menu

Frankenstein, or The Modern Prometheus - Mary Wollstonecraft Shelley (1818)

Alternatieve titels: Frankenstein | Frankenstein, of De Moderne Prometheus | Het Monster van Frankenstein

mijn stem
3,77 (77)
77 stemmen

Engels
Griezel / Sciencefiction

256 pagina's
Eerste druk: Lackington, Hughes, Harding, Mavor & Jones, Londen (Verenigd Koninkrijk)

Bliksemflitsen doorkruisen de nachtelijke hemel als Victor Frankenstein slaagt in het ultieme wetenschappelijke experiment: leven opwekken. Het wezen dat hij maakt, mag dan al intelligent en gevoelig zijn, het is zo gigantisch en afzichtelijk dat het wordt verstoten door zijn schepper en door al wie het ontmoet. Het duurt niet lang voor het eenzame, ongelukkige monster zich tegen Victor en diens gezin keert, met afschuwelijke en tragische gevolgen.

zoeken in:
1,0
Vreselijke slecht geschreven boek. Of liever gezegd, in een vreselijke stijl geschreven. Iedereen is Nobel en Goed en Mooi en blablabla Romantiek op zijn hoogte/dieptepunt.

1*

Op zijn hoogtepunt wat mij betreft, een van de mooiste boeken uit de Engelse literatuur die ik heb gelezen. De zoetigheid en moraal druipen er met liters vanaf, maar ik kan er in dit geval geen genoeg van krijgen.

4,5*.

4,5
Ik denk dat het dan in dezelfde categorie valt als Dracula? Het is in ieder geval de tijdsperiode eigen, ik vind het ook geweldig! De hele schrijfstijl alleen al... prachtig! Tja, love it or hate it, maar zodra mijn boekenstapeltje hier is afgewerkt, ga ik ook deze zo spoedig mogelijk lezen

Louis2703
Ik durf dit niet eens te lezen, spreekt me totaal niet aan.

avatar van Witch-king
3,5
Ik moest voor Engelse les 2 boeken lezen, en we kregen daarna een mondelinge toets over het boek. De boeken die ik gekozen had, waren Dracula en Frankenstein.
Mooi boek.

***3,5**** sterren

4,0
BobdH schreef:
Ik denk dat het dan in dezelfde categorie valt als Dracula? Het is in ieder geval de tijdsperiode eigen, ik vind het ook geweldig! De hele schrijfstijl alleen al... prachtig! Tja, love it or hate it, maar zodra mijn boekenstapeltje hier is afgewerkt, ga ik ook deze zo spoedig mogelijk lezen


Daar ben ik het absoluut niet mee eens. "Frankenstein" is een van de kernwerken van de Romantiek, een literaire stroming die revolutionair was in die tijd, terwijl "Dracula" een laat-Victoriaanse tekst is, en hoewel Stoker duidelijk geïnspireerd was door "Frankenstein" en andersoortige "Gotische" boeken, is "Dracula" een typisch voorbeeld van Victoriaanse fictie (hoewel Stoker al een lichte inclinatie tot herwaardering van Victoriaanse idealen toonde), terwijl "Frankenstein" (met name gezien de ontstaansgeschiedenis van het verhaal) een erg progressief en maatschappelijk-kritisch boek was. In de tijd dat "Frankenstein" werd geschreven stond de moderne wetenschap nog relatief in de kinderschoenen en Shelley werpt de vraag op of deze wetenschap wel het recht van de mens is en hoe de mens zich zou gedragen als god, als schepper. Het is verbluffend dat een 19-jarig meisje in de vroege negentiende eeuw tot een dergelijk werk in staat was. "Dracula", daarentegen, is een boek dat voornamelijk is geschreven als zijnde makkelijk leesbaar. Hoewel het boek bepaalde themata aanstipt, zoals de rol van de vrouw in de Victoriaanse maatschappij (iets wat zeer prominent was in de literatuur van die tijd), is het niet een als zodanig bedoelde kritische beschouwing. Ook stilistisch gezien kent het niet de kracht van Shelley's werk. Ik denk ook daarom dat jouw opmerking niet gerechtvaardigd is...

4,5
El TAM schreef:

Daar ben ik het absoluut niet mee eens.........Ik denk ook daarom dat jouw opmerking niet gerechtvaardigd is...


Interessant, maar zoals ik ook zei: ik heb Frankenstein dus nog helemaal niet gelezen, en reageerde enkel op de opmerking dat ook in Frankenstein geschreven wordt met "dear", "my love" etc, wat vermoedelijk de Victoriaanse stijl is, waarvan je zei dat Stoker zich (losjes) liet inspireren op Frankenstein. Dracula vind ik geweldig, waardoor ik Frankenstein graag wil lezen, gezien dat dus het 'bronmateriaal' is.

Alle maatschappijkritische zaken wist ik over, maar daar ging het hier helemaal niet om... Het was dus niet bepaald een 'echte' opmerking/statement, meer een losse vraag, waarmee jij dus met het antwoord komt, bedankt

4,0
BobdH schreef:
(quote)


Interessant, maar zoals ik ook zei: ik heb Frankenstein dus nog helemaal niet gelezen, en reageerde enkel op de opmerking dat ook in Frankenstein geschreven wordt met "dear", "my love" etc, wat vermoedelijk de Victoriaanse stijl is, waarvan je zei dat Stoker zich (losjes) liet inspireren op Frankenstein. Dracula vind ik geweldig, waardoor ik Frankenstein graag wil lezen, gezien dat dus het 'bronmateriaal' is.

Alle maatschappijkritische zaken wist ik over, maar daar ging het hier helemaal niet om... Het was dus niet bepaald een 'echte' opmerking/statement, meer een losse vraag, waarmee jij dus met het antwoord komt, bedankt


Okee de voornaamste reden van het ontbreken van Victoriaanse elementen in "Frankenstein" is het feit dat het boek een jaar voor de geboorte van Victoria uitkwam

2,0
Neen, dit is dus niet echt iets voor mij.

avatar van Figo
4,5
Prachtig geschreven roman die de tijdsgeest van de Romantiek op verbluffende wijze weergeeft en nog vele eeuwen mee kan. Shelley uit hiermee haar kritiek op de drang van de mens om de natuur voortdurend te willen overtreffen.

4,5*

avatar van PeterW
3,0
aegron schreef:
Vreselijke slecht geschreven boek. Of liever gezegd, in een vreselijke stijl geschreven. Iedereen is Nobel en Goed en Mooi en blablabla Romantiek op zijn hoogte/dieptepunt.

1*


Dat is een beetje de stijl van die periode, maar als je dit al erg vindt, lees dan vooral niet 'The Castle of Otranto', want dat is nog veel erger.

4,5
Verrassend sterk boek. Het is het lezen alleen al waard vanwege de prachtige, theatrale gesproken teksten. Maar daarbij komen ook nog eens enorm sterke, diepe personages die het geheel erg meeslepend maken. Wat vooral verrassend was, was hoezeer je als lezer meeleeft met het ''vreselijke monster'', en hoezeer je perspectief op de personages kan verschuiven. De manier van vertellen (vanuit een aantal verschillende oogpunten) kwam op mij over als erg vooruitstrevend. Echt uitstekend.

4,5 *

4,0
Ik kende alleen de films Frankenstein. Toch maar eens aan het boek begonnen. Ik had van zo'n jonge vrouw niet verwacht dat zij zo'n roman zou schrijven, in die tijd nog wel. En het gegeven alleen al, een mens scheppen. (is neem ik aan, gezien de bekendheid van Frankenstein, geen spoiler) Schitterend en wat een psychologisch inzicht. Aanrader.

Doordat ik bekend ben met de films over het monster van Frankenstein, zal mijn blik wel niet helemaal open zijn geweest... maar toch, wat een verschrikkelijk boek is dit. Grootste mankement is ongetwijfeld de ontzettend gezwollen schrijfstijl van Mary Shelley, die een en al Romantiek is: het is werkelijk waar niet om aan te horen/lezen, die bladzijden na bladzijden aan bombastische beschrijvingen of monologen over de hartverscheurende gevoelens van al die gekwelde personages. Wat ook niet meewerkt is dat het verhaal, ondanks het toffe uitgangspunt, echt te ruk voor woorden is en de moraal er zo ontzettend dik bovenop ligt dat het pijn doet aan je ogen. Raamvertelling (in een raamvertelling in een raamvertelling) is ook storend. Toch is Shelleys miserabele poging tot een monsterverhaal niet geheel tevergeefs: het heeft namelijk wel een stroom aan hervertellingen opgeleverd die wél tof zijn. En da's ook wat waard.

avatar van PeterW
3,0
Karl schreef:
Grootste mankement is ongetwijfeld de ontzettend gezwollen schrijfstijl van Mary Shelley, die een en al Romantiek is: het is werkelijk waar niet om aan te horen/lezen, die bladzijden na bladzijden aan bombastische beschrijvingen of monologen over de hartverscheurende gevoelens van al die gekwelde personages.

Dat noemt men nou gotiek.

avatar van Pieter
3,5
Eerlijk gezegd vond ik die bombastische stijl nu toch echt wel meevallen in dat boek, in vergelijking met andere boeken uit die tijd. Als ik er zo over nadenk, vind ik die stijl zelfs goed passend bij het grootse thema, de mens die voor God speelt, dat wordt aangepakt in het boek.

PeterW schreef:
(quote)

Dat noemt men nou gotiek.

