Dagboeken van de spindoctor van het kwaad (van mijn
blog)
Het boek Joseph Goebbels, Hitlers spindoctor: een selectie uit de dagboeken 1933-1945 van de historici Willem Melching en Marcel Stuivenga schetst een bijzonder beeld van de geschiedenis van het Derde Rijk en het privé-leven van Joseph Goebbels. In deze Nederlandse vertaling, ondersteund met historisch commentaar, wordt een interessant inzicht gegeven op de visie van Goebbels over zaken zoals de actuele politiek, de strategie en de motieven van de nazi’s, het verloop van de oorlog en zijn relatie met kunstenaars zoals Leni Riefenstahl. Tevens doet hij verslag van de openhartige gesprekken met Hitler, die ook de basis vormden voor de klassieke Hitler-biografie van de Britse historicus Ian Kershaw. Ook komt zijn grote liefde voor auto’s en mooie vrouwen aan bod. Zo onderhield hij talloze buitenechtelijke affaires met actrices uit de filmwereld.
Nationaalsocialisme
Paul Joseph Goebbels (1897-1945) kwam uit een vroom katholiek gezin en door een ontsteking aan zijn rechtervoet op driejarige leeftijd liep hij de rest van zijn leven kreupel. Door hard studeren kon hij zijn handicap goed compenseren. Na een diepe geestelijke crisis in 1923 begon Goebbels met het bijhouden van een dagboek. In 1924 raakte hij in de ban van het nationaalsocialisme. Na een aantal ontmoetingen met Hitler beloofde hij hem onvoorwaardelijke trouw en werd hij actief voor de politieke partij de NSDAP.
‘Dr. Goebbels’ leidde met succes de verkiezingscampagnes van 1930 en 1932 van de NSDAP. Hij kende het belang van publiciteit in de moderne politiek en maakte graag gebruik van de modernste technieken, zoals het verspreiden van grammofoonplaatjes met de redevoeringen van Hitler en een verkiezingstournee per vliegtuig. Op 13 maart 1933 kreeg Goebbels de ministerpost van ‘Volksvoorlichting en Propaganda’. Hij kreeg daarmee de macht over de radio, de kranten en de film. Goebbels was een meester in subtiele manipulatie van de publieke opinie. Propaganda moest volgens hem zo dicht mogelijk bij de waarheid liggen. Censuur en onderdrukking waren van ondergeschikt belang.
Filmindustrie
Goebbels besefte dat beeld veel belangrijker was dan het woord, daarom kreeg de filmindustrie grote aandacht. Geen enkele film ging in première zonder zijn goedkeuring en vaak bracht hij nog ingrijpende veranderingen aan. Het doel van de films was ongemerkt de nationaalsocialistische normen en waarden overbrengen, veelal verpakt in gezellig amusement. Hoewel Goebbels de genialiteit van de propagandafilms van de regisseuse Leni Riefenstahl (1902-2003) inzag; Triumph des Willens (1935) en de twee Olympia films: Fest der Völker (1938) en Fest der Schönheit (1938), was hij meer voorstander van de antisemitische kostuumfilm Jud Süß (1940). Dit soort films waren volgens hem effectiever dan de langdradige films van Riefenstahl. Op 9 november 1939 schreef hij: ‘Vlucht naar München. Onderweg het draaiboek van Jud Süß gelezen. (…) Is uitstekend geworden. De eerste waarlijk antisemitische film.’ In totaal zou het Derde Rijk 1094 films produceren.
