Vorig jaar viel mijn oog in een tweedehandsboekwinkel op
Count Belisarius. De titel zei me niets maar de auteur wel: van Robert Graves las ik eerder al
I, Claudius en
Claudius the God, wat destijds mijn interesse in Romeinse geschiedenis aanwakkerde. Ruim ten jaar later heeft
Count Belisarius een vergelijkbaar effect.
Interesse in (niet per se kennis ván) geschiedenis is ook wel een vereiste om van dit boek te kunnen genieten. De verteller hopt van het ene onderwerp naar het andere, net zoals je op wikipedia kunt blijven doorklikken omdat je steeds weer iets interessants tegenkomt. De religieuze onenigheid over de natuur van Christus of de ingewikkelde verhoudingen tussen de verschillende ‘barbaarse’ stammen en het Romeinse rijk zal niet ieders interesse kunnen opwekken. Gelukkig zijn daar ook de beschrijvingen van sensationele gebeurtenissen als de Nika-rellen of het beleg van Rome.
Belisarius blijkt niet alleen in dit boek maar ook in de geschiedenis een bijna mythisch figuur. Graves maakt in zijn inleiding al een mijns inziens terechte vergelijking met koning Arthur. In Belisarius wordt een bovenmenselijke deugd met een uitzonderlijk militair talent verenigd. Hij is in vele opzichten het ideaal van een Romeinse keizer – alleen blijft hij de daadwerkelijke keizer hardnekkig trouw, tot frustratie van vriend en vijand.
’Vijand’ bedoel ik hier letterlijk: de verslagen Visigoten bieden aan Belisarius tot keizer te kronen! Zelfs Justinianus, een fantastisch onuitstaanbare schurk, kan Belisarius’ onkreukbaarheid niet verdragen en stuurt hem steeds weer op schier onuitvoerbare missies.
Belisarius en Justinianus hebben allebei een uitzonderlijke vrouw aan hun zijde. Antonina vergezelt haar man niet alleen op zijn campagnes maar is er een actief onderdeel van. Keizerin Theodora heeft een grote invloed op haar man, die ze verreweg overtreft in moed en daadkracht. Antonina’s vriendschap met Theodora klinkt het viertal definitief aan elkaar vast, tot Theodosius de onderliggende verhoudingen compliceert. Dit levert het meer persoonlijke drama op dat een goed tegenwicht biedt aan al het wapengekletter.
Graves’ verteller Eugenius is allesbehalve onpartijdig, en het mooie van historische fictie is dat dat ook gewoon mág. Eugenius schrijft als amateurhistoricus, wat betekent dat we veel
tell krijgen in plaats van
show, met weinig dialogen. Desondanks weet de schrijver complete personages te maken van de vele historische figuren (een overzicht daarvan had trouwens geen kwaad gekund; ik kan de generaals en Gotische koningen niet allemaal meer uit elkaar houden). Het maakt
Count Belisarius een boek dat meer is dan een interessant overzicht van een onderbelichte periode in de geschiedenis. Het is misschien een boek voor een select publiek, maar wie van historische fictie houdt heeft het minstens zo veel te bieden als Graves' bekendere werk.