En ik ben d'r geen fan van

avatar van PeterW
3,0
Karl schreef:
(quote)

En ik ben d'r geen fan van

Ik kan het me voorstellen.

3,5
Wat een ontzettend goed boek! Ik wist wel ongeveer wat er zou gaan gebeuren, maar dit originele werk stijgt zo ver uit boven de vele bewerkingen ervan. Ik heb het gevoel dat heel essentiële delen van het verhaal in latere bewerkingen verloren zijn gegaan. Ik weet wel heel goed met wie ik het meeste medelijden heb; met het 'monster'. Ik kan geen seconde medelijden voelen met Frankenstein zelf, he brought it on himself, en daarbij vond ik zijn reacties en conclusies zo verschrikkelijk oneerlijk en voorbarig.

avatar van Raskolnikov
4,0
Een beetje lui en geen zin een review te schrijven, verwijs ik naar deze pagina waarin ik betoog waarom het boek veel interessanter is dan de films met Boris Karloff.

avatar van J.Ch.
2,0
Wel, voor een befaamde horrorklassieker is dit boek wel erg saai. Misschien is het wel niet mijn genre, want Dracula vond ik ook al erg weinig aan, maar toch. Nergens vond ik het eng worden, of zelfs maar in de buurt daarvan komen. Als het monster uitroept 'I will be with you on your wedding night! vind ik dat op één of andere manier volslagen belachelijk (in de letterlijke zin van het woord). Victor Frankenstein vind ik ook niet een bepaald sympathiek personage: enerzijds wordt hij beschreven als extreem briljant, aan de andere kant zien we hem niet veel meer doen dan aanvallen van waanzin krijgen, in huilen uitbarsten en op de bodem van een bootje naar de hemel liggen staren. Zijn liefde voor Elizabeth komt nergens over alsof hij er ook echt iets van voelt. Elizabeth zelf is trouwens alleen maar perfect, net als bijna alle andere personages - Clerval is ook al zo onovertroffen. Ik heb geen problemen met een boel dramatische ontwikkelingen, maar een béétje subtiliteit, met name in beschrijvingen van personen, kan geen kwaad, toch? In dat opzicht lijkt het monster zelf nog het meest geslaagd en gelaagd, maar naarmate het verhaal vordert wordt hij alleen maar boosaardig en 'eng'.

Gotiek is duidelijk niet aan mij besteed, want die eeuwige lofzangen gingen mij vrijwel onmiddellijk irriteren. Ook werd het verhaal om de haverklap onderbroken door beschrijvingen van reizen en landschappen - waar ik helemaal geen behoefte aan heb en waardoor het verhaal alleen nog maar vertraagd wordt. En het was traag, dat verhaal, en wat een saaie afloop! De geloofwaardigheid was ver te zoeken; en daarbij doel ik niet op hoe realistisch het verhaal is, maar hoe waarschijnlijk het is dat het monster als allereerste boeken in zijn leven Paradise Lost en Die Leiden des Jungen Werthers onder ogen krijgt, toevallig in zijn buurt achtergelaten, om maar een voorbeeld te noemen. En hoe kan het dat Victor niet al mijlenver ziet aankomen dat het monster niet hem, maar zijn kersverse vrouw wilde ombrengen tijdens de huwelijksnacht?

Ik heb me aan een boel dingen geërgerd in dit boek, en misschien nog wel erger, ik heb me verveeld. Alleen het stuk waarin het monster zijn verhaal vertelt, is bij vlagen nog boeiend. Voor de rest kan het me gestolen worden. Mary Shelley bedoelt ongetwijfeld om allerlei ethische vragen op te roepen, en daar is ook niets op tegen, maar doe dat dan alsjeblieft op een wat interessantere manier.

Frankenstein is niets voor mij. Misschien is horror niets voor mij, misschien is romantiek/gotiek niets voor mij (over Die Leiden des Jungen Werthers gesproken, dat was ook al zo'n beproeving), ik weet het niet. Dit vond ik in ieder geval jammer van mijn tijd.

3,0
Een boek dat me lang heeft aangegaapt. Gekocht toen ik literatuurwetenschap studeerde, met de gedachte dat het niet kwaad kan om een aantal klassiekers in huis te halen. En zoals wel vaker gebeurt met boeken die ik op reputatie koop en niet omdat het verhaal me bijzonder interesseert; Frankenstein las ik niet na een week, niet na een maand en evenmin na een jaar. Het bonnetje zat nog tussen de pagina's en is bijna geheel vervaagd, maar ik schafte het boek aan op 5 september 2008. In november 2014 begon ik met lezen.

Dat ik tegen het lezen van Frankenstein heb opgezien blijkt niet geheel ten onrechte. Er zit weinig vaart in het verhaal, zowel door de opzet van de raamvertelling als door het taalgebruik en de langgerekte zinnen. Typisch een verouderd boek, dat echter nog wel wat van z'n charmes heeft behouden omdat het monster toch wel tot de verbeelding spreekt en een beetje overdreven taalversiering me soms wel bevalt. Gaandeweg kwam ik meer in de stemming en de frustratie van het monster dat zijn goede intenties steevast gekraakt ziet worden komt bij vlagen goed over. Wat me uiteindelijk het meeste tegenstaat is de overduidelijke geconstrueerdheid van het verhaal dat van toevalligheden aan elkaar hangt. Natuurlijk kan een roman niet zonder wat hulp van het toeval, dat kan het werkelijke leven ook niet (voor zover dat relevant is in hoeverre roman en werkelijkheid overeen komen ), maar Frankenstein had ook wel met wat minder 'constructie' toegekund. Het meest opvallende voorbeeld vind ik de adellijke familie die verbannen in een hutje wordt verrijkt met een Turkse schone die Frans moet leren, waardoor het monster dat daar in de buurt schuilt de lessen stiekem mee kan pikken.

Al met al is deze roman geen groot succes voor mij geworden, maar ik ben toch blij dat ik het na zes jaar eindelijk eens heb gelezen.

avatar van Lange Jojo
3,5
Bijna 200 jaar na verschijning van Mary Shelley's klassieker voor het eerst de roman gelezen en als er 1 prijs is die het verhaal alvast dik verdiend is de originaliteit van het gegeven. Ik was vooral benieuwd in hoeverre de film 'Mary Shelley's Frankenstein', de Kenneth Branagh versie, het originele verhaal benaderd. Wanneer de schepping contact probeert te leggen met de arme familie is voor mij het sterkste gedeelte uit het boek. De schrijfstijl van toen stoorde me niet bepaald, alhoewel ik er me soms op betrapte dat mijn concentratie op dat punt dreigde te verslappen. Mary nam zich niet de moeite om het hoe de schepping tot leven komt, het hele proces, te verduidelijken en dat vind ik wel jammer. Ook door wel een teveel aan toevalligheden heeft het verhaal regelmatig voorspelbaarheden en daarmee doel ik echt niet op het feit dat ik het verhaal reeds in grote lijnen ken door de film(s. Desalnietemin een boek dat me aangenaam heeft verrast. Een herlezing is zeker niet uitgesloten.

avatar van Sol1
4,0
Sol1 (crew)
Opvallende achtergrondinformatie.


In april 1815 is de Indonesische vulkaan Tambora uitgebarsten, met catastrofale gevolgen wereldwijd. Zoals drie jaren (1816-1818) zonder zomer in onder andere Europa.
De historicus Gillen D'Arcy Wood (*1) beschrijft de omstandigheden, waaronder Mary Shelley en Lord Byron in de loop van 1816 in hun hut in de Alpen hebben gewerkt.
Mary Shelley aan Frankenstein, Lord Byron aan onder andere zijn gedicht Darkness, zoals opgenomen in The Prisoner of Chillon and Other Poems - Lord Byron (1816)


Dat de omgeving van invloed is op hun werk, zal duidelijk zijn. Gillen D'Arcy Wood trekt daarnaast parallellen tussen de situatie in Zwitserland in die tijd en het verhaal van Frankenstein (*2).





*1 = Tambora: The Eruption That Changed the World, 2014, dit boek is zojuist voor toevoeging aan Boekmeter ingezonden
*2 = Gillen D’Arcy Wood, “1816, The Year without a Summer” | BRANCH - branchcollective.org
Over de eruptie, maar met diverse verwijzingen naar het werk van Mary Shelley en Lord Byron.

avatar van Sol1
4,0
Sol1 (crew)
Frankenstein’ Gets Spot on U.K. 2-Pound Coin
The U.K. will make new coins this year to celebrate the 200th anniversary of Mary Shelley’s “Frankenstein’’ as well as commemorate a century since women started gaining the right to vote.


Zie: ‘Frankenstein’ Gets Spot on U.K. 2-Pound Coin - Bloomberg

avatar van ZAP!
Een erg interessant artikel dat er meteen inhakt, 200 jaar na de eerste uitgave:
The Strange and Twisted Life of “Frankenstein” | The New Yorker.

“Frankenstein” is four stories in one: an allegory, a fable, an epistolary novel, and an autobiography, a chaos of literary fertility that left its very young author at pains to explain her “hideous progeny.”

Heb het voor de helft gelezen, de rest komt wel wanneer ik het boek gelezen heb.

avatar van Shaky
4,5
You are my creator, but I am your master


Kippenvel werk. Shelley krijgt het klaar om zowel fabelachtige gevoelsomschrijvingen als de gruwelen van het menselijke karakter samen te brengen in één baanbrekend verhaal.

