Trojeroman - Segher Diengotgaf (1245)
Alternatieve titel: Tprieel van Troyen
Middelnederlands
Historisch
93 pagina's
Tijdens de grote oorlog tussen de Trojanen en de Grieken, die door Homerus in zijn Ilias definitief in de geschiedenis is verankerd, wordt een wapenstilstand van veertig dagen gehouden. Tot nu toe is er in de oorlog hevig gevochten. De Trojaanse strijders probeerden elkaar in dapperheid te overtroeven, omdat ze elk de ogen van hun lieftallige en beminnenswaardige vrouwe op zich gericht wisten. Het verhaal begint de avond voordat de strijd weer zal ontbranden. Koning Priamus nodigt de strijders en vrouwen aan zijn tafel. Na de maaltijd gaan de vrouwen en de ridders naar een prieel om zich daar te vermaken. In deze idyllische omgeving vol luisterrijk groen, kwinkelerende vogels en klaterende fonteinen, ontspinnen zich galante gesprekken tussen de ridders en hun aanbedenen. Pollidamas wil Helena - wier schoonheid de aanleiding was voor de Trojaanse oorlog - van zijn liefde op de hoogte brengen, maar weet niet hoe te beginnen. Mennoen worstelt met zijn liefdesverklaring aan Pollexina. Menfloers, tenslotte, bemint Andromache, de vrouw van Hector. De drie mannen zijn op het slagveld voor geen kleintje vervaard, maar in het gezelschap van hun beminde staan ze met de mond vol tanden. De vrouwen echter zijn in deze situatie heer en meester, en weten de gespannen sfeer elk op hun eigen manier zo fijngevoelig op te lossen dat de hoofsheid gewaarborgd en het eergevoel van de mannen intact blijft.
