En zo bracht het kwartaalboek van herfst 2018 mij op een plek waar ik normaal gesproken nooit zou komen: Poolse fantasy uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Gelezen in het Engels (de Nederlandse vertaling kreeg ik niet zo snel te pakken) maar dat maakte de pret niet minder. Want ook dit was weer een heel fijn kwartaalboek!
Voor zover ik fantasy ken (en mijn kennis houdt op bij Tolkien, Pratchett, Rowling en (de serie naar) Martin) is dit fantasy met een beetje vreemde tic. De wereld waarin we terecht komen lijkt op Pratchett's Discworld, met zijn monsters, magie, ruige kroegen, foute tovenaars, en wat niet meer. Ook de nadruk die hier ligt op al te menselijke zwakten heeft wel wat van Pratchett. Maar wat aan dit boek opvalt is de bizarre manier waarop Sapkowski elelementen uit sprookjes, westerns, religie en filosofie in de blender heeft gejast en waar dat in resulteert.
Zo is de opening van het boek puur western (een vreemdeling arriveert in een stadje, loopt een kroeg in en wordt uitgedaagd door opstandige locals). Het volgende verhaal (De laatste wens bestaat uit zes losse verhalen over de witcher Geralt, met terugkerend verhaal The Voice of Reason als verbindend element) begint als western, gaat verder als een droogkomische variatie op Belle en het Beest en eindigt als bloederige fantasy. Dan hebben we ook nog Sneeuwwitje (die hier Renfri heet), een tough cookie met een onfortuinlijk kapsel, lange benen en een onstuimig temperament. Over haar 7 dwergen lezen we alleen geruchten, en daar zijn we stiekem ook maar blij mee.
Die mix is de grootste charme van dit boek, maar er is nog veel meer. Zo weigert Sapkowski de diepere lagen uit te leggen, daar moet je zelf maar achter komen (zo begrijp je pas op het eind van het verhaal The Edge of the World dat het hier gaat over het droevige lot van de Noord-Amerikaanse indianen). . Dat maakt het lezen ervan (als je wilt tenminste) tot een actieve en erg bevredigende bezigheid. Behalve natuurlijk wanneer je echt iets hebt gemist (kan iemand mij uitleggen wat Geralts eerste wens is in het titelverhaal?) Dan baal je wel een beetje.
Wat ook al zo fijn is, is Sapkowski's humane blik. Karakters zijn zelden zwart of wit in dit boek, maar meestal zijn het goedbedoelende maar flink gemankeerde wezens. Soms zijn ze grappig (zoals de duivel in The Edge of the World of zoals de fantastische koningin Calanthe), soms zijn ze tragisch, zoals het monster Nivellen, soms smachtend, zoals de kleine profete Iola, soms levensgenieters (en heethoofden) zoals Geralts kameraad Dandelion. Maar wat ze delen (zelfs de monsters) is hun menselijkheid.
Tel daar nog wat morele dilemma's, voorzichtige erotica en geslaagde humor bij op, en je hebt bijna een meesterwerkje. Bijna, want soms wil Sapkowski te veel (zoals in het eerste verhaal, waarin hij de westernclichés te ver doordrijft en Geralt dingen laat doen die volkomen tegen zijn karakter in gaan). Ook lijken de eerste twee verhalen qua structuur iets te veel op elkaar.
Maar toch... wie vorig jaar tegen me had gezegd dat ik nog eens zou genieten van Poolse fantasy had ik voor gek verklaard. En toch is dat precies wat er is gebeurd!