Ongelooflijk dat ik deze klassieker nooit eerder gelezen heb. Door Gothic (1986), die draait om het schrijfproces van Shelley, werd ik weer geattendeerd op dit werk, en wat ben ik blij dat ik eraan begonnen ben.

Het begin is al meteen ijzersterk. Er heerst een bijzonder vreemde sfeer waarbij duidelijk wordt dat onze Frankenstein iets op zijn geweten heeft dat niet door de beugel kan. Ook de relatie tussen Frankenstein en Elizabeth heeft lugubere trekjes en al snel wordt je als lezer meegezogen in een onheilspellend, duister sprookje dat te bizar voor woorden is. Althans, voor Shelley lijken 'woorden' geen probleem te zijn want mijn hemel wat staan hier pareltjes op papier.

Romantiek, horror, wraak, wereldproblematiek, natuurwetten en ziekelijke drang om te streven staan allemaal centraal, maar daar blijft het niet bij want er wordt een volledige wereld gecreëerd die je niet wilt verlaten, maar ook helemaal niet wilt bewonen.

Prachtig: 4,5*

avatar van manonvandebron
5,0
geplaatst:
Toen in 1816 enkele romantische dichters, waaronder Lord Byron, P. B. Shelley en z’n vrouw, samen op vakantie waren aan het meer van Genève, kwamen ze op het idee om elk een griezelverhaal te schrijven. De andere verhalen raakten nooit af, maar dat van Mary Shelley werd een klassieker. Het heeft een intellectuele kant, met aandacht voor wetenschap, geschiedenis en poëzie - ze citeert onder meer een gedicht van haar echtgenoot. Tegelijk is het een ontroerend en huiveringwekkend avontuur. Dat er mooie natuurbeschrijvingen in zitten van de streek rond Genève en de Alpen, is dus geen toeval.

Het is een moderne versie van de Prometheusmythe. Door het vuur van de goden te stelen begaat Victor Frankenstein de zonde van de hybris. Hij is een mens die zelf schepper wil spelen, maar z’n schepping keert zich tegen hem. Het monster is een Adam zonder Eva. Het is van nature goed en intellectueel begaafd, maar heeft een misvormd uiterlijk. Het gaat zich pas als een monster gedragen wanneer het afgewezen is door de mensen en verstoten door z’n eigen schepper.

De inleiding en de epiloog bestaan uit een aantal brieven en logboekfragmenten van de Noordpoolvaarder Walton. Hij noteert het relaas van Frankenstein op z’n doodsbed. Binnen dat relaas zitten nog enkele brieven, en een lange monoloog van het monster.

Behalve horror is het ook science fiction. Frankenstein is geïnteresseerd in alchemie, kabbala en de inslaande bliksem. Hij gaat natuur- en scheikunde studeren in Ingolstadt. Z’n methode om leven op te wekken houdt hij geheim, om te voorkomen dat lezers thuis hetzelfde zouden proberen. Met de moderne ontwikkelingen in de genetica rijst de vraag of het in de toekomst misschien mogelijk wordt - of dat er ergens al zo’n kunstmatig schepsel rondloopt.

5,0
geplaatst:
Voorwoord

Ik schreef eerder dat ik nog nauwelijks boeken heb gelezen, maar wel heb ik mijn hele leven al een eindeloze fascinatie voor Frankenstein gehad zonder echter ooit eerder het boek te hebben gelezen: zoals ik in mijn conclusie schrijf is het verhaal een moderne mythe geworden die daarom iedereen in een of meer van zijn eindeloos veel variaties kent en welk verhaal mij altijd bijzonder heeft aangegrepen, ongeacht de vorm of versie, waarschijnlijk zoals Jezus’ passieverhaal in elke vorm, van Bachs Matthäus-Passion tot de EO’s The Passion, christenen altijd aangrijpt zonder de Bijbel zelf te hebben gelezen. In feite is Frankenstein ook een passieverhaal maar dan in geseculariseerde vorm. Omdat Frankenstein zo’n mythologie vormt lijkt er – naast Shakespeare’s werken – geen ander modern literair boek te zijn waar zo veel over geschreven is: het valt me op dat in de Wordsworth Classics-serie, die mijn hart heeft gestolen vanwege de belachelijk lage prijzen van de klassieke boeken maar ook vanwege de geleerde Introductions met bibliografieën, dat Frankenstein een veel grotere bibliografie heeft dan andere klassiekers zoals Moby Dick of Wuthering Heights en zeker als je googelt is het aantal artikelen en boeken over Frankenstein schier eindeloos. Er is ook eindeloos veel te schrijven over het boek: het is maar een dun boekje maar er zit enorm veel in waarbij praktisch elke zin uitnodigt tot citeren en uitleggen omdat het iets leert over het boek en z’n structuur maar ook over onszelf. Het is onvoorstelbaar dat een 18-jarig meisje dit allemaal heeft kunnen bedenken en het ook nog zo mooi heeft kunnen opschrijven (en ik ga ervan uit dat zij het schreef zonder hulp van anderen; het versterkt bovenal mijn vermoeden dat literatuur het domein van vrouwen is zoals filosofie het domein van mannen is). Deze mythevorming en bijzondere rijkdom van het boek rechtvaardigt denk ik ook mijn wat lange bespreking van het boek.

Ontstaan

Mary Shelley, dochter van de beroemde eerste feministische filosoof Mary Wollstonecraft en de beroemde eerste anarchistische filosoof William Godwin, publiceerde in 1818 Frankenstein dat zij iets eerder op 18-jarige leeftijd was begonnen te schrijven. In 1831 publiceerde ze een nieuwe versie met daarbij ook een introductie waarin ze vertelt dat buurman en beroemde dichter Lord Byron voorstelde dat zij, haar man Percy Shelley (ook dichter), schrijver John Polidori en hijzelf alle vier een ghost story zouden schrijven naar aanleiding van wat Duitse spookverhalen die ze in handen hadden gekregen. Dat had weinig succes, al zou Polidori in 1819 op grond van het idee dat Byron ontwikkelde The Vampyre publiceren dat de eerste van alle vampierverhalen is. Toen echter op een avond Lord Byron en Percy Shelley een filosofisch gesprek hadden over ‘the nature of the principle of life’ en daarbij de experimenten van Darwin (de grootvader van Charles die had waargenomen dat klokdiertjes in een droge omgeving maandenlang levenloos ogen maar in het water tot leven komen) en Galvani (die afgehakte kikkerpoten deed samentrekken door middel van elektriciteit) bespraken die suggereerden dat een lijk tot leven gewekt zou kunnen, kreeg Mary, die verhaalt dat ze altijd een sterke verbeeldingskracht heeft gehad, daarvan een slapeloze nacht van terror en het idee voor haar spookverhaal.

Het boek was meteen een bestseller maar met name sinds enkele decennia is er ook veel serieuze aandacht voor het boek dat eindeloos veel analyses en interpretaties heeft gekregen, niet in de laatste plaats door psychoanalytici en feministen. Ik heb (alleen) de 1831-versie gelezen, bij welke versie Mary Shelley een introductie met bovenstaande ontstaansgeschiedenis heeft toegevoegd. Volgens haar bevat haar nieuwe versie van 1831 slechts verbeteringen in stijl maar geen inhoudelijke veranderingen, maar daar lijken critici het niet helemaal mee eens: de nieuwe 1831-versie zou conservatiever en moralistischer zijn dan de oorspronkelijke meer radicale, romantische, individualistische en schokkende 1818-versie (die ze anoniem had gepubliceerd). Meestal wordt de 1831-versie gedrukt, omdat dat haar ‘definitieve’ versie is, maar mogelijk haalde ze de radicale elementen eruit omdat zij haar jeugdige onbezonnenheid kwijt was, als ‘proper lady’ geen schandaal wilde veroorzaken en ook de tijdgeest conservatief was geworden. Ook zijzelf was conservatiever geworden in contrast met haar radicaal-progressieve ouders (reeds eerder was zij Percy trouw gebleven ondanks zijn aanmoediging om het bed ook met andere mannen te delen, omdat hij net als haar ouders in de vrije liefde geloofden): de rebellie tegen je schepper is zelf een belangrijk thema van het boek.

Stijl

De stijl van het werk lijkt me kenmerkend voor de romantiek dus vol bombast, pathos en dus grote gebaren. Vergeleken met de stijl van bv. Nabokov, die clever is in z’n verbinden van woorden uit alle hoeken van de taal tot een brandpunt van spel van betekenissen waarmee de werkelijkheid naar z’n hand wordt gezet, is Shelley’s stijl het omgekeerde dus wijdlopig met elk betekenis aangezet omdat de werkelijkheid aldoor overweldigt en aldus het gemoed beroert. De lezer kan dan ook niet misverstaan en kan direct meevoelen of zelfs meezwelgen in de heftige emoties waar alle personen in het boek aldoor in zwelgen. De beschrijvingen van met name natuurschoon en huiselijke genegenheid zijn wat sentimenteel maar dat past in het romantische genre waarin het gevoelsleven wordt uitgedrukt. De mannen in het boek zijn zo wretched en moved dat ook zij zelf aldoor hun tranen niet kunnen bedwingen, bitter wenen en worden zelfs lichamelijk ziek met koortsige deliriums en gaan bijna dood van onrust (rust is daarentegen de gelukkige toestand en de panacee voor elke kwaal). Ik vraag me af of er een ander boek bestaat waarin meer of beter geestelijke pijn, die zo intens is dat insanity uiteindelijk de enige troost voor Frankenstein vormt, wordt beschreven als in Frankenstein.

