In grote lijnen is dit boek onderhoudend. Neil Postman baseert zich op de ideeën van Marshall McLuhan: de vorm van de communicatie bepaalt de inhoud van het berichtenverkeer. De populariteit van een medium heeft zo een doorslaggevende invloed op de maatschappij. Het medium bevoordeelt immers bepaalde typen content. Postman signaleert dat het boek een tijdsbesteding en verbeeldingskracht veronderstelt, dat het boek argumenten in een context plaatst en dat het boek bepaalde kennis veronderstelt. De televisie is daarentegen visueel en vluchtig van karakter en is bovendien gericht op toehoorders die halverwege binnenvallen, waardoor de content snel inzichtelijk moet zijn. Een toehoorder moet, eenmaal ingehaakt, blijven kijken. De televisie is kortom met name geschikt voor amusement. Postman stelt dat complexe argumenten hierdoor worden ontmoedigd binnen de TV-cultuur.
Twee anekdotes illustreren dit punt indringend. Ten eerste verwijst het boek naar de Douglas-Lincoln debatten, waarin het (grotendeels onopgeleide) publiek urenlang luisterde naar rationeel discours. Ten tweede de discussie rond de film The Day After(
1) ; waarin gerespecteerde intellectuelen zich zouden richten op holle soundbytes. Ze praten vooral langs elkaar heen! Het punt van Postman lijkt hiermee overtuigend te zijn onderbouwd. We amuseren ons dus tot zelfzuchtige kortzichtigheid. Ironisch genoeg maken deze retorische trucjes het boek juist minder overtuigend. Stelt Postman werkelijk dat de gemiddelde persoon in de 19de eeuw beter in staat was om complexe argumentatie te volgen? Is het niet eerder het geval dat het debat toentertijd ook amusement vormde? Hoeveel mensen begrepen deze discussies? Laten we aannemen dat de discussies op TV minder diepgravend zijn; hoeveel mensen kunnen door TV-discussies een basaal argument voor een stelling formuleren? Zouden ze anders helemaal niks weten over een onderwerp? Kortgezegd: het boek voelt soms alarmistisch en generaliserend aan. Er zijn veel kanttekeningen te plaatsen bij hetgeen Postman stelt.
Ik denk dat het punt van Postman overtuigender wordt als je enkel stelt dat amusement en diep begrip (doorgaans) elkaar bijten. TV neigt naar amusement. Boeken neigen naar diep begrip. Amusement kan enthousiasme opwekken voor een onderwerp, maar leidt niet tot beheersing van de materie. Een te grote focus op amusement leidt derhalve tot oppervlakkigheid. Daar waar Postman stelt dat een TV-cultuur onverbiddelijk leidt tot oppervlakkig discours miskent hij dat cultuur niet uniform is. Er is niet enkel een TV-cultuur, of tegenwoordig een internetcultuur, maar ook een boekencultuur die nog steeds voortleeft. De boekencultuur was altijd al minder zichtbaar, aangezien slechts een klein deel van de populatie tijd vrijmaakt om complexe boeken te lezen.
Alarmisme daargelaten stipt Postman soms interessante problematiek aan (gebruik van amusement in het klaslokaal), waardoor ik dit betoog de moeite van het lezen waard vond.
Amusing Ourselves to Death is desalniettemin een boek waarbij een korreltje zout geen overbodige luxe is.