Een vreemd boek van Walter Moers, dat me voor het eerst vooral kritisch stemt, in plaats van laaiend enthousiast te worden.
Op het einde van De Stad van de Dromende Boeken heeft Moers zijn lezers gevraagd welk ander boek van Mythenmetz ze hem het liefst zagen 'vertalen': zijn terugkeer naar Buchhaim, of een met andere avonturen - het antwoord bleek natuurlijk het eerste. Had Moers eigenlijk geen zin meer, heeft het daarom zo lang geduurd om dit te schrijven en is het daarom zo'n halfslachtig boek geworden? Of doet hij dat opzettelijk, wil hij zijn lezers vooral pesten (zoals hij ook al in Ensel und Krete deed) en komt alles met het derde deel toch nog goed?
Ik heb als voorbereiding op dit boek eerst het eerste deel herlezen, met enorm veel plezier. Dat er een tweede en derde boek zouden komen leek me niet nodig, maar als ze dezelfde leuke avonturen vermengd met literatuurgrapjes en boekenadoratie konden brengen, waarom ook niet? Het probleem met dit boek is, dat het dat níet doet.
Het verhaal begint met Mythenmetz, op het hoogtepunt van zijn roem en tegelijkertijd dieper gevallen dan ooit, die volgevreten in zijn werkkamer zit, geen degelijke letter meer op papier krijgt en tegelijkertijd zwelgt in zijn populariteit en niet aflatende stroom fanbrieven. Een heerlijk stuk dat eindigt net als het eerste boek: hij krijgt een brief die hem naar Buchhaim lokt. Hier vond ik het vooral amusant: het hele eerste stuk staat bol van de bijna letterlijke herhalingen met het eerste boek - een leuke stijlfiguur.
Eens in Buchhaim aangekomen, begint alles weer van voor af aan: Mythenmetz is er 200 jaar niet meer geweest en de stad is helemaal heropgebouwd, dus moet hij alles opnieuw leren kennen. De start van een ellenlange kennismaking-met-de-stad... waarna het boek uit is. Er gebeurt helemaal niets! Slechts heel af en toe bevat het boek een soort actie (een gesprek, een ontmoeting) en telkens is dit een hoogtepunt (de ontmoeting met zijn collega-lintworm in het rookcafé, de ontmoeting met en dood van Kibitzer, het gesprek met de librinaut in het theater, de ontmoeting met Corodiak). Al de rest is vooral beschrijving, en veel blabla. Met als absolute dieptepunt 70 blz lang een beschrijving van de theateropvoering van Mythenmetz eigen leven - oftewel een hér-vertelling van het hele vorige boek.
Er zit wel wat interessante stof in dit boek, er is humor, er zijn een paar nieuwe en interessante personages, en er is het nieuwe gegeven van Puppetismus (oftewel theater - een soort vervolg op de romans die in het vorige boek centraal stonden) dat zeker erg fascinerend is. Maar dat had gerust verteld kunnen worden in 100 blz - of desnoods 200. Maar 432 blz is gewoon te veel.
In zijn nawoord verontschuldigt Moers zich dat het boek niet af is en legt hij de schuld bij Mythenmetz zelf, die altijd veel te langdradig is en hem verplicht heeft heelder stukken te schrappen wat hem veel langer gekost heeft dan geschat. Hij eindig dit nawoord met: "Het echte verhaal moet inderdaad nog beginnen. Alles tot nu toe was enkel ouverture."
Een auteur die zijn eigen mislukking beseft en edelmoedig toegeeft? Of toch vooral een grote grap: laat ik eens een boek schrijven dat enkel een lange inleiding is om mijn lezers eens een beetje te treiteren? Gezien het karakter van Mythenmetz past dat natuurlijk perfect, en kan het ook een poging zijn om de lezer duidelijk te maken wat een saaie schrijver de hoofdpersoon van deze boeken eigenlijk is. Gezien de torenhoge stapels die overal in Duitsland van dit boek in de winkels liggen, gretig verkocht in de eindejaarsperiode, zal deze grap auteur en uitgeverij financieel wel ten goede komen - maar of het veel mensen zal amuseren?
Moers kan veel beter, heeft dat al meer dan genoeg bewezen (ik heb niet voor niets alles gelezen wat hij ooit geschreven heeft), en ik heb er alle vertrouwen in dat het volgende boek wel het typische razendsnelle van-de-hak-op-de-tak springende avonturenverhaal zal zijn dat iedereen verwacht. Of hij dit boek als grap tussendoor snel bijeengepend heeft of hij echt met een literaire crisis te kampen heeft zullen we dan ook pas dan weten. Maar tot het zover is, hou ik mijn stem toch vooral aan de lage kant, en zeg teleurgesteld: een vervelend boek!