De woorden ‘roman’, ‘romance’ en ‘romantiek’ verwijzen via de Romaanse talen die werden gehanteerd om verhalen van avontuur en verbeelding te vertellen (tegenover meer klassieke en serieuze epistels in het Latijn) naar de middeleeuwse verhalen van mensen die het volmaakte dus onbereikbare najagen; de romantici nemen de prioriteit van het gevoel en de verbeelding (tegenover het meer realistische of objectieve) maar ook het verlangen naar het onbereikbare of oneindige over hetgeen het sublieme is. Het taalgebruik van Frankenstein zit dan ook vol met heftige, overweldigende (voor)gevoelens zoals “a dark gloom”, “the burning ardour of my soul”, “destroyed by misery”, “paroxysm of grief”, “the dark tyranny of despair”, etc. en ook het Alpen-landschap wordt dankbaar beschreven om de overweldigende ervaring van het sublieme uit te drukken waarbij Shelley ook Burke’s onderscheid tussen het schone – wat aangenaam en helder is – en het sublieme – wat overweldigt of duister is en daarom gevoelens van terror geeft – hanteert (bv. “This valley is more wonderful and sublime, but not so beautiful and picturesque, as that of Servox”). Het verhaal bevat volop subliem, angstaanjagend natuurgeweld zoals stormen en onweer die altijd parallel lopen met de geestestoestand van de hoofdpersonen vol onrust en kwelling die eveneens isoleren en ruïneren, zoals een verwoestende storm, terwijl men streeft naar het goede als de harmonie met zijn omgeving en een kalme, vredige geestestoestand.

Contrast

Deze opzwepende stijl waarbij alles groots en meeslepend beviel mij: het sleept je mee naar een wonderlijke wereld van de verbeelding op turbokracht waarin alles intens en extreem is (een beleven on acid als het ware), waar niets anders wordt gevoeld dan de hoogste pieken van zaligheid en de vernietigendste pijnen in de diepste krochten van de hel en waarin elk mens of een heilige of een duivel is (met name de adel ofwel de nobility blijkt over uitgesproken nobele karakters te beschikken vanwege een extreme gevoeligheid terwijl lagere standen afgestompt zijn door hun ellende). Ik vind het boek heel goed geschreven: het weet heel goed sfeer te scheppen en de verschillende overweldigende psychologische toestanden uit te drukken die het aldoor beschrijft. Het gebruik van contrasten – het goede, het serene en het schone tegenover het kwade, de onrust en het sublieme – is extreem maar draagt bij aan het indrukwekkende dat het wil communiceren en benadrukt dat ook goede mensen het kwaad kunnen voortbrengen als ze hun menselijke natuur of begrenzing overstijgen uit zucht naar het sublieme door geheel op te gaan in hun werk of studie zonder oog voor de omgeving en de juiste maat: “often did my human nature turn with loathing from my occupation, whilst, still urged on by an eagerness which perpetually increased, I brought my work near to a conclusion”. En vrijwel altijd is het taalgebruik ronduit mooi en dichterlijk met vaak een spel met contrasten en extremen, bv. “my feelings became calmer, if it may be called calmness, when the violence of rage sinks into the depths of despair” of “The cup of life was poisoned for ever” of “a sense of security, a feeling that a truce was established between the present hour and the irresistible, disastrous future, imparted to me a kind of calm forgetfulness”.

Introductie: Faust en ijs

Meteen vanaf het begin is ook de inhoud zeer romantisch zodat de inhoud de stijl draagt: we lezen enkele brieven van ene Robert Walton die tegen zijn zus verklaart voorbereidingen te treffen om met een sterke, vastbesloten wil, die wordt gevoed door een verterende passie, naar de Noordpool te reizen om – uit hunkering naar ‘the marvellous’ en ter glorie van zichzelf – de mensheid te kunnen verlichten over dat grote mysterie dat zelfs de naald (van het kompas) aantrekt: het nog onbetreden land van het eeuwige licht maar zo ver weg en nauwelijks bereikbaar door de vele ontberingen – kou, honger, eenzaamheid – die men moet doorstaan om er te komen. Als lezer ben je meteen in awe en het verhaal van Frankenstein kan een aanvang nemen als Walton verhaalt hoe hij in het ijs in the mist een “strange accident” beleeft en een geestverwant – dat blijkt Victor Frankenstein – ontmoet die echter is geruïneerd door eenzelfde gevaarlijke dorst naar kennis om de natuur naar zijn hand te zetten en die om die reden zijn verhaal over zijn demon als waarschuwing aan Walton en elke “senseless curiosity” vertelt: “happier that man is who believes his native town to be the world, than he who aspires to become greater than his nature will allow”. We herkennen het Faust-motief in deze inleiding tot het verhaal en Spengler noemde de Westerse cultuur in 1918 in dat verband ‘faustisch’: tegenover het apollinische element dat afgemeten, rationeel en helder is staat het faustische element dat een gemoed van onbegrensde ruimte, verte, verlatenheid en innerlijkheid uitdrukt (“de nacht maakt alles onlichamelijk, de dag ontzielt”) en welke drang om elke grens te overschrijden de wereld en onszelf zal vernietigen (hetgeen Frankensteins vloek is). Het ijs zal in Frankenstein telkens terugkeren als Leitmotiv voor het sublieme en dus voor het monster dat uit de onnatuurlijke passie van Frankenstein en de transgressie van dood naar leven is ontstaan. Omdat vervolgens Frankenstein zijn verhaal vertelt terwijl we uit Waltons brieven al weten dat vreselijke gebeurtenissen hem hebben geruïneerd en dat zijn lot is bezegeld, is er meteen de gespannen anticipatie van vreselijke gebeurtenissen en aldus de sfeer van doem over het verhaal.

Gothic novel

De roman wordt wel opgevat als het romantische hoogtepunt van het genre van de gothic novel welk genre wordt gekenmerkt door de gerichtheid op het wonderlijke en sublieme en dat het middeleeuwse genre van de romance combineert met het moderne genre van de novel dat een meer alledaagse en moderne leven verhaalt. De gothic novels zijn mede een reactie op de Verlichting met haar gerichtheid op rede, natuur en vooruitgang en flirt met het mysterieuze, het bovennatuurlijke, het verval en de dood. In Frankenstein is dat alles volop aanwezig waarbij ook het onderscheid tussen werkelijkheid en verbeelding telkens wordt opgeheven door middel van dromen en de uiteindelijke krankzinnigheid van Frankenstein die als wetenschapper leven uit de dood schept maar als “offspring of solitude and delirium” – en als gebruiker van laudanum, een mixdrankje van opium en alcohol, tegen z’n slapeloosheid en nachtmerries – ook meent dat zijn dode familieleden tot leven komen in zijn dromen met eerder al de bewuste omkering van werkelijkheid en droom: “I persuaded myself that I was dreaming until night should come and that I should then enjoy reality in the arms of my dearest friends”. Omdat het verhaal wordt verteld door een krankzinnig geworden Frankenstein zou het verhaal zelf ook een droom of fantasie kunnen zijn, ware het niet dat Walton het monster zelf ontmoet.

Een zekere romantische heimwee naar de middeleeuwse ‘betoverde’ wereld zou in met name de 19de eeuw onder meer sprookjes (middeleeuwse volksvertellingen) en gothic novels populair maken. Het woord gotisch verwijst naar de gotische bouwstijl van de late middeleeuwen (de term ‘gotisch’ is een spotnaam uit de Renaissance: de Goten waren plunderaars en zouden de klassieke cultuur hebben vernietigd en de mensheid zo in de ‘duistere’ middeleeuwen hebben gestort). De kern van een gothic novel moet filosofisch of symbolisch zijn en de esthetiek subliem waarbij Burke’s theorie over het sublieme uit 1757 wordt gevolgd: het sublieme produceert de sterkste emotie dat meestal wordt opgewekt door angst (terror) en die angst heeft het obscure nodig want moet een angst voor het onbekende zijn. Een theorie is dat het genre meer concreet ontstond in reactie op het feit dat er nauwelijks nog witte plekken op de kaart waren: van oudsher was het nog onontdekte land voorbij de horizon een bron van prikkeling van verbeeldingskracht. In dat verband kenden de oude Grieken het mythische land van de Hyperboreeërs dat onbereikbaar ver in het ijs in het noorden zou liggen. Toen de wereld in kaart werd gebracht, bleef de behoefte aan een wereld voorbij het bekende hetgeen de gothic novel bevredigde: achter het zichtbare en het bekende ligt er het geheim dat de verbeeldingskracht prikkelt. Frankenstein is duidelijk gegrond in deze gotische honger naar het sublieme en wonderlijke achter het zichtbare en bekende – Walton noemt zijn relaas “the strangest tale that ever imagination formed” – waarbij het ook gebruik lijkt te maken van de mythe van de Hyperboreeërs welk mysterieus, onbereikbaar en subliem land in het ijs een symbool werd van de Romantiek.

