Na de oorlog voorziet Reve een tijdje in z’n levensonderhoud als verslaggever van o.a.
Het Parool, en in 1985 pakt hij dit oude stiel weer eens op als hem door
NRC Handelsblad gevraagd wordt verslag te doen van het bezoek van Johannes Paulus II aan Nederland.
In boekvorm is
Roomse Heisa hier de weerslag van.
Het eigenlijke verslag beslaat een luttele 9 pagina’s.
Het eindigt met
Een Zware Dag, als Reve voortijdig de 2½ uur durende misviering in de open lucht verlaat, omdat hij de gure weersomstandigheden niet langer het hoofd kan bieden.
Dat levert het volgende prachtige gemopper op:
… deze kerkvorst pretendeert dat hij iets mededeelt, terwijl dit niet het geval is.
Ik vermoed dat hij deze teksten zelf schrijft, geleid en geïnspireerd als hij zich weet door de H. Geest.
Maar als die H. Geest geen weet heeft van bondigheid en van het uithoudingsvermogen van een gehoor, kan men er dan niet beter een vakman bij halen?
Interessanter zijn de twee langere artikelen waarmee het boekje begint.
In het eerste interviewt Reve zichzelf en legt hij uit hoe zijn bekering tot stand is gekomen.
Als vaker moet de lezer zelf maar weer bepalen hoe groot de korrel zout is
waarmede dit alles genomen dient te worden.
Daarna volgt een brief aan
kunstbroeder Rudy K., waarin de gang naar het katholiek verenigingsgebouwtje in
Grote Stad S. wordt beschreven, alwaar een voorstelling van
diaas over de Paus zal plaatsvinden.
In eerste instantie heeft Reve meer belangstelling voor de jongemannen die de voorstelling verzorgen, maar uiteindelijk krijgt het onderwerp hem toch te pakken.
Al met al een aardig boekje, ook vanwege de foto’s van Vincent Mentzel.
Vooral die op de achterkant, met de gelooide kop van Reve, is prachtig.