The War of the Worlds - H.G. Wells (1898)
Alternatieve titels: De Oorlog der Werelden | De Planetenoorlog
Engels
Sciencefiction
303 pagina's
Eerste druk: Heinemann,
Londen (Verenigd Koninkrijk)
Op het einde van de negentiende eeuw blijken vallende sterren boven Engeland in feite ruimteschepen te zijn, afgevuurd van Mars. De Martianen zien de mens als minderwaardige wezens, insecten. Zij zelf bestaan alleen uit een rubberachtig hoofd met tentakels en voeden zich met bloed van hun slachtoffers waarmee ze zich injecteren. Ze bewegen zich voort in enorme driepotige oorlogsmachines, gewapend met dodende stralen en zwart gifgas. De ik-figuur dwaalt door een vernietigend Engeland op zoek naar zijn vrouw. Hij ontmoet verschillende radicale personages die hun versie over de toekomst van de aarde kwijt willen.
de eerste paginas vond ik redelijk ingewikkeld, en ik vraag my toch af wie die ' ik ' mag zijn
ben er in aan het lezen, en voorlopig is het niet ontspannend lezen, het boeit mij niet, en ik kan mij niet inleven met de personages.
de eerste paginas vond ik redelijk ingewikkeld, en ik vraag my toch af wie die ' ik ' mag zijn
ik heb er nog aan bij te voegen dat ik het boek heel slecht vind, ik heb het nu uitgelezen en is niet zoals hoe ik het gedacht had.
Neen, het voornaamste probleem dat ik heb met dit boek is het gebrek aan diepgang in het verhaal. Het stelt alles niet zoveel voor en het lijkt me soms dat Wells geen goed excuus had gevonden om zijn prachtig gevonden premisse in te kaderen. In weze is het slechts een verslag van de rondtrekkende held en zijn observaties daarbij. Hier en daar gelukkig gekruid met die frisse ideeen waar ik het al over had.
Een laatste probleem is dat ik dit verhaal al op zo veel manieren heb horen vertellen en gezien dat de eigenlijke clou al lang op voorhand bij me bekend was. En er zo naast het reisverslag weinig nieuw was.
Op zich een bizarre kritiek van mij, want het is tenslotte Wells die het allemaal heeft bedacht, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Wells wel de ideeen had, anderen het verrhaal echter beter hebben 'uitgevoerd'. Toch nog 3* vanwege het historische 'belang' voor de SF.
Het veroorzaakte paniek onder de mensen omdat ze dachten dat het echt was.

Wel vond ik het naar het einde toe wat inzakken: een uitgebreide beschrijving van de Martians is wel leuk, maar ook wat langdradig. Totaal: een prima 4*
Dat is de 'fictie', in het 'science' van deze science fiction lees je vooral de wetenschappelijke modes van de tijd. Bacteriën, evolutieleer en de mogelijkheid van buitenaards leven zijn best overtuigend aan elkaar gesmeed. En passant hint het verhaal op de betekenis van buitenaards leven op het Godsbegrip. De kwetsbaarheid van de aarde en de machteloosheid van de mens(heid) komt als beangstigend concept behoorlijk uit de verf. Vertaald in het unhappy happy end, maar ook in de apocalyptische taferelen in cosy England. Een schrijver om meer van te gaan lezen.
Het antwoord is ja. The War of the Worlds is zeker en vast een goed boek te noemen. Een aantal van de ideeën die Wells hier op de lezer loslaat zijn in de loop der jaren revolutionair gebleken en het grote probleem zit hem dan ook in het feit dat anderen meer met dit idee hebben kunnen doen. Kudos in ieder geval voor zijn beschrijving van de Marsbewoners zelf (eindelijk eens geen aliens die teveel van de mens weghebben!) maar uiteindelijk is het boek ook niet meer dan die beschrijving. Wells lijkt dit ook wel te beseffen en probeert wat afwisseling te brengen aan de hand van onder andere de broer van het hoofdpersonage maar ook daar geraakt hij niet verder dan een beschrijving van de terreur en schade. Toch blijft dit op zich nog wel ergens boeien, maar ik blijf de schrijfstijl van Wells erg taai vinden. Veel beschrijvingen van Londen met de verschillende namen waar ik me absoluut geen voorstelling bij kon maken en een ietwat gehaast einde. Sowieso wel jammer dat het hoofdpersonage regelmatig laat doorschijnen dat alles goedkomt.
Mjah, ik twijfel wat tussen 3* of 3.5* maar ik geef Wells net dat beetje extra vanwege zijn verbeelding. In ieder geval erg knap dat een boek van ondertussen bijna 120 jaar oud toch nog zo modern aanvoelt. Ik heb nog een boek met een aantal kortverhalen liggen, The Crystal Egg dat trouwens ook nog niet op de site staat, dus die ga ik ook nog lezen maar ik vermoed dat mijn Wells avontuur daar mee gaat eindigen.