Verhaalnesteling

Het blijft niet bij Frankensteins verhaal in Waltons verhaal: aldoor blijven er verhalen in verhalen verteld worden, hetgeen zinspeelt op de rijke thematische gelaagdheid van de roman waarbij de roman symmetrisch is opgebouwd – we horen met name de verhalen van respectievelijk Walton, Frankenstein, het monster, Frankenstein en Walton – die alle hun versie van het verhaal vertellen met dat van het monster zowel letterlijk als thematisch in het centrum. Walton bemiddelt tussen Frankenstein en het monster: aan de ene kant is hij letterlijk en metaforisch de voorbode van Frankenstein in zijn zucht naar roem en wetenschappelijke vooruitgang ten koste van de warme relatie met zijn zus dus familie en aan de andere kant is hij de voorbode van het monster in zijn fundamentele eenzaamheid met zelfeducatie en een eindeloze hunkering naar een gelijkaardig iemand als vriend als gevolg. Zowel Walton als het monster menen die vriend in Frankenstein te vinden die hen echter beiden afwijst. Omdat uiteindelijk alles verhaal is binnen Waltons verhaal is er de interpretatie mogelijk dat Frankenstein en het monster slechts producten van Waltons verbeelding zijn c.q. producten van zijn door alle ambitie en ontberingen gestoorde brein zijn c.q. zijn schizofrene splitsing van zichzelf vormen die beiden dan ook verdwijnen zodra hij besluit het sublieme avontuur op aandringen van de bemanning te staken en terug te keren naar de bewoonde wereld van zijn zus en familie.

De ‘Author’s Introduction’ bij de 1831-versie van de roman voegt eigenlijk alleen maar nog een nieuwe laag toe aan het al zo gelaagde verhaal: aan de ene kant presenteert Mary Shelley zich hier als de (enige) auteur tegenover zowel de anonieme 1818-versie als de vermoedens dat haar man Percy had meegeschreven, maar aan de andere kant benadrukt zij dat haar verbeeldingskracht veel sterker is dan haar schrijverstalent en dat het idee van de roman tot haar kwam in een droom waarmee ook de hier beschreven ontstaansgeschiedenis van de roman wel eens fictie kan zijn en Mary alle verantwoordelijkheid afschuift. Immers, de roman heeft zij niet bewust geschapen maar kwam tot haar in een droom en is een product van haar overactieve verbeelding die sterker dan zijzelf is. De Introduction laat zich lezen als een verontschuldiging en een knieval aan een conservatief lezerspubliek die een literaire afbeelding heeft in Frankensteins schuld en waarschuwing: de roman is Mary’s eigen monster dat ze heeft losgelaten op de wereld en inmiddels weten we dat dat monster tot op de dag van vandaag onze maatschappij bespookt.

Prometheus

Over eenzelfde gelaagdheid en rijkdom aan thema’s en hun interpretaties kom ik nu te spreken. De roman verwijst uitdrukkelijk naar de Prometheus-mythe in z’n ondertitel. Volgens deze mythe heeft Prometheus de mensheid – nadat alle natuurlijke giften al waren vergeven aan de dieren toen uiteindelijk de mens werd gemaakt en deze dus naakt en onbeschermd was – techne (in de symbolische vorm van vuur) gegeven waarmee de mens kan overleven en waarop de menselijke beschaving (en wijsheid) berust. Ofschoon Prometheus werd gestraft door de goden, werd Prometheus bij de oude Grieken doorgaans niet negatief gewaardeerd en in Athene zelfs aanbeden. Christenen zouden later wel verbanden leggen tussen de mythe en Adam of zelfs Jezus (als nieuwe Adam) en bij onder meer Shakespeare zien we dat de Prometheaanse gift van het vuur ook wel wordt opgevat als de gift van het leven waarbij Othello uitspreekt dat hij de ‘Promethean heat’ niet kan herstellen als het is gedoofd (ik merk op dat Aristoteles de hele levensloop van de mens beschrijft in termen van warmte en kou: de jeugd is warmbloedig waarna er afkoeling optreedt totdat bij de dood het lichaam koud is geworden). Frankenstein verbindt een en ander door de technologie dat vuur (leven) wel te laten herstellen en daarbij maakt de roman ook gebruik van de latere versie van de mythe van de Latijnse dichter Ovidius waarin Prometheus een man van klei tot leven probeert te wekken. De roman beschrijft overigens geen elektriciteit of onweer bij het tot leven wekken van het monster zoals in Whale’s klassieke film Frankenstein uit 1932, maar Frankenstein wordt in zijn werk wel geïnspireerd door het galvinisme waarbij Galvani zelf experimenteerde met elektriciteit bij het doen samentrekken van spieren en ontdekte dat het brein op eenzelfde elektrische wijze spieren samentrekt (‘dierlijke elektriciteit’); de term ‘modern Prometheus’ is van de filosoof Immanuel Kant die Benjamin Franklin zo noemde wegens diens experimenten met elektriciteit. De roman wordt wel opgevat als de eerste science fiction-roman vanwege haar thema van de mad scientist die de mensheid in gevaar brengt met een wetenschappelijke doorbraak. Dat thema heeft sindsdien alleen maar aan actualiteit gewonnen: inmiddels is de wetenschap zo ver gevorderd dat we door middel van genetische manipulatie en kunstmatige intelligenties of zelfs serieuze stappen naar onsterfelijkheid daadwerkelijk onze monsters van Frankenstein tot leven hebben gewekt waarbij het ongewis is of die de mensheid zullen redden of vernietigen. De roman maakte meteen veel indruk, precies omdat in die tijd van de Industriële Revolutie duidelijk en voelbaar werd dat de wetenschap met haar nieuwe technologieën inderdaad grote impact heeft op de mens en zijn leven.

De interesse van Mary Shelley en haar tijdgenoten in Prometheus had echter niet alleen te maken met de vraag of de vooruitgang van de wetenschap waarmee wordt ingegrepen in de goddelijke of natuurlijke orde een vloek of een zegen is maar ook met de politieke revoluties in die tijd waarbij de ‘monstrous’(!) masses de macht grepen dus met de vraag of politieke rebellie tegen de maatschappelijke orde een goede of slechte zaak is. Mary Shelley toont zich door middel van Frankenstein ambivalent jegens deze rebellie tegen de goddelijke of maatschappelijke orde: zij beschrijft het monster en zelfs Victor Frankenstein zeer sympathiek maar uiteindelijk faalt de revolutie en worden zij beiden vernietigd. Mogelijk voelde zij niet politiek vrij om hen en daarmee de revolutie te laten triomferen, maar ik merk op dat Mary ook een vegetariër was op grond van een pythagorisme dat Prometheus geen held maar een duivel acht omdat hij het vuur van de goden stal om de mensheid te verleiden tot de zonde van het eten van vlees. Waarschijnlijk heeft Mary Shelley altijd een middenweg of in ieder geval de nuance gezocht in de politieke polarisatie waarbij zeker na de dood van Percy in 1822 zij openlijker conservatief was en de 1831-versie ook daarom conservatiever is: “since I lost Shelley I have no wish to ally myself to the Radicals”. Ofschoon wij een politieke interpretatie van Frankenstein wellicht wat vergezocht achten, werd de roman in die tijd aldoor politiek geïnterpreteerd waarbij het monster (overigens ten onrechte) staat voor de rebelse en afzichtelijke want vormeloze angry mob of de moderne, ontzielde (zombie)mens. In 1830 schreef een tijdschrift bijvoorbeeld:

“A State without religion is like a human body without a soul, or rather like a human body of the species of the Frankenstein Monster, without a pure or vivifying principle.”

Er is wel gesuggereerd dat de roman een literaire en daarmee ambigue allegorie behelst van de Anatomy Act van 1832 en de Reform Bill van 1832 dus van zowel radicale wetenschap als radicale politiek: de Anatomy Act maakte het mogelijk dat lijken ter beschikking van de wetenschap werden gesteld (dat veel angst gaf bij de armen, wellicht vergelijkbaar met de huidige angst omtrent orgaandonatie) en de Reform Bill beloofde democratische hervormingen die de regering niet waarmaakte zoals Frankenstein zijn monster (hervorming) verraadde.

Het vuur is twee maal een veelzeggend element in het boek. Het monster slaagt erin te overleven doordat hij het vuur van de mensen steelt waarmee Prometheus’ diefstal van het vuur van de goden wordt geïmiteerd maar ook geseculariseerd (zoals het monster zelf een schepping naar het beeld van de mens in plaats van naar het beeld van God is). Uiteindelijk kiest het monster voor zelfvernietiging in de vorm van vuur (“consume to ashes”) om elk spoor van zichzelf uit te wissen maar dat ook naar de Bijbel (“ashes to ashes”) en naar Prometheus’ mythe verwijst: het leven is ontstaan uit vuur en zal door vuur worden vernietigd waarbij het monster benadrukt dat de helse pijn van het vuur (dat als zodanig ook naar de hel verwijst) niets is in vergelijking met de “burning miseries” van zijn leven: “I shall ascend my funeral pile triumphantly and exult in the agony of the torturing flames”. Het slot is zo ultiem romantisch: geen lichamelijke foltering doet zo veel pijn als het onbevredigde verlangen naar liefde. Ook hier zit een politieke dimensie aan: de passie van het volk om in opstand te komen zal het ook vernietigen, maar het lijkt evengoed onafwendbaar en goed in zichzelf.

