Nu ik door omstandigheden verstoken ben van 'nieuwe' boeken om te lezen, heb ik mijn eigen boekenplanken met hernieuwde interesse bekeken. Zoals wel vaker is voorgekomen, kwam ik uiteindelijk uit op
The Fall of Troy voor een herlezing. Dit moet minstens de vijfde keer zijn geweest dat ik het boek heb gelezen, dus ik was wel wat verbaasd dat ik er nog nooit over geschreven had. Ik zal bij dezen dus eens een poging doen om uit te leggen waarom ik steeds weer bij dit boek terugkom.
Allereerst is het een verrassend veelzijdig verhaal voor een boek dat net de 200 pagina’s haalt. Dit komt onder andere door de verschillende lagen die de schrijver in het verhaal aanbrengt. De eerste keer dat ik
The Fall of Troy las, werd ik aangetrokken door de verwijzing in de titel – ik heb altijd een voorliefde gehad voor verhalen over de Trojaanse oorlog. Het boek speelt zich weliswaar niet tijdens die periode af, maar ik heb met veel plezier de vele verwijzingen herkend. Naast deze mythologische laag is er nog de nieuwe mythologische laag die Obermann weet te scheppen: in de eerste plaats voor zichzelf, maar zeker ook voor Sophia en voor de lezer. In die laag komen langzaamaan barstjes, die door Obermann met steeds rigoureuzere middelen worden bedekt. Bij elke leesbeurt raak ik weer in dubio: is er een goede verklaring voor de raadselachtige gebeurtenissen rondom de opgraving, of zijn er toch bovennatuurlijke krachten aanwezig? Zo laat Ackroyd de lezer zelf een derde mythologische laag scheppen; heel knap gedaan.
Naast de mythologische lagen in het verhaal (ik besef nu ik dit schrijf pas hoe de lagen in het boek gesymboliseerd worden door de verschillende lagen in de opgraving van de oude stad) speelt hier parallel aan nog een ander verhaal. Dat is de ontwikkeling – bijna een
coming of age – van Sophia. Haar echtgenoot is weliswaar prominenter aanwezig, maar hij is statisch, haast een concept, onveranderlijk als de oude goden. Het is Sophia die uit haar schulp kruipt, met haar man ook zichzelf leert kennen en uiteindelijk de touwtjes in eigen handen begint te nemen. Dit verhaal deed mij meer denken aan
Jane Eyre – ook al zo’n boek dat ik al jaren steeds opnieuw lees – dan aan de Griekse mythen.
Nu zijn de redenen die ik in de vorige alinea’s noemde voldoende om
The Fall of Troy te lezen en te herlezen. Daarnaast wil ik nog even noemen dat de romance binnen dit verhaal, al is ze bescheiden en zedig, een van mijn favoriete liefdesverhalen in de literatuur is. Het zal vast niet voor iedereen gelden, maar ik vind juist omdat het een plotlijn is die niet voorop staat en verweven is met andere, niet-romantische ontwikkelingen, de romance zo goed uitkomen. Gelukkig hoef je het daar niet mee eens te zijn om van dit boek te kunnen genieten.
Heel kort wil ik nog gezegd hebben dat Ackroyd een prettige schrijfstijl heeft (die ook in het Engels goed te volgen is), met een aangename vaart in het verhaal en een goede spanningsopbouw. Nu ik dit boek zo vaak gelezen heb en bij het schrijven van deze recensie eigenlijk geen goede minpunten kan bedenken, denk ik dat het toch maar tijd wordt om mijn stem te verhogen naar de maximale vijf sterren.