend overkomt.
Deze minpunten nemen niet weg dat ik me nog best heb vermaakt met dit deel uit de trilogie. Het deel over Kittridge als ‘the last man in Denver’ vond ik tof, en ook de belevenissen van Voorhees en zijn vrienden maakten indruk. Ook al is lang niet altijd duidelijk waarom de personages bepaalde keuzes maken en wat hun beweegredenen zijn; je wilt toch door blijven lezen. Ik had alleen gehoopt dat de strijd van Amy en Peter een strijd zou zijn tegen de viralen en De Nul, in plaats van
een strijd tegen Guilder en zijn vampierenvrouw die de dood van haar ongeboren kind na honderd jaar nog steeds niet heeft verwerkt.
Ik hoop van harte dat Cronin zich over twee jaar revancheert met een magistraal derde deel, want dat de man kan schrijven en het uitgangspunt potentie heeft, heeft hij met De Oversteek ruimschoots bewezen.
Ik sluit me hier volledig bij aan, dit is precies hoe ik ook erover denk.