Magiërs

Reeds in de Verlichting was er een afwijzing van het kunstmatige (van de barok) ten gunste van het ‘natuurlijke’ en in de Romantiek daarbij een wantrouwen jegens de technologische vooruitgang die de mens van zijn eigen natuur en daarmee ook van de ander zou vervreemden. De ‘vader van de moderne wetenschap’, Francis Bacon (1561-1626), had geschreven dat de natuur op de pijnbank moet worden gelegd opdat we zijn geheimen ontfutselen en zo de natuur naar onze hand kunnen zetten (resulterend in een utopisch ‘New Atlantis’), maar de romantici deelden niet dit optimisme dat de moderne wetenschap alle kwalen van de mensheid zou kunnen elimineren. In zijn wens de geheimen van de natuur te verkrijgen om deze naar z’n hand te zetten, was Bacon een magiër zoals de historische Faust (1480-1540) die een pact met de duivel zou hebben gesloten om de door hem gezochte wijsheid en geluk te kunnen krijgen. Frankenstein vertelt dat hij al vroeg in de ban raakte van Cornelius Agrippa, die de ‘philosopher’s stone’ (‘steen der wijzen’) zocht die haar ontdekker in één keer alle wijsheid en een totale macht over de natuur en daarmee onsterfelijkheid zou schenken, en die hij samen met Albertus Magnus en Paracelsus “the lords of my imagination” noemt. Deze sublieme wijsheid plaatst hij tegenover de meer rationele, koele, bescheiden moderne wetenschap die in kleine stapjes voortschrijdt en die hij daarom minacht (“realities of little worth” in plaats van de “chimeras of boundless grandeur” van de “forgotten alchymists”), maar Frankenstein voert professor Waldman op die Frankenstein als zijn discipel neemt en die benadrukt dat de moderne wetenschap is gebaseerd op de occulte theorieën van de alchemisten. Vanuit zijn obsessie met de alchemie en de wens het geheim van het leven te vinden om alle kwalen van de mensheid te elimineren gaat Frankenstein zich dan toch voor die moderne wetenschap interesseren hetgeen tot zijn wetenschappelijk succes leidt. Maar hij gebruikt die wetenschap aldus voor zijn magisch of duivels doel om meester over de natuur te zijn; onder invloed van Rousseau en diens verwijt aan de beschaving dat die alle zonden heeft voortgebracht met een oproep ‘terug naar de natuur’ wordt wetenschap in de zin van technologie zo een duivels werk. Maar terwijl Frankenstein het geheim van het leven vindt, brengt dit slechts dood en verdoemenis dat daarom zelf weer een geheim is dat Frankenstein moet verbergen voor zijn familie en anderen. En dat daarom ook niet kan worden verteld omdat ook de lezer het geheim niet mag weten, hetgeen Mary Shelley natuurlijk goed uitkomt.

Paradise Lost

Net als de mythe van Prometheus is Miltons Paradise Lost cruciaal voor de roman: het voorwoord is een citaat uit Paradise Lost, het monster leest het boek en vormt zijn identiteit op basis van dit werk. Mary Shelley was duidelijk geïnspireerd door het werk of interpretatie van haar man Percy met betrekking tot Miltons Paradise Lost naast de klassieke mythe van Prometheus. Atheïst en anarchist Percy koos uitdrukkelijk de kant van Satan en van Prometheus in hun rebellie tegen God en ook Jezus is voor hem een soort Prometheus die de waarheid en de vrijheid laat overwinnen over de goddelijke determinatie (het Lot) en onderdrukkende macht. Victor Frankenstein is daarbij duidelijk gemodelleerd naar Percy die nota bene ook wel schreef onder de naam Victor en wiens zus ook Elizabeth heette, maar Mary Shelley toont zich door middel van Frankenstein sceptisch jegens zo’n anarchistische rebellie tegen de traditie en God. In feite ontmaskert ze de machtswellust, het egoïsme en de destructieve krachten achter Percy’s toewijding aan kennis en (seksuele) vrijheid, zoals Percy zelf die in de Franse Revolutie had bekritiseerd. Mary geloofde in het huwelijk maar niet als patriarchaat: gelijk haar moeder meende moet de vrouw gelijkwaardig zijn en dus ontwikkeld zodat het menselijk ras zich kan verbeteren door middel van (de opvoeding door) de moeder.

Het monster identificeert zich met Satan – de gevallen engel die rebelleert tegen zijn schepper – omdat hij goed was maar door de afwijzingen kwaadaardig is geworden (“I, like the arch-fiend, bore a hell within me”), maar in wezen is Frankenstein de echte Satan die zijn eigen wil volgt en tegen de natuurlijke, door God gegeven orde een nieuwe mensensoort schept zoals hij ook erkent door middel van een verwijzing naar Satan in Paradise Lost: “Like the archangel who aspired to omnipotence, I am chained in an eternal hell.” Dat nieuwe schepsel – Adam – eist vervolgens een vrouwelijke metgezel dus een Eva waarmee ook het perspectief van een nieuw ras ontstaat: “a race of devils” die de mensheid ten gronde zal richten (ik merk op dat het loslaten van een gevaarlijk virus uit een laboratorium of de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie hetzelfde kan bewerkstelligen).

Het monster is behalve Satan juist ook verwant aan Lazarus – die in de Bijbel door Jezus uit de dood wordt opgewekt dat uiteraard als een voorafbeelding van Jezus’ eigen opstanding uit de dood moet worden opgevat – of zelfs Jezus zelf. Zoals Frankenstein voor God speelt door een nieuw leven te scheppen is het monster een nieuwe Adam zoals ook Jezus in de Bijbel de nieuwe Adam wordt genoemd, dat wil zeggen (in de woorden van het monster): "I ought to be thy Adam, but I am rather the fallen angel". In gekwelde eenzaamheid wegens de sociale uitstoting vraagt het monster aan zijn maker Frankenstein “Why did you form a monster so hideous that even you turned from me in disgust?" hetgeen doet denken aan Jezus’ proclamatie aan het kruis “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” maar is het ook de existentiële vraag van de mens überhaupt: waartoe is hij op Aarde, want hij ziet zich in de wereld geworpen waarbij het leven vaak ellendig is. Maar bovenal is het monster een opstanding uit de dood, nu Frankenstein hem samenstelt uit dode lichaamsdelen. Het is echter geen gelukkige opstanding maar moet hij als Lazarus en Jezus lijden: het monster wordt voor weerzinwekkend gehouden en verstoten zoals een lepralijder. Het monster hoopt dan ook aldoor dat hij iemand kan vinden die hem accepteert ondanks z’n angstaanjagende uiterlijk en die hem waardeert om z’n goede innerlijk. Het verhaal staat bekend als horror maar het is zeker ook hartverscheurend, nu het in wezen gaat over uitstoting: het monster belichaamt de paria ofwel de uitgestotene die vanwege die onterechte verbanning kwaadaardig wordt zoals ook Satan in Paradise Lost de gevallen engel is die uit de hemel is verstoten en die vanwege die verbanning een kwaadaardige duivel werd. Daarbij zit in het zelfbeklag van het monster ook een verwijt naar Frankenstein of de mens überhaupt die voor God speelt maar niet de volmaaktheid van God bezit: “God, in pity, made man beautiful and alluring, after his own image; but my form is a filthy type of yours, more horrid even from the very resemblance.” En Satan had tenminste nog “friends and associates in his desolation” maar het monster is onterecht helemaal alleen en lijdt dus nog meer: “Satan had his companions, fellow devils, to admire and encourage him, but I am solitary and abhorred.” Ik merk op dat het monster zelfs geen naam heeft (terwijl Satan meestal luistert naar de naam Lucifer dat ‘lichtbrenger’ betekent en naar de planeet Venus verwijst die als morgenster de andere sterren overtreft maar vanwege z’n hoogmoed wordt gestraft en in de avond verdwijnt dus uit de hemel wordt verbannen; ook Jezus wordt in de Bijbel overigens wel Lucifer genoemd bij wijze van morgenster die niet ondergaat).

Maar zoals God en Satan zijn opgezet om elkaar tegenspel te bieden (Satan betekent ‘tegenstander’), zo voert de roman een romantische polarisatie door waarbij alles en iedereen wordt opgeofferd voor een finaal gevecht op leven en dood tussen deze twee individuen (Frankenstein en het monster) en daarmee twee mensensoorten die beide zowel goddelijk als duivels zijn. Waar eerst het monster moordt en Frankenstein naar de hel voert uit wraak, zweert later Frankenstein om het monster uit wraak te doden waartoe hij op de begraafplaats van z’n vermoorde geliefden zowel hun geesten als de furies (wraakgodinnen) oproept hem te helpen: beiden hebben geen ander levensdoel meer dan de vernietiging van de ander. Letterlijk volgt daarbij de zwakkere de sterkere: aanvankelijk is Frankenstein sterker en volgt het monster hem heimelijk en in het ijs is het monster sterker en volgt een uitgeputte Frankenstein hem, zodat ze sowieso aan elkaar zijn gebonden zoals ouder en kind aan elkaar blijven gebonden, desnoods in haat. Het monster blijkt superieur te zijn, niet alleen in lichamelijke en geestelijke kracht maar ook in liefde: hij verlaat de wereld met liefde voor zijn schepper Frankenstein maar met haat jegens zichzelf, omdat Frankenstein en de maatschappij hem hebben uitgestoten waardoor hij zich is gaan wreken, waarin opnieuw Jezus’ “Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” als een soort gevallen engel doorklinkt.

Rousseau

Zowel lepralijders als devote gelovigen trokken zich terug uit de maatschappij – de poel des verderfs – aan welke zelfverkozen verbanning of marginalisering iets heiligs kleeft en de Romantiek toonde een bijzondere belangstelling voor de paria vanwege onder meer Rousseaus leer over de vervreemding en egoïsme (kapitalisme) die de beschaving voortbrengt, zodat juist de paria die een leven buiten de maatschappij moest leven een authentiek mens werd geacht. De zigeuner ofwel bohémien die zich buiten de wetten en conventies van de maatschappij plaatst was het ideaal. De Romantiek sluit zo aan bij de middeleeuwse praktijk waarin de waanzinnige of zieke niet zozeer minderwaardig is maar vervloekt of inwoners van een andere wereld; de Verlichting en ook onze maatschappij acht krankzinnigen en gehandicapten daarentegen minderwaardig die daarom moeten worden afgezonderd en behandeld.