Reichskristallnacht
Goebbels was één van de grote aanjagers van het antisemitisme in het Derde Rijk. Melching en Stuivenga betogen dat hij dit vooral deed om in de gunst van Hitler te komen. Goebbels maakte er werk van om Berlijn ‘jodenvrij’ te maken. Zo was hij de initiatiefnemer van de Reichskristallnacht op 9 november 1938. Een aanslag op een Duitse diplomaat in Parijs door de joodse student Herschel Grynszpan twee dagen eerder was de aanleiding voor deze georganiseerde pogrom tegen de Duitse joden. Hierover schreef Goebbels vanuit München:
‘De joden moeten de volkswoede maar eens goed voelen. (…) Paar slappelingen krabbelen terug. Maar ik zweep ze weer op. Deze laffe moord mogen we niet onbeantwoord laten. (…) Ik wil naar het hotel, dan zie ik dat de hemel bloedrood is. De synagoge brandt. (…) We laten blussen zodat de belendende percelen veilig zijn. Verder af laten branden. (…) Uit het hele Rijk komen nu meldingen binnen: 50, dan 75 synagogen in brand. De Führer heeft bevolen om direct 25.000 tot 30.000 joden te arresteren. (…) Ze moeten voelen dat ons geduld uitgeput is. Wanneer ik naar het hotel rijd, rinkelen de winkelruiten. Bravo! Bravo! In alle grote steden branden synagogen. Duits eigendom is niet in gevaar. ‘
Polycratie
Goebbels zou absoluut niet de ‘tweede man van het Derde Rijk’ zijn geweest. Hitler voerde een verdeel-en-heerstactiek op zijn ondergeschikte functionarissen. De bestuursstijl van de top van het Derde Rijk was een ‘polycratie’: een bestuurlijke chaos, waarbij alleen de ‘charismatische’ Hitler onbetwist bleef. Tot in de bunker ging Goebbels de strijd aan met zijn concurrenten. De grote angst van Goebbels was dan ook uit de gratie van de Führer te raken. In zijn dagboeken schreef hij dan ook veelal over zijn relatie met Hitler. Op vrijdag 10 januari 1939 schreef hij:
‘Bij de Führer. (…) Na het eten geeft de Führer ons een rondleiding in de nieuwe Rijkskanselarij. Het hele complex is overweldigend. Dit is het meesterwerk van Speer. Daarna nog twee uur met de Führer gesproken. Hij is buitengewoon vriendelijk en aardig tegen me. (…) Hij is zo goed en menselijk tegen mij. Je moet wel van hem houden.’
Sportpalast
Goebbels nam naarmate de oorlog steeds slechter verliep de centrale rol van spreker tot het Duitse volk over. Hitler wilde niet met slecht nieuws komen. Het hoogtepunt voor Goebbels als spreker was op 18 februari 1943, wanneer hij de ‘Totaler Krieg’ in het Sportpalast in Berlijn aankondigde. De totale oorlogsvoering was het laatste redmiddel om de oorlog nog tot een goed einde te brengen. Het Duitse volk werd verzocht om nog grotere opofferingen te maken om zo de economie volledig voor de oorlogsproductie vrij te maken. Het voorstel werd met luid gejuich door een geselecteerd publiek aanvaard.
‘Om vijf uur vindt de langverwachte bijeenkomst in het Sportpalast plaats. De bezoekersaantallen zijn overweldigend. Al om halfvijf moeten de deuren wegens de grote toeloop gesloten worden. Een wild geraas binnen. Het publiek bestaat uit alle lagen van de bevolking. Van regeringsmedewerkers tot fabrieksarbeiders. Mijn rede laat een diepe indruk achter. Al bij de openingszinnen werd ik constant onderbroken door luidruchtige bijval. De reacties van het publiek zijn bijna niet te beschrijven. Nog nooit eerder was het in het Sportpalast zo turbulent als aan het einde van deze redevoering. (…) Het blijkt tijdens deze bijeenkomst dat het volk bereid is om alles op te geven voor deze oorlog en de overwinning.’
Ook tijdens de oorlog bleef Goebbels vast geloven in het gelijk van de Führer. Op zaterdag 3 maart 1945 schreef hij toen het overduidelijk was dat Duitsland de oorlog aan het verliezen was:
‘[SS bevelhebber Josef Dietrich] maakt zich zorgen over het feit dat de Führer zijn militaire staf te weinig de vrije hand geeft wat ertoe heeft geleid dat de Führer zich nu zelf bemoeit met de inzet van bijna iedere compagnie. (…) De Führer kan niet vertrouwen op zijn militaire raadgevers. Zij hebben hem als zo vaak bedrogen of het verkeerde pad op gestuurd, dat hij zich nu zelf met alles bemoeit. Godzijdank doet hij dat. Als hij dat niet zou doen, dan zouden de zaken er waarschijnlijk nog een stuk slechter voor staan.’
Op 1 mei 1945 pleegde Goebbels met zijn vrouw Magda zelfmoord, nadat ze met de hulp van een arts hun zes kinderen hadden vermoord.