menu

Malone Meurt - Samuel Beckett (1951)

Alternatieve titels: Malone Sterft | Malone Dies

mijn stem
3,36 (7)
7 stemmen

Frans
Psychologisch

120 pagina's
Eerste druk: Editions de Minuit, Parijs (Frankrijk)

Een lange monoloog over dubbelgangerfantasieen van de in zijn schrift krabbelende, verlamde Malone (Me alone). Malone ligt in zijn eentje in een bed te wachten tot hij sterft. Hij kan niet bewegen, kan dingen alleen nog verplaatsen met behulp van een stok, en elke gaat de deur een heel klein beetje open en geeft iemand hem iets te eten en leegt de pot. Om de tijd te doden en de verveling de baas te blijven besluit hij zichzelf verhalen te vertellen, die hij regelmatig onderbreekt om uit te roepen dat ze saai zijn of totaal niet de kant opgaan die hij had gewild.

zoeken in:
avatar van JJ_D
3,5
Enkele onrijpe gedachten:

“Nothing is more real than nothing” - een mens die denkt te weten, kan evengoed niets weten, en weet ook gewoon niets? Er zijn geen zekerheden in dit bestaan, behalve de onafwendbaarheid van de dood, maar zelfs als men zich daarop probeert voor te bereiden en een bepaalde orde tracht te scheppen in het stervensproces, komt de dood toch onverwacht, waardoor per definitie een gevoelsmatige leemte (ledigheid?) achterblijft. Dood kan nooit vervolmaking zijn, komt per definitie te vroeg, maar is toch verlossing. Het grote ‘Eindelijk’. “Nooit meer … iets”, hakkelt Beckett aan het eind. (Het ontbreken van een leesteken spreekt figuurlijke boekdelen.)

Hoe is het bestaan, als er geen houvast is? Oneindig gefragmenteerd. Er is alleen een perceptie van het heden, die door het ontbreken van een grijpbaar verleden als incoherent en onbegrijpelijk wordt opgevat/ervaren. Zekerheid bestaat niet, prikkels kunnen niet meer aan betekenissen worden vastgeknoopt omdat er geen contextueel kader is – nooit geweest, bovendien. De menselijke isolatie heeft Beckett in ‘Malone sterft’ beschreven middels een wegkwijnende geest (Malone, “me alone”), vastgeroest aan een bed op onbekende locatie. Interessant is hoe de “levensstroom” die de protagonist in zijn schrift optekent, zich verder zet naar de inwendige logica van het proza. “Het schrift” twee dagen kwijt, betekent onherroepelijk twee dagen die in de literatuur niet kunnen “zijn”. Hoewel Becketts stijl losgeslagen en “ongeconcentreerd” lijkt, belichaamt deze misschien juist het tegenovergestelde: geen zin is willekeurig, de compositie is uitgekiend, en tegelijk genadeloos consequent.

Ook naar het verhaal dat Malone op zijn beurt verzint (raamvertelling), zet de fragmentatie zich verder. Een personage kan halverwege van naam veranderen, waarmee ook zijn ganse identiteit aan het wankelen gaat. Wat is een mens: naam, ervaring, uiterlijk? (Onkenbaar, dat in ieder geval?) Uiteindelijk mislukt Malone in zijn opzet een verhaal te ontwikkelen dat de tegenpool is van zijn “ik”. De belofte aan het eind, gedoemd tot falen: “Genoeg over mij. Ik zal geen ik meer zeggen.” – waarna Malone toch een sterven beschrijft, dat zijn eigen dood in zich draagt. Het Macmann-verhaal wordt overigens een soort metafoor voor het bestaan van Malone, en het bestaan van de mens in het algemeen: gevangen tussen muren met uitzicht op een groezelige weg achter een hek – alleen te bewandelen voor wie het leven kan achterlaten. Vrijheid bij de gratie van de dood – een idee door de existentialisten in de jaren ’50 uitgewerkt? Hier, bij het eind van de roman gekomen, wordt het verhaal concreter, maar ook complexer, want er is veel dat niet te duiden is (het einde, de verwijzingen naar Christus, …)

En dan de stijl, die Beckett, net zoals hij poogt qua inhoud, tot een grens probeert door te drijven. Poëzie en proza ontmoeten elkaar, met veel prachtige passages tot gevolg. Grote ideeën weet Beckett trouwens met een paar rake zinnen naar een korte alinea te vertalen. Camus en Sartre sluimeren tussen de regels, op een half-menselijk, half-filosofisch niveau. Ontroerend door zijn intelligentie, zijn lak aan pretenties, zijn onverbiddelijke eerlijkheid ook, summier en juist...

En toch (of juist daardoor?) is Beckett lezen geen pretje. In dit proza verdwaalt en verzuipt men. Een “snelle lezer” als ik moet constant herlezen, en natuurlijk elke zin met kritisch oog bezien. Beckett drijft zijn proza naar de grens van het hermetische, waardoor de lezer soms naar adem moet snakken. Niet van extase, maar uit een literaire cyanose: de vorm is misschien te compact, de structuur onbarmhartig ontransparant? Misschien een fenomenaal boek, voor wie aan iets als “de intellectuele eisen” voldoet?

(aantekeningen van anderen: Samuel Beckett, "Malone Dies" | Victor Gijsbers's Site - lilith.gotdns.org, cfr. ook ‘Wachten op Godot’, over de volheid van de ledigheid: http://eprints.bbk.ac.uk/182/1/Brooker1.pdf
Daarnaast de paradox: de extatische uiting van het “zijn” in het uiten van de wens tot sterven (“niet zijn”).)

avatar van apocrief
1,0
Malone stinkt. (meurt). Zoals dit boek. Ik zal wel niet aan de intellectuele eisen voldoen.

Gast
geplaatst: vandaag om 08:29 uur

geplaatst: vandaag om 08:29 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.