Kleine 3.5*
Later als tiener zag ik de oude speelfilm uit de jaren '50 die ik toendertijd griezelig spannend vond; en leerde ik in het planetarium in dierentuin Artis van de blinde paniek die op 30 oktober 1938 in de Verenigde Staten uitbrak tijdens het radiohoorspel van Orson Welles. Het boek van H.G. Wells werd zo levendig over de radio vertolkt dat de luisteraars die halverwege de uitzending invielen of het begin hadden gemist, het verhaal als een werkelijk verslag van een invasie door de Marsbewoners aanzagen.
Het was dan ook een grote bof dat ik de Nederlandse vertaling van het boek met de titel "De Planetenoorlog" pardoes in een kringloopwinkel aantrof. Ik had het boek zelf nog nimmer gelezen. Hoewel het verhaal hier en daar een beetje oubollig overkomt zijn er toch passages die nog steeds erg sterk overeind blijven, zoals de beschrijvingen van de kapotgeschoten stad Londen waar de Marsbewoners huis hadden gehouden; en het Rode Wier dat de straten overwoekerde in het negentiende hoofdstuk 'Dood Londen':
'Nadat ik bij de artillerie was weggegaan liep ik de heuvel af, en in de buurt van High Street over de brug naar Fulham. Het Rode Wier groeide toen in een verwarde massa en blokkeerde bijna de weg over de brug, maar er zaten al bleke vlekken van de zich verspreidende ziekte op de bladeren, die ze kort daarna zo snel vernietigde.
Bij de bocht in het pad dat naar Putney Station Bridge voert kwam ik bij een man die op de grond lag. Hij was zo zwart als een schoorsteenveger van het zwarte stof, hij leefde maar was machteloos en stomdronken. Het enige wat hij me naar mijn hoofd slingerde waren vloeken en razende uitvallen. Ik denk dat als hij niet zo'n grof gezicht had gehad, ik hem zou hebben geholpen.
(...) Toen ik in de richting van Brompton verderging waren de straten weer stil. Hier kwam ik op de straten en op lijken weer het zwarte poeder tegen. In totaal zag ik over de hele lengte van Fulham Road ongeveer een stuk of twaalf. Ze waren al vele dagen dood, zodat ik er snel langsliep. Het zwarte poeder bedekte hen geheel en vervaagde hun omtrekken. Een stuk of twee waren door honden aangevreten.
Daar waar geen zwart poeder lag leek het merkwaardig veel op een zondag in een grote stad, met de winkels die dicht waren, de huizen die gesloten waren met de blinders ervoor, de verlatenheid en de stilte. In sommige huizen waren plunderaars aan het werk geweest, (...) Verderop lag een vrouw die aan flarden was gereten als een bundel op een drempel; er zat een diepe wond in haar hand die over haar knie hing en er liep bloed langs haar roestbruine jurk naar beneden; (...) Ze leek te slapen, maar ze was dood.
Hoe verder ik in Londen doordrong, hoe dieper de stilte werd. Maar het was niet zozeer de stilte van de dood - het was de stilte van spanning, van afwachting. Elk ogenblik zou de vernietiging die de noordwestelijke randen van de wereldstad al had verzengd, en die Ealing en Kilburn had uitgeroeid, misschien tussen deze huizen neerrazen en ze als rokende puinhopen achterlaten. Het was een veroordeelde en verlaten stad...'
Het was ook enthousiasmerend dat sommige stukken tekst (bijna) letterlijk in de muziek van Jeff Wayne wordt bezongen, zoals de openingsregel: 'No one would have believed in the last years of the nineteenth century. That human affairs were being watched from the timeless worlds of space. No one could have dreamed that we were being scrutinised. As someone with a microscope studies creatures that swarm and multiply in a drop of water. Few men even considered the possibility of life on other planets. And yet, across the gulf of space, minds immeasurably superior to ours regarded this Earth with envious eyes. And slowly and surely they drew their plans against us' en de hypnotiserende regel 'The chances of anything coming from Mars are a million to one he said'.
Eigenlijk in 1 ruk uitgelezen. Het zijn ook minder dan 200 pagina's. Ondanks dat het in 1e instantie een boek lijkt met een simpel verhaaltje verteld uit het oogpunt van de antagonist, besef je pas later dat Wells op briljante wijze precies genoeg informatie over de Marsbewoners geeft om je er nog dagen mee bezig te houden. Veel dingen worden uitgelegd, maar heel veel dingen ook niet. En dat laatste zorgt ervoor dat je blijft malen. Waarom kozen de Marsbewoners bijvoorbeeld voor het (in die tijd) machtigste rijk als landingszone? En waarom een eiland? Of waren het slechts verkenners en stond er een grotere invasie op handen die geannuleerd is?
Wells was zijn tijd vooruit en ik ga ook wel even op zoek naar andere boeken van hem.