Het verbannen monster is oorspronkelijk geheel en al goed. Gedurende een aantal hoofdstukken van de roman beschrijft het monster hoe hij de wereld ontdekt, hetgeen doet denken aan Rousseaus en Locke’s beschrijvingen van de natuurmens: het monster leert zien (door dingen te kunnen onderscheiden in de veelheid van indrukken), spreken, het verschil tussen goed en kwaad, etc vanuit een goede inborst – met veel empathie – en een epistemische tabula rasa, maar zijn eerste ervaring met de beschaving is meteen negatief omdat ze hem verjagen met stenen. Hij ontdekt in de spiegel van een waterpoel dat hij lelijk en misvormd is in vergelijking met de mensen. In lijn met Rousseau wordt aldus gesuggereerd dat de mens van nature goed en onschuldig is maar dat de corrumperende invloed van de beschaving, waarbij de natuurlijke, gezonde amour de soi wordt vervangen door een corrumperende amour-propre die ontstaat doordat de mens zichzelf aldoor gaat zien door de ogen van de ander en hem met die ander vergelijkt, ons vervreemdt van ons wezen waarbij de creatie van Frankenstein een monster wordt omdat hij als een monster wordt behandeld: "I am malicious because I am miserable". Het monster meent dat hij lijdt omdat de mensen vooroordelen hebben geleerd en hem geen eerlijke kans geven, maar ook een kind wil voor hem vluchten zodat de suggestie is dat we een aangeboren afschuw voelen voor het lelijke of misvormde uiterlijk in plaats van de innerlijke (goede) intenties van een persoon te beoordelen. Het monster wordt niet gewelddadig omdat hij – zoals in de film – de hersenen van een misdadiger zou hebben gekregen, maar omdat hij in de steek gelaten wordt: hoe meer hij leert hoe meer hij beseft dat hij alleen is en niets, zelfs geen slaaf, is zodat ook kennis (bewustwording) in het verlengde van de maatschappij wordt vervloekt. Het monster is echter niet alleen slecht gemaakt door de maatschappij maar ook door de slechte want afwezige opvoeding waarin de invloed van de Verlichting en zeker ook van haar moeder Mary Wollstonecraft doorklinkt die beweerde dat een groot deel van de ellende in de wereld het gevolg is van een slechte opvoeding. Het roept de vraag op of ook de maatschappij of de ander niet schuld draagt als het uitgestoten monster wraak neemt op die maatschappij of de ander. In ieder geval had Frankenstein als zijn schepper hem wel moeten accepteren en liefhebben maar zelfs hij liet hem in de steek:

“Believe me, Frankenstein: I was benevolent; my soul glowed with love and humanity: but am I not alone, miserably alone? You, my creator, abhor me; what hope can I gather from your fellow-creatures, who owe me nothing?”

In de roman wordt overigens het dienstmeisje Justine onschuldig veroordeeld en ter dood gebracht voor de eerste moord van het monster, hetgeen wellicht een allusie is naar De Sade’s schandaalroman Justine waarin het eveneens jonge, vrome meisje Justine aldoor wordt misbruikt en ook valselijk wordt beschuldigd en ter dood wordt veroordeeld, zodat in naam van het recht onrecht wordt bedreven en het monster zich – uit wraak op de onrechtvaardige maatschappij in plaats van uit sadisme – gedraagt als de duivels in De Sade’s werk.

Wellicht is er bij Frankenstein wel een romantische dan wel burgerlijke omkering of herinterpretatie in de zin dat waar Rousseau Defoe’s Robinson Crusoe dus het alleen op een eiland zijn als het ideaal ziet en in het verlengde de Romantiek Prometheus als de lone genius vereerde, het monster juist slecht wordt doordat hij alleen is en afgesloten is van de maatschappij of de medemens überhaupt. “I was dependent on none and related to none. The path of my departure was free, and there was none to lament my annihilation.”: het monster is volmaakt vrij en onafhankelijk maar als hij de mensen elkaar ziet liefhebben geeft hem dat behalve vreugde ook pijn omdat hij in dat geluk wil delen: de roman erkent aldus de menselijke behoefte aan intermenselijke relaties waarbij vriendschap, liefde en familie worden vereerd als de noodzakelijke voorwaarden voor het individu om zijn menselijkheid te kunnen ontplooien of verwerkelijken. De beschaving is misschien het sublieme als de transgressie van de natuur maar het verlangen ernaar zit in de natuur van de mens zelf, net als de sympathie voor de ander. Een verlangen overigens dat – net als het streven naar goddelijke kennis of maatschappelijke utopie – een verlangen naar het onbereikbare is want zelfs liefde kan onze radicale eenzaamheid nooit geheel oplossen (al doen romantici enorm hun best geheel te versmelten met de ander – bij Rousseau resulterend in zijn politiek concept van de volonté générale – waarbij ook Frankenstein aldoor suggereert dat z’n hoofdpersonen in hun gelukkige tijden dat ideaal van een volstrekt harmonieus samenzijn hebben bereikt). Maar waar het sublieme van de natuur soeverein is en zichzelf in stand houdt, maakt het sublieme van met name de Westerse menselijke beschaving en haar hoogmoed oncontroleerbare krachten los die kunnen leiden tot val en destructie van de natuur en de mens zoals Spengler zijn ‘faustische’ cultuur als kenmerkend voor het Westen bedoelde.

Incest en adel

De ongewone hechtheid van de Frankenstein-familie voelt grotesk maar is behalve de contrastwerking – het intense verdriet dat het monster Frankenstein aandoet door zijn familie te vermoorden – wellicht niet zonder betekenis: de familie is – overigens niet ongewoon in adellijke kringen – incestueus en het verhaal van het monster loopt parallel met dat vreselijke geheim dat zo het geheim van Frankensteins monster in een ander licht plaatst. Daarbij is er tevens het opbreken van de familie doordat Victor weg gaat om te studeren, zoals in de moderniteit families worden opgebroken en individuen ontworteld zodat Victor zelf een nieuwe familie schept (terwijl Walton juist hartstochtelijk de vriendschap zoekt als tegengif voor zijn eenzaamheid). Zowel de schepping van leven uit de dood als de liefde van Victor voor zijn moeder en Elizabeth is echter onnatuurlijk – transgressief – en daarom inherent kwaadaardig en dus destructief: een belangrijke aanpassing die Shelley maakte in de 1831-versie is dat Elizabeth geadopteerd is in plaats van een echte nicht waarmee de incestueuze relatie (slechts) wordt verbloemd. Betekenisvol is echter de droom van Victor nadat hij het monster tot leven heeft gewekt (men vergelijke overigens de droom van Mary Shelley waarin ze het idee van haar roman kreeg): hij droomt dat hij Elizabeth in z’n armen neemt waarna Elizabeth verandert in het door wormen aangevreten lijk van zijn moeder. Op dezelfde manier slaat zijn bewondering voor het monster tijdens zijn arbeid om in shock en afschuw op het moment dat hij erin slaagt om hem tot leven te wekken: dit kan symbolisch worden geïnterpreteerd als het omslaan van verlangen naar walging zodra de (begeerde) seksuele daad met zijn “more than sister” Elizabeth tot stand zou komen. Het product van zo’n onnatuurlijke daad is de schepping van het monster dat zijn familie zal vernietigen. In die zin is Frankenstein ook wel opgevat als een parabel van de ondergang van de adel in Europa. Dat Victor Frankenstein een blijvende fascinatie heeft voor de alchemisten maar ook inziet dat hij de moderne wetenschap nodig heeft om de macht over het leven te verwerven, kan zo worden gelezen als het besef bij de adel dat hun oude, volmaakte macht niet meer vanzelfsprekend is en dat zij moeten participeren in de moderne technologieën om de macht te behouden. Zoals Bacon (of Hobbes) schreef: ‘kennis is macht’ om welke reden de adel in de vorm van Frankenstein zich aan de wetenschap vastklampt en ervan droomt om die macht op magische wijze te verwerven.

