Het boek De Ondergang: Hitlers Laatste Dagen van de overleden historicus Joachim Fest leest als een dramatisch slotstuk van de Tweede Wereldoorlog. Fest schetst de slag om Berlijn als het begin van de apocalyps waarin een hele stad tot ruïnes wordt herleid. Het blijft onvoorstelbaar dat zo’n immense menselijke tragedie zich slechts enkele decennia geleden in Europa heeft afgespeeld – dit schreef ik nog vóór de Russische invasie van Oekraïne in 2022. De gruwel en zinloosheid van de nazi’s, die zich tot het bittere eind in een geweldsexplosie wierpen, werden nog verergerd doordat fanatieke SS-divisies uit diverse landen meededen, waaronder Frankrijk, Scandinavië en zelfs Nederland. De schaal en intensiteit van deze complete vernietiging zijn bijna niet te bevatten.
Een opvallend verhaal uit het boek, dat ik nog niet kende, speelt zich af na Hitlers zelfmoord. Terwijl de top van het nazibewind, onder wie Martin Bormann en Joseph Goebbels, besluiteloos in de Führerbunker achterbleef, ontstond er een voorstel om met de Sovjets te onderhandelen. Generaal Krebs werd gestuurd om namens de Duitsers contact te leggen met de Russische generaal Zjoekov in Tempelhof.
Zjoekov was zo verrast door dit voorstel dat hij geen tijd had om zijn volledige staf bijeen te roepen. In plaats daarvan werden enkele lagere adjudanten en een onverwachte gast bijeengeroepen: de componist Matwej I. Blanter, die door Stalin was gestuurd om een symfonie te schrijven over de verovering van Berlijn. Omdat Blanter niet in uniform was, kon hij niet officieel worden geïntroduceerd als officier. Zjoekov reageerde woedend en sloot de componist op in een kast in de kamer waar het overleg plaatsvond, met de opdracht om stil te blijven – een vreemd incident waarvan de reden niet helemaal duidelijk is.
Krebs bracht Zjoekov op de hoogte van Hitlers zelfmoord en las een brief voor die Goebbels had opgesteld, waarin ook een voorstel stond voor vredesonderhandelingen tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. Zjoekov was echter niet onder de indruk en verwierp het voorstel meteen, vermoedelijk omdat hij inzag dat het een laat en opportunistisch politiek spel was om de geallieerden tegen elkaar uit te spelen. Vervolgens moest het voorstel nog worden voorgelegd aan hogere Sovjet-gezaghebbers, waaronder Stalin, die ook alle afzonderlijke onderhandelingen afwezen. Alleen de onvoorwaardelijke overgave van Berlijn of Duitsland stond nog ter discussie.
Wat deze geschiedenis een bijna surrealistisch tintje geeft, is wat er daarna gebeurde: na uren van gespannen stilte kwam Blanter onverwacht uit de kast waar hij gevangen had gezeten. Hij was uitgeput en viel met veel gestommel in zijn volle lengte de kamer in, waarna de vergadering zonder verdere woorden over het voorval werd voortgezet. Deze onverwachte, bijna komische wending lijkt op het eerste gezicht uit een absurdiste sketch te komen – geen wonder dat deze scène niet in de film Der Untergang is verwerkt. Soms blijkt geschiedenis een verzameling te zijn van onverwachte, bizarre momenten die bij de lezer zelfs een glimlach kunnen oproepen, ondanks de zwaarte van de gebeurtenissen.