Frankenstein als monster

Men kan zelfs het monster opvatten als zijn eigen kwade ik dus bij wijze van schizofrene splitsing van zichzelf waarbij de goede Frankenstein z’n kwade ik wil doden maar die is te sterk voor hem: het monster komt immers tot leven op het moment dat Frankenstein krankzinnig lijkt te worden – “a fit of enthousiastic madness” – doordat hij zo geïsoleerd en geheel wordt opgeslokt door zijn arbeid en dorst naar kennis dat hij er zowel lichamelijk ziek als zenuwziek van wordt. De eenzaamheid van het monster is zo beschouwd zijn eigen eenzaamheid, ver weg van zijn familie en Elizabeth (zoals het moderne leven aldoor gezinnen uit elkaar rukt), alsmede zijn eigen woede jegens zijn familie. Niet alleen het monster is gedoemd maar door de wraak van het monster ook Frankenstein zelf die ook machteloos staat tegenover zijn eigen miserabel lot en daarom naar de dood verlangt. Anders dan bij Percy is er geen ontsnapping aan het lot (“her immutable laws had decreed my utter and terrible destruction”) en dus geen hoop want “the apple was already eaten”. Een kritiekpunt op de roman is dat het nog onontwikkeld zijn van de auteur blijkt uit het feit dat de verschillende personen hetzelfde taalgebruik hebben maar dat Frankenstein en het monster (of zelfs Walton, Frankenstein en het monster) op dezelfde wijze spreken geeft ook de suggestie dat zij dezelfde persoon zijn. Zo opgevat is er precies als bij Lolita een samenkomen van de thema’s der eenzaamheid, splitsing van het zelf en transgressieve, onwettelijke seks; het monster is ook hier letterlijk en figuurlijk de ‘schaduw’ van Frankenstein en heeft het publiek toch niet perse ongelijk als ze de naam Frankenstein associëren met het monster in plaats van z’n schepper. Zoals het publiek denkt dat Lolita over het meisje gaat maar in werkelijkheid over haar schepper Humbert gaat, zo denkt het publiek dat Frankenstein over het monster gaat maar gaat het in werkelijkheid over zijn schepper Frankenstein. In dit verband is ook wel geopperd dat Frankenstein voor het intellect en het monster voor de emotie staat in de mens, maar het monster is beslist redelijk; het verschil is meer dat Frankenstein koel berekenend is (en op grond van een utilitaristisch argument voor de mensheid in plaats van zijn schepsel kiest omdat de eersten met meer zijn) terwijl het monster empathisch is. Misschien kun je zeggen dat Frankenstein de mannelijke kant en het monster de vrouwelijke kant van de mens belichaamt; veelzeggend is dat zij beiden op zoek zijn naar het geheim van het leven maar voor Frankenstein betreft dat metafysische vragen (“my inquiries were directed to the metaphysical, or in it highest sense, the physical secrets of the world”) en voor het monster de levensvragen naar wie we zijn en wat de zin van het bestaan is. De intellectuele Verlichting die Frankenstein zoekt staat in scherp contrast met de existentiële Verlichting die het monster zoekt: Frankensteins Verlichting voert tot onrust, isolement, krankzinnigheid, dood en vernietiging. Tegelijk is er het contrast met Frankensteins quasi-religieuze ervaring van de sublieme natuur: waar zijn wetenschappelijke zoektocht naar kennis onrust en gekwelde isolement brengt, komt hij tot rust en zelfs “sublime ecstasy, that gave wings to the soul, and allowed it to soar from the obscure world to light and joy” bij een wandeling in de Alpen: “The sight of the awful and majestic in nature had indeed always the effect of solemnizing my mind and causing me to forget the passing cares of life.”. De transcendentie die Frankenstein in zijn werk intellectueel zoekt, ervaart hij hier gevoelsmatig. Hier is eenzaamheid juist nodig om ten volle de nietigheid van het bestaan te ervaren en zichzelf te vergeten; de mens wordt hier weer Rousseaus natuurmens en zichzelf.

Feminisme

Ofschoon Mary Shelley de dochter was van de grote feministe Mary Wollstonecraft, lijkt Frankenstein antifeministisch in de zeer traditionele rolpatronen van de personen in het boek: de vader is het hoofd van de familie, de mannen handelen en de vrouwen zijn alleen maar mooi, lief, onderdanig en slachtoffer. Ook Frankenstein en het monster achten dat huiselijke, traditionele gezin het ideaal. Reeds Burke associeerde het sublieme met het mannelijke en het schone met het vrouwelijke, hetgeen Shelley overneemt: de man streeft naar het sublieme in zijn wil tot domineren en rationeel doorgronden welk patriarchaat of de sublieme rol van de man echter destructief blijkt te zijn, zoals sublieme stormen dat ook zijn. Shelley lijkt niet negatief te staan tegenover een observerende of betrokken wetenschap, maar bekritiseert wel de ‘mannelijke’ wetenschapsvisie waarbij de wetenschapper een master wil zijn die de natuur aan zijn wil onderwerpt zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn scheppen of ingrijpen in de natuur. Waar de vrouwen op natuurlijke wijze alleen maar beeldige kinderen scheppen, schept Frankenstein in zijn mannelijke passie om ook te scheppen maar dan op een onnatuurlijke, door wetenschap en machtswellust ingegeven wijze alleen maar een afzichtelijk monster en de vernietiging van de soort. De vrouwen in de roman worden uitdrukkelijk geslachtofferd op het (mannelijk) altaar van de vooruitgang van de wetenschap. Ook het vrouwelijk monster wordt gewelddadig vernietigd in plaats van ‘vrouwelijke’ zorg te krijgen. Een jonge moeder is de slaaf van (de behoeften van) haar baby en ook het monster probeert Frankenstein tot zijn slaaf te maken waarop Frankenstein echter besluit dat ook het monster dood moet. Daarbij projecteert Frankenstein zijn mannelijke droom om als een god een nieuwe soort te scheppen op het monster terwijl dat slechts gezelschap wil. Net zoals de vader van Victor Frankenstein faalt in de opvoeding van Victor, die zonder vaderlijke begeleiding z’n interesses ontplooit, faalt Victor in de opvoeding van zijn schepsel dat alles helemaal alleen moet uitzoeken. Zo beschouwd is de roman fel feministisch en geeft het een zeer somber beeld van de zorg van de man over de natuur en zijn nageslacht. De roman toont daarbij ook uitdrukkelijk de woede en vrouwenhaat van de afgewezen man (wat feministen nu ‘toxic masculinity’ noemen): het monster acht het rechtvaardig dat vrouwen worden gestraft voor het feit dat ze hem geen glimlach en genegenheid schenken en hij acht het een recht om ook een vrouw te hebben zodat Frankenstein de plicht heeft voor hem een vrouw te scheppen (welke vrouw uiteraard in Bijbelse termen Eva is).

De roman is tegelijk quasi-autobiografisch bij wijze van projectie van Mary’s trauma over haar verlies van met name haar eerste kind (en van de angst van de moeder überhaupt). Na de wiegendood van haar eerste dochter had ze in 1816 immers geschreven:

“Dreamt that my little baby came to life again; that it had only been cold, and that we rubbed it before the fire, and it lived.”

Mogelijk is de roman ook een projectie van Mary’s onzekerheid over haar literaire schepping in een door mannen gedomineerde literaire wereld, hetgeen ook kan verklaren waarom ze het verhaal niet zelf vertelt maar drie mannelijke vertellers – Walton, Frankenstein en het monster – hun versie van het verhaal laat vertellen hetgeen ook een ‘postmodern’ effect heeft doordat we zelf de verschillende perspectieven op hun waarde moeten schatten (er is geen gezaghebbende verteller, wellicht omdat Mary Shelley meende die positie als vrouwelijk auteur niet te kunnen innemen). Overigens, Mary heeft zich als meisje wel kunnen ontwikkelen en een jonge vrouw in het boek rebelleert tegen haar Turkse vader die haar met een moslim wil huwen: zij wil met een christen trouwen omdat ze zich dan kan ontwikkelen (welke feministische aanval op de moslimwereld een intersectioneel feministe als ‘oriëntalistisch’ zal duiden).

Conclusie

Niet alleen is de roman een product van grenzeloze verbeelding en gaat de roman zelf ook met name over verbeelding, maar tegelijk hebben weinig boeken zo tot de verbeelding gesproken als dit boek met eindeloos veel vertellingen (van toneelstukken tot films en stripverhalen) en variaties of parodieën als resultaat. De roman was meteen een bestseller maar de populaire cultuur pleegt het verhaal helaas plat te slaan tot een goedkoop griezelromannetje over een moordend monster terwijl het origineel een geheel andere (christelijke) inhoud heeft, namelijk over hoe de mens wordt gedreven door de sublieme passie van de liefde maar waarvan een gezonde, natuurlijke vorm (het huiselijke, de natuur, empathie, nobelheid) geluk schept en een ongezonde, onnatuurlijke vorm (de dorst naar dominantie en goddelijke kennis uit menselijke hoogmoed) destructie voortbrengt. De roman toont ons wat het betekent om mens te zijn en is een hoogtepunt van de Romantische literatuur die blijft verbluffen door z’n rijkdom aan thema’s, symbolisme en gelaagdheid (zoals ook het verhaal zelf weer eindeloze nesten van verhalen bevat) en die nog immer actueel is in zijn boodschappen van het gevaar van de mens die geen grenzen stelt aan zijn dorst naar kennis en voor God speelt – het gevaar van de mens die de natuur wil overtreffen en domineren in plaats van in harmonie met de natuur te leven – tot hoe subliem liefde is en hoe destructief de horror is van afwijzing, uitstoting en eenzaamheid. Vanwege die laatste thematiek is het een hartverscheurend jeugdboek, geschreven door een adolescent zelf dat zeker ook adolescenten zal aanspreken en dat de onzekerheid en wanhoop van de adolescent die zijn plek in de wereld nog niet heeft gevonden inclusief de rebellie tegen je ouders op symbolische wijze uitdrukt. Maar bovenal presenteert het boek zichzelf niet alleen als een mythe – een moderne vertelling van Prometheus met invloeden van onder meer de Bijbel – maar heeft het die pretentie waargemaakt omdat het wellicht meer dan welk ander boek dan ook in de moderne tijd een nieuwe mythe heeft geschapen die aanleiding heeft gegeven tot eindeloos veel analyses en interpretaties.

5,0
geplaatst:
Ik overdrijf het, he?

Gast
geplaatst: vandaag om 20:44 uur

geplaatst: vandaag om 